Rugbyer Tim Visser, ster in Schotland

Tim Visser debuteert op dit WK rugby voor Schotland. Hij is de eerste Nederlandse rugbyprof op een WK ooit. Afgelopen weekend maakte hij een historische try voor zijn team. Een interview.

Tim Visser van Schotland tijdens een persconferentie in aanloop naar het duel met Zuid-Afrika. Foto Lionel Bonaventure/AFP

Tim Visser verhuisde als tiener naar Groot-Brittannië in een poging de eerste Nederlandse professionele rugbyer te worden. Inmiddels behoort de 28-jarige vleugelspeler van de Londense Harlequins tot de wereldtop. De afmaker komt sinds 2012 uit voor Schotland en doet momenteel mee aan het WK in Engeland. Zaterdagmiddag speelt Visser op St James’ Park in Newcastle tegen Zuid-Afrika, een van de favorieten voor de wereldtitel.

In de stad, tegen de Schotse grens aan, kreeg zijn carrière ruim tien jaar geleden gestalte toen hij door de Newcastle Falcons werd gescout in Nederland en door de club op een kostschool werd geplaatst om te rijpen. Nu is hij als Schots international terug op de plek waar het ooit begon.

Visser: „Het leukste is dat we nu trainen op het complex van de Royal Grammar School waartegen ik vroeger met mijn school speelde. Ik sta als professional op hetzelfde veld als waar ik voorheen als leerling kwam. Er kwam zelfs een docent naar me toe die zei: ‘Tim Visser? Jij hebt hier gerugbyd.’ Emotioneel word ik er niet van. Ik heb twee jaar op Barnard Castle School gezeten en daarna meteen mijn eerste contract bij Newcastle Falcons getekend. Bij mijn debuut scoorde ik een try. Sindsdien heb ik eigenlijk niet meer omgekeken.”

De bravoure die in je antwoord doorklinkt, zat je later in de weg. Je week uit naar Edinburgh na op een dood spoor in Newcastle te zijn beland.

„Ik was een jaar of negentien, verdiende veel geld. Misschien ging ik een beetje naast mijn schoenen lopen. Ik dacht dat ik het al gemaakt had. Dat was natuurlijk niet zo. Ik scoorde wel, maar was niet meer dan een jochie dat af en toe mee mocht doen. Vervolgens werd de coach met wie ik goed overweg kon ontslagen. Met zijn opvolger klikte het minder. Toen mijn contract afliep, keken we elkaar aan. Ik zei: ‘Dit gaat niet werken, hè?’ Hij dacht er precies hetzelfde over. Edinburgh Rugby pikte me op. Vanaf dat moment is het als een wervelwind gegaan.”

Na drie jaar in Schotland te hebben gewoond mocht je uitkomen voor het nationale team. Een WK-plek leek een formaliteit. Een blessure maakte alles anders. Hoe erg was het?

„Ik brak in oktober 2013 mijn been en scheurde alles in mijn enkel af. Nooit heb ik gedacht dat het ‘career ending’ zou zijn, alhoewel dat makkelijk had gekund. Toch heb ik er lang last van gehad. Afgelopen seizoen was ik fit. Maar er is een groot verschil tussen op het veld staan en echt goed zijn. Ik moet enorm scherp en snel zijn. Dat is voor iemand met mijn lengte en gewicht lastig om terug te krijgen. Het kwam goed. Ik ben weer de oude, na anderhalf jaar ploeteren en keihard trainen.”

Hoeveel werk moest je verzetten? Wat klopt er van al die wilde verhalen die in het rugby de ronde doen?

„Eind juni gingen we met het nationale team naar Frankrijk. Op een gegeven moment kwamen we aan de voet van een berg bij Perpignan, in de Pyreneeën. Bondscoach Vern Cotter zei: ‘Dump je spullen in je kamer en trek een korte broek en een T-shirt aan. We gaan wandelen.’

„Buiten stond een commando van het leger te wachten. In marstempo gingen we tweeënhalf uur lang stijl omhoog. Iedereen was helemaal de weg kwijt. Aan de top riep die militair: ‘Kijk goed om je heen. Hier gaan we slapen.’ We kregen minuscule fleecedekentjes en zes levende konijnen om te slachten. Het was ijskoud. Niemand deed een oog dicht. ’s Ochtends gingen we de berg af, ontbeten we en trainden we de rest van de dag. Conditie, kracht, snelheid.”

Het leverde jou een plek in de Schotse WK-selectie op. Het eerste duel zat je op de tribune. Tegen de VS kreeg en pakte je je kans. En meteen een try?

„Dat was niets speciaals. Twee tegen één. Zo’n mogelijkheid moet je benutten. Ik ving de bal en maakte het af. Het uitkomen van de tunnel op Elland Road in Leeds was wel geweldig. Het zat bomvol met Schotten. Op de wegen rond het stadion was het net zo. Waar je ook keek, zag je doedelzakken en mensen in blauwe shirts. Ik heb in de Six Nations gespeeld en aan de Autumn Internationals meegedaan, maar niets kan tippen aan de sfeer tijdens een WK. Alsof je in een vissenkom zit. Er is zoveel belangstelling.”

Tim Visser maakte zondag als eerste Nederlandse rugbyer een try op een WK. Schotland won met 39-16 van de Verenigde Staten. Foto Jan Kruger/Getty

Gastland Engeland bezweek onder de druk tegen Wales. Zorgde dat voor leedvermaak in de kleedkamer?

„Jazeker. De Schotten hebben een hekel aan de Engelsen. Die lachen zich kapot. Uitgerekend in hun thuistoernooi dreigt het mis te gaan. Ze moeten nu winnen van Australië om niet al in de groepsfase te worden uitgeschakeld. Al die speculaties vooraf over een wereldtitel en dan dit. Dat zorgt voor veel plezier.”

Schotland liep tijdens het vorige WK voor het eerst de knock-outfase mis. Nu staan jullie bovenaan in de poule en wacht Zuid-Afrika dat tot ieders verbazing verloor van Japan. Hoe kijk je tegen die wedstrijd aan?

„Het loopt inderdaad niet naar wens voor Zuid-Afrika, op papier de sterkste tegenstander in de groep. Wij werken, terecht, vol vertrouwen toe naar de wedstrijd op St James’ Park. Maar wij weten wat voor ‘beest’ Zuid-Afrika is. Het is een van de beste ploegen ter wereld waarvan Schotland zelden heeft gewonnen.

„Hoe dan ook, de kwartfinales bereiken, ons belangrijkste doel, moet lukken. Zelf wil ik ook schitteren, tegen de wereldtop laten zien wat ik kan. Daarna meld ik me bij Harlequins, na zes jaar Edinburgh. Dat verandert niets. Ik blijf een rugby-Schot.”