Vuurwapens: wat Amerika van Australië kan leren

In Australië deden ze twintig jaar geleden wat in de VS maar niet lukt: strengere wapenwetten invoeren. Het aantal vuurwapendoden blijft er dalen.

Studenten van Umpqua Community College lopen langs een politie met hun handen omhoog. Foto Michael Sullivan/AFP

Het kan wel: strenge wapenwetten invoeren in een land waar vuurwapens deel uitmaken van de nationale identiteit. Het gebeurde in Australië in 1996, nadat de 28-jarige Martin Bryant in het stadje Port Arthur op Tasmanië met semi-automatische gevechtswapens 35 mensen doodschoot.

Net zoals nu in de VS, na de schietpartij in Oregon vorige week, was Australië in rouw. Net zoals nu in de VS was het voor Australië de zoveelste gewelddadige moordpartij. Het verschil is dat Australië toen in actie is gekomen. Drie maanden na Port Arthur maakte premier John Howard een einde aan wijdverbreid wapenbezit door zeer strenge wetten af te dwingen.

Howard maakte het zichzelf niet gemakkelijk. Hij was net een maand aan de macht: zijn Liberal Party had een van de grootste verkiezingszeges uit de Australische geschiedenis geboekt, met dank aan zijn conservatieve achterban op het platteland en in de outback. Met zijn pleidooi voor strenge wapenwetten zette hij die populariteit op het spel, want het waren juist zijn kiezers die hij wilde ontwapenen.

The Daily Show over de Australische wapenwet. Voor de rest, klik hier:

Op jezelf aangewezen

Wapenbezit was een belangrijk deel van de identiteit van deze boeren, jagers en pioniers. Het stond voor vrijheid en was sterk verbonden met hun manier van leven in de ruige en uitgestrekte natuur van Australië. Als je dichtstbijzijnde buurman honderd kilometer verderop woont, ben je op jezelf aangewezen voor je eigen verdediging. De woede was zo groot dat Howard werd uitgemaakt voor ‘John Hitler’: alleen een fascist zou het in zijn hoofd halen het Australische platteland zijn wapens af te pakken.

In een toespraak in juni 1996 legde Howard tegenover drieduizend woedende wapenbezitters uit waarom hij de wet wilde veranderen. „Ik zal niet doen alsof er in de toekomst nooit meer massamoorden zullen plaatsvinden”, zei hij. „Maar dit is een onderdeel van het veranderen van de cultuur in dit land.” Voor de bijeenkomst had de politie zo’n geloofwaardige bedreiging binnengekregen dat Howard de menigte toesprak met een kogelwerend vest onder zijn pak.

Gesteund door de bevolking in de grote steden, door het sentiment na het drama in Port Arthur en doordat weinig politici Howard wilden dwarsbomen – gezien zijn recente verkiezingsoverwinning – kreeg de premier zijn zin.

Obama sprak na de schietpartij in Oregon over de wapenwet in Australië:

Verplicht opkopen

Australië trok 500 miljoen dollar (ruim 300 miljoen euro) uit om burgers mee af te kopen die hun vuurwapens moesten afstaan. Het land financierde dat door de ziektekostenbelasting te verhogen. Naar schatting zijn tussen de 600.000 en 1 miljoen zware vuurwapens opgekocht en vernietigd.

Ook voerde Australië een zeer strenge procedure in voor het kopen van een wapen. Wie een vuurwapen wil, moet een licentie aanvragen, inclusief motivering. Zelfverdediging is geen gegronde reden. Jagen of kleiduivenschieten zijn dat wel. Ook moet je een training volgen of aangesloten zijn bij een schietclub.

En dan ben je er nog niet. Wie daadwerkelijk een vuurwapen wil kopen, moet een aankoopvergunning aanvragen. Weer moet je vertellen waarom je een wapen wilt. Het soort wapen dat je mag kopen, hangt af van het doel. Ga je jagen, dan mag je dus geen revolver kopen. Daarna volgen een antecedentenonderzoek (‘Heeft de verkoper een strafblad? Een psychiatrisch verleden?’) en een verplichte afkoelperiode van een maand. Is de aankoopvergunning goedgekeurd, dan moet het wapen gekocht worden bij erkende winkels, die onder strakke controle staan.

Arsenaal van de minister

Zo veranderde Australië in een jaar tijd van een land waar wapenbezit geaccepteerd was – een minister erkende zonder probleem dat hij thuis een heel arsenaal bezat – in een land met zeer strenge wapenwetten. De gevolgen waren aanzienlijk.

Door de opkoopactie van 1996 halveerde het aantal huishoudens dat een vuurwapen bezat. Het aantal vuurwapens daalde met een vijfde tot een kwart. Ter vergelijking: als in de VS zo veel mensen hun pistolen en geweren zouden neerleggen, zou dat een berg van veertig miljoen vuurwapens opleveren.

In de tien jaar erna daalde niet alleen het aantal moorden met een vuurwapen per hoofd van de bevolking, maar ook het aantal zelfdodingen met geweer of pistool. Waar in 1995 0,37 op de honderdduizend personen werden gedood door een vuurwapen, was dat in 2006 0,15 op de honderdduizend: een daling van 59 procent. Voor zelfdodingen was de afname zelfs 64 procent: van 2,2 op honderdduizend tot 0,8 op honderdduizend.

Volgens sommige wetenschappers daalde het aantal doden door vuurwapens al vóór 1996 en had de daadkracht van John Howard geen wezenlijk effect. Anderen, zoals onderzoekers Andrew Leigh en Christine Neill, komen tot gunstiger conclusies. In een onderzoek uit 2012 concluderen zij dat in deelstaten die de meeste wapens opkochten, de daling van moorden en zelfdodingen het grootst was.

Is alles dan perfect down-under? Dat niet. In 2002 schoot Huan Yun Xiang twee medestudenten dood op de Monash University in Melbourne. Xiang had zes handvuurwapens bij zich. Sindsdien zijn de wapenwetten nog verder aangescherpt. En vorig jaar gijzelde Man Haron Monis zeventien mensen in het Lindt-café in hartje Sydney. Monis schoot een van de gijzelaars dood met een geweer dat, zo bleek uit onderzoek, tijdens de opkoopactie van John Howard werd achtergehouden. De Australische autoriteiten schatten dat zo’n kwart miljoen geweren op die manier nog illegaal worden verhandeld.

Lees verder in NRC: Waar wapens zijn vallen doden en Een klassieke school shooter, maar niemand die het zag

En The Guardian over dit onderwerp: After 20 years australia’s gun debate is igniting once again