Bij Perlman klinkt bijna alles aanstekelijk lekker

Violist Itzhak Perlman (70) is legendarisch om technisch gemak en sprankelende muzikaliteit. Warner eert hem met 77 cd's

Violist Itzhak Perlman treedt op in Sesamstraat

Ach, tieneridolen! Wie snapt er decennia later nog iets van de onweerstaanbare charme van Tom Cruise in Top Gun of Face in The A-Team? Lastig. Maar bij de Amerikaanse violist Itzhak Perlman is het makkelijk. Sterker: het vuur laait zo weer op.

Perlman, een van de weinige echte supersterren in de klassieke muziek, werd net 70. Hij is een liefde waar je voor kunt uitkomen, want zijn technisch meesterschap en lichte, sprankelende muzikaliteit zijn boven elke discussie verheven. Maar Perlman (geboren in Israël, na zijn 13de opgeleid in de VS) is binnen de klassieke muziek in meer opzichten uniek.

Geen stroeve intellectueel, maar een joviale New Yorker die optrad in kookprogramma’s, zijn liefde voor de worstjeswinkel om de hoek breed deelt en te gast was in Sesamstraat. Op YouTube heeft hij een eigen kanaal waarop hij vanuit een wat bedompt ogend werkkamertje kijkersvragen behandelt en je leert dat de strijkstok parallel moet staan aan de kam. Dat vibrato een ondergewaardeerd expressiemiddel is, omdat van alle mogelijke combinaties van snel-langzaam en wijd-nauw maar een fractie wordt benut. En dat studeren langzaam moet, want wat je langzaam leert, onthoud je lang (en vice versa).

De warmte en de levendigheid die Perlman dan uitstraalt, typeren hem ook als musicus. Perlman is, ongeacht het repertoire, de man van de volle toon. Dat hij als kleuter polio kreeg en invalide is, maakt de duur en intensiteit van zijn carrière nog indrukwekkender. Maar wie denkt aan Perlman, denkt niet aan krukken en wielen – zijn spel eist alle aandacht op.

Perlmans loopbaan piekte mét de cd-industrie. Zijn discografie is navenant omvangrijk. Warner (EMI ging daarin op) bracht een fraai vormgegeven document uit dat daarvan getuigt. 77 cd’s en een boek geven een solide beeld van Perlmans veelzijdigheid. De fan kan hiaten aanvullen bij Sony, DG (voor Berg en Stravinsky, bijv.) en RCA Red Seal, waarop eerder ook al verzamelboxen uitkwamen.

Maar ook de Warner-box biedt een overdadig Perlman-banket dat de liefhebber met de ene na de andere klinkende herinnering confronteert, en de nieuwkomer vertrouwd maakt met het gros van de romantische vioolcanon – en de uithoeken daarvan (Ben Haim, Goldmark, Wieniawski).

Hoofdmoot vormen de concerten van Bach, Paganini, Bruch, Mendelssohn, Dvorák, Brahms, Sjostakovitsj, Prokofjev , Bartók, Sibelius, Vivaldi, daarnaast zijn er alle pianotrio’s van Brahms en Beethoven met Vladimir Ashkenazy en Lynn Harrell. En véél cross-overs, want ook die nadrukkelijk niet elitaire scope typeert Perlman: jazz met André Previn, Joplin-rags, schmalzige klezmer, aalgladde duetjes met Placido Domino en veel aanstekelijk lekkere encores van Kreisler. Hoogtepunt? Het Vioolconcert van Tsjaikovski met het Israel Philharmonic onder Zubin Mehta, live opgenomen in Moskou en intens genoeg om je levenslang voor klassiek te bekeren.

Perlman speelt, ook na een schouderblessure, nog steeds. Bij DG getuigt daarvan een nieuwe cd met pianist Emanuel Ax in Vioolsonates van Fauré en Strauss. Daarin hoor je hoe hij nog steeds 90 procent van de violisten in de schaduw stelt – al flonkert zijn spel minder fel dan vroeger.

Deugt dan alles aan Perlman en had er Hagiografie boven dit stukje moeten staan? Ach. Het romantisch patina van zijn spel zal niet iedereen behagen. Dat hij nooit Schubert opnam: curieus. Moderne muziek? Niet zijn ding. Ook barok en Perlman zijn een rare mix; zijn vibrato geeft Bach en met name diens zonen een Eftelinggezicht. Maar verder? Een idool om te koesteren.