Wezen uit de onderwereld

Een havik geldt als heel moeilijk om te trainen. Na de dood van haar vader kocht Helen Macdonald een havik en werd zelf een halve havik. Ze schreef er een boek over dat wereldwijd een bestseller werd.

Helen Macdonald in 2014 met Rufus (geen echte havik) die in Londen werkt als duivenjager: ‘Mijn havik Mabel en ik slaagden erin een landschap te delen.’ Foto Ben Gurr/ The Times

Haar vader was de Britse persfotograaf Alisdair Macdonald. ‘Ali Mac’ fotografeerde de Beatles, politici, en de balkonkus van Charles en Diana. Voor dat moment had hij 24 uur een plek in de menigte moeten verdedigen. „Als je iets echt wilt, moet je stil blijven zitten, jezelf inprenten hoe je ernaar verlangt en geduld oefenen”, leerde hij zijn dochter Helen.

Zijn plotselinge dood, in 2007, stortte haar in een diep verdriet. Er stond al steeds minder vast in haar leven: haar contract als onderzoeker in Cambridge liep af, ze moest haar huis uit, er was geen geld, geen partner. Om zichzelf een doel te geven, kocht Helen Macdonald (1970) een jonge vrouwtjeshavik: Mabel. Sinds haar jeugd was ze al geobsedeerd door roofvogels, en ze had al eerder valken ‘gevlogen’. Een havik geldt als de moeilijkste vogel om te trainen. Het is een nietsontziende moordenaar met een humeur van kwikzilver dat het uiterste van de havikier eist: permanente aandacht en tonnen geduld. Maar het moest, zegt ze. „Ik had een havik nodig. Zoals je zegt: I need a drink.”

H is for Hawk heet het boek dat ze erover schreef. Haar vader loopt dat boek in en uit, maar speelt geen hoofdrol. Het gaat over wat rouw en verdriet doen. In haar geval: hoe ze Mabel haar leven laat overnemen en zich laat meevoeren naar een schemerzone waarin ze zichzelf een halve havik waant. Tot ze haar verlies accepteert en de weg terug vindt.

Ze kreeg vorig jaar de Samuel Johnson Prize voor non-fictie en dit jaar de prestigieuze Costa Book Award (de vroegere Whitbread-prijs) voor de beste biografie. Het boek staat wereldwijd op de bestsellerlijsten. Ter gelegenheid van de Nederlandse uitgave, De H is van havik, was Macdonald deze week een paar dagen in Amsterdam.

Toen u haviken wilde zien in het wild, in een bos rond een onttakelde luchtmachtbasis, schreef u: zoeken naar haviken is zoeken naar genade.

„Ja, verlossing. Je kunt zoeken wat je wilt, maar het wordt aan je geschonken of niet. Ik kom uit een goddeloos gezin, maar voor mij hebben roofvogels altijd een vaag religieus element gehad. Later werd het gekanaliseerd in de valkerij, maar het gevoel dat het vreemde creaturen uit een andere wereld zijn, is nooit verdwenen. Iemand zei: dit boek is een reis naar de onderwereld, en de havik reist mee. Ik vond het eerst onzin, maar nu… Het was een vreemde rite de passage. Verhalen overkomen je kennelijk.”

Wat was precies het verband tussen grote emoties en een roofvogel?

„Ik wist eerst niet waarom die havik zo’n enorme aantrekkingskracht op me uitoefende. Achteraf zeg ik: haviken zitten vol woede, ze zijn solitair, bang van mensen, ze staan voor ontsnapping en verdwijning, zoals geen enkele andere roofvogel waarmee ik heb gevlogen. Hun bloeddorst beviel me. Dat was onderdeel van de rouw, het idee dat je de wereld wilt platbranden.”

Maar Mabel betekende ook: structuur.

„Een roofvogel trainen betekent verantwoordelijkheid. Mensen denken dat het gaat om je wil opleggen aan een wild dier. Maar het is, zoals de Amerikaanse schrijver en valkenier Stephen Bodio zegt, ‘leren beleefd te zijn tegen een vogel’. Valkerij was een sport van de adel in Europa. Natuurlijk, je moest er het land en de ruimte voor hebben. Maar de mensen wisten ook: als je een vogel mishandelt vliegt hij weg. Haviken laten vliegen tegenover je volk dat ziet hoe ze terugkeren toonde ook dat je een wijs bestuurder was.”

Toen Mabel voor het eerst terugkeerde naar uw handschoen, was dat het moment dat u uw verlies accepteerde?

