‘We hebben altijd champagne in de koelkast liggen’

Maarten Wright (40) zegde zijn kantoorbaan op en werd basisschoolmeester, Zanne Zwart (34) is hoofddocent aan de kunstacademie. „Als ik geen sportles heb, werk ik door tot tien uur ’s avonds.” 

Zanne: „Mijn basisuitrusting is een sporttas, een handtas en een werktas. Ze noemen mij ook wel de pakezel.” Foto David Galjaard

Juf en meester

Zanne: „Ik heb op de Koninklijke Academie van de Beeldende Kunsten gezeten in Den Haag. Vijftien jaar geleden ben ik er les gaan geven op de School voor Jong Talent, onze eigen middelbare school. Sinds een jaar of acht ben ik hoofddocent van alle vooropleidingen. Ik geef leiding aan 250 studenten en 35 docenten. Dat gaat van kinderen van acht tot vijftigers die hun hele leven naar de kunstacademie hebben gewild. Mensen die me voor het eerst zien moeten wel even slikken: ‘Huh? Ik had echt verwacht dat er iemand van vijftig zou binnenkomen!’”

Maarten: „Ik ben meester op de basisschool.” 

Zanne: „Sinds twee maanden.”

Maarten: „Vijf weken. Ik heb de afgelopen twee jaar in de avonduren de Pabo gedaan. Een maand geleden ben ik afgestudeerd. Hiervoor werkte ik bij een groot bouwbedrijf, op de afdeling planontwikkeling. Het was echt een kantoorbaan. Veel vergaderen, veel in de auto. Dat was niet echt mijn ding. Het kostte me energie.”

Zanne: „De functie die je had, was te weinig creatief en te weinig actief.”

Maarten: „Ik wilde graag wat anders, maar wist niet meteen wat. En de arbeidsvoorwaarden bij mijn oude baan waren heel goed.”

Zanne: „Leaseauto.”

Maarten: „Dus dat heeