Belastingontwijking kost overheden jaarlijks minimaal 100 miljard dollar

Aanhangers van Oxfam Novib demonstreren in Den Haag tegen belastingparadijzen, op een foto van vorig jaar. Foto Martijn Beekman / ANP

Tussen de 100 en 240 miljard dollar. Zoveel geld lopen alle belastingdiensten van de wereld samen jaarlijks mis als gevolg van belastingontwijking door multinationals. Dat schat de Organisatie voor Economische Samenwerking (OESO), die de kosten van belastingontwijking voor het eerst berekende.

Als het aan de OESO ligt, worden die miljoenen in de toekomst gewoon afgedragen. Zojuist presenteerde de OESO, club van 34 geïndustrialiseerde landen, het complete pakket maatregelen dat belastingontwijking door multinationals onmogelijk moet maken. Het is een vergaande reeks van 15 ‘actiepunten’ die er gezamenlijk toe moeten leiden dat bedrijven weer gewoon belasting gaan betalen in het land waar ze het geld verdienen. Er is brede steun: 44 landen – samen goed voor 90 procent van de wereldeconomie – staan achter de plannen.

Gezamenlijk kunnen die maatregelen “alle gaten in de dijk” dichten, zegt Marlies de Ruiter, die op het OESO-hoofdkantoor in Parijs leiding geeft aan het team dat de maatregelen heeft bedacht. De dijk staat voor alle belastingdiensten op de wereld. De gaten zijn de legale, maar zeer kunstmatige constructies die multinationals optuigen om die te omzeilen. Dit zijn de vier meest ingrijpende Oeso-maatregelen:

1. Belastingverdragen aanpassen

Belastingverdragen zijn afspraken tussen landen over waar bedrijven welke belasting moeten betalen. Het doel: dubbele belasting voorkomen en internationale handel bevorderen. Maar belastingverdragen kunnen ook worden gebruikt om helemaal nergens belasting te betalen of heel weinig. Bijvoorbeeld door een brievenbusvennootschap te vestigen in een land met voordelige verdragen. Het is de bedoeling dat alle landen hun onderlinge verdragen zo aanpassen dat ze niet meer gebruikt kunnen worden om de belasting te ontwijken.

2. Hogere eisen aan ‘innovatie’

Veel landen geven belastingvoordeel biedt aan bedrijven die slimme uitvindingen doen, bijvoorbeeld patenten. Maar bedrijven kunnen in sommige landen ook van deze fiscale voordelen profiteren als ze in dat land nauwelijks activiteiten hebben. Ze parkeren dan bijvoorbeeld alleen een patent in een gunstig land, terwijl ze de bijbehorende uitvindingen elders in de wereld hebben gedaan. Landen moeten daarom voortaan strengere eisen stellen. Bedrijven moeten echt iets dóén in het land waar ze willen profiteren van innovatievoordelen.

3. Transparantie afdwingen

Nu kunnen bedrijven nog een beetje vaag zijn over wat ze in welk land precies uitvoeren, maar daar komt een einde aan. De OESO wil dat bedrijven gaan rapporteren hoeveel omzet en winst ze per land maken, hoeveel mensen er werken en hoeveel belasting ze er betalen. Dan wordt zichtbaar als een bedrijf bijvoorbeeld wel veel winst maakt in een land terwijl daar bijna niemand werkt. Zo kunnen Belastingdiensten in actie komen als een bedrijf al te creatief schuift met winsten.

4. Gegoochel met prijzen blokkeren

Grote bedrijven maken twee keer zo veel ‘winst’ in landen met een laag tarief voor winstbelasting dan in landen met een hoog tarief, berekende de OESO. Dat is niet toevallig. Grote concerns laten bedrijfonderdelen dingen aan elkaar ‘verkopen’ tegen kunstmatig hoge prijzen om zo hun winsten te verschuiven. Er bestonden al internationale regels die voorschrijven dat bedrijven realistische prijzen hanteren voor interne verkoop. Die regels zijn nu verhelderd en verscherpt, waardoor ze beter moeten werken.

Lees ook in NRC Handelsblad: Een gat in de dijk van 240 miljard dollar