Arts weer baas in spreekkamer na akkoord met verzekeraars

Een huisarts in Amsterdam. Artsen krijgen door het akkoord weer meer te zeggen over de behandelmethoden voor patiënten. Foto ANP / Bart Maat

Zorgverzekeraars zullen zich minder bemoeien met de zorg die huisartsen geven. Zij stoppen met het financieel belonen van bepaalde behandelmethoden. Dit staat in een akkoord dat huisartsen, verzekeraars, het ministerie van Volksgezondheid en belangenverenigingen vanmiddag in Driebergen sloten.

Tweederde van de ruim 11.000 Nederlandse huisartsen kwam het afgelopen jaar in opstand tegen de ‘macht van de zorgverzekeraars’, die voor hun gevoel steeds vaker op de stoel van de dokter gaan zitten. Sinds 2006 hebben verzekeraars van de minister de taak gekregen de zorg betaalbaarder en beter te maken.

Dit heeft er onder meer toe geleid dat in de contracten die huisartsen met verzekeraars sloten, beloningen werden gekoppeld aan het voorschrijven van specifieke antidepressiva voor een bepaalde behandelduur. Terwijl geen rekening wordt gehouden met het soort patiënt waaraan de huisarts de middelen wil voorschrijven. Ook worden sommige artsen beloond als zij een onderzoekslaboratorium gebruiken waar de zorgverzekeraar een contract mee heeft.

Perverse prikkel voor arts

Veel huisartsen waren daar woedend over. Zij ervoeren deze beloningen als een perverse geldprikkel die hen belemmerde in een vrije keuze voor de beste behandeling van patiënten. In het akkoord wordt ook afgesproken dat huisartsen veel minder tijd kwijt zullen zijn aan bureaucratie. Huisartsen hoeven vanaf volgend jaar minder formulieren en machtigingen in te vullen om hun patiënten te voorzien van langdurige medicatie voor chronische aandoeningen, incontinentiemateriaal en specialistische, dure geneesmiddelen. Nu eisen verzekeraars die papieren nog om te controleren of huisartsen niet onnodig veel of dure medicatie voorschrijven.

Lees ook: ‘Huisarts hoeft niet bang te zijn voor boete’, een interview met Chris Fonteijn van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Het akkoord over de huisartsenzorg:

Akkoord huisartsenzorg

Ella Kalsbeek, voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging, is blij met het akkoord:

“Zorgverzekeraars gaan weer vertrouwen op de expertise van de huisarts. Dat is heel belangrijk. De arts krijgt hierdoor weer meer tijd voor het belangrijkste: de zorg.”

Verzekeraars verliezen overigens niet helemaal de mogelijkheid om de huisartsenzorg te ‘sturen’. In hun contracten kunnen zij, in theorie, nog bepalingen opnemen waardoor huisartsen beloond kunnen worden als zij bepaalde geneesmiddelen voorschrijven of voorkeurslaboratoria kiezen. Wel is afgesproken dat huisartsen veel meer invloed krijgen bij het opstellen van de contracten; nu is die invloed nihil, zodat huisartsen het gevoel hebben dat ze niets anders kunnen doen dan ‘tekenen bij het kruisje.’

Lees ook: Waar patiënt en prijs botsen, een achtergrondverhaal over rechtszaken tussen artsen en verzekeraars.

Zorgverzekeraars: goede basis voor samenwerking

Ook koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland is “blij” met het akkoord. Voorzitter André Rouvoet:

“We zijn weer met elkaar in gesprek, en er is een goede basis voor samenwerking.”

Rouvoet stelt dat de zorgverzekeraars ook de administratieve lasten voor andere zorgverleners dan huisartsen in de toekomst tegen het licht willen gaan houden. “Zeker op het punt van onnodige bureaucratie hebben de huisartsen een punt.”

Lees ook: Het vragenstuk De huisarts heeft gewonnen, met meer achtergronden over het akkoord.