„Nee, dat was toen de havik voor het eerst een fazant doodde. Oei, dat klinkt hard.” Ze lacht. „Maar toen huilde ik voor het eerst sinds lange tijd. Voor de fazant, voor mezelf, voor de havik en mijn vader. Toen realiseerde ik me hoe klein de afstand is tussen leven en dood. Maar het was ook een gevaarlijk moment.”

U schrijft: hoe tammer Mabel werd, hoe wilder ikzelf werd.

„Ik wilde haar zijn. Ik herinner me dat ik in die tijd naar een arts ging. Hij gaf me een vragenlijst, en een van de vragen was: verzorgt u uw uiterlijk minder? Ik keek naar mezelf, mijn haar drie weken niet gewassen, konijnenbloed op mijn kleren, schrammen op mijn huid. En ik dacht: geen idee, verzorg ik mezelf minder? Do I?

Later realiseerde ik me dat ik iets klassieks had gedaan: de wildernis in om jezelf te vernieuwen. In tijden van emotionele stress kan weglopen van menselijk gezelschap verhelderend zijn. Maar ik was te ver gegaan.”

Kun je in het hoofd van een dier?

„Nee, maar je denkt van wel. Ik realiseerde me ten slotte dat ze … een vogel was. Desondanks slaagden we erin een landschap te delen. Een havik geldt als moeilijk. Maar het is een misvatting ze alleen als een ‘geweer met veren’ te zien. Ze was geen one-track mind, maar speels. We deden spelletjes, propjes papier vangen, en ze zat naast me tv te kijken.”

Via de taal verplaatst u zich in Mabel. Als ze een fazant ziet: ‘Inktsterren vonken in haar vuurleidingscomputer. Ze knalt om als een katapult. Hakken in de bocht, g-kracht absorberend als een spons. Vouwt haar vleugels in en is verdwenen.’ [mijn vertaling, HS].

„Het zijn bijna hallucinaties. Het is verwant aan poëzie. Ik wilde korte zinnetjes gebruiken om het hier en nu, de visualiteit te benadrukken. De woorden moesten op zichzelf staan, als stenen in een rivier. Bij de scènes met de havik in het landschap vloeiden de woorden vanzelf op het papier.”

Naast de havik en het verdriet is er een derde lijn in het boek: de Britse schrijver T.H. White (1906-’64). Hij schreef ooit-populaire boeken over koning Arthur. Een ervan diende als basis voor de Disney-tekenfilm The Sword in the Stone (‘Merlijn de Tovenaar’), waarin de tovenaarsleerling verandert in een smelleken, een grijsblauw valkje, merlin in het Engels.

In 1951 publiceerde White The Goshawk, over zijn desperate pogingen een havik te trainen. Hij faalde, onder andere omdat hij dacht met dwang en straf zijn zin te kunnen krijgen. Die derde lijn is zo sterk dat er bijna een biografie van White door Macdonalds boek lijkt geweven, erkent ze. Maar het was geen opzet. Ze las The Goshawk al als kind, maar ontdekte nu hoe ze zich allebei in dat dier verloren. Macdonald: „Ik wilde niet aantonen dat hij iets fout deed. Ik wilde begrijpen waarom hij deed wat hij deed. De havik is een spiegel van zijn verborgen zelf. Hij was een beschadigd kind, waarschijnlijk seksueel misbruikt. Als je hem leest kost het soms bijna moeite om de havik nog te zien. Hij strafte eigenlijk zichzelf .”

U en andere natuurschrijvers, onder wie Robert Macfarlane, kregen kortgeleden de kritiek aan ‘mooischrijverij’ te doen en niet activistisch genoeg te zijn over het verlies aan echte natuur.

„Debat is goed. Ik geniet ervan. Maar ik geloof waarachtig dat mijn boek gaat over de relatie tussen mensen en de natuurlijke wereld. Over verarmde of verwaarloosde landschappen, en over hoe literatuur en cultuur zijn verweven met hoe we landschappen zien. De kritiek suggereert dat er een juiste manier bestaat om over natuur te schrijven. Sommige mensen willen inderdaad liever boze, activistische natuurboeken. Mijn boek is een rustige meditatie over verlies. Laat duizend bloemen bloeien.”

Komt er een volgend boek?

„Dat moet wel, ik heb een contract voor twee. Dit was een geweldig jaar, met prijzen en reizen. Ik heb ontdekt dat ik veel extraverter ben dan ik dacht. Na dit jaar kan ik niet in die haast woordloze havikachtige toestand terugglijden.”

Mabel is gestorven, aan een virus. Komt er een volgende havik?

„Ik dacht eerst van niet. Maar begin dit jaar was ik bij een valkerij in Ierland. Daar was een havik, Baby Dee, die ik te eten gaf. Ik merkte dat ik het moeilijk vond haar terug te geven. Dus wie weet, ooit.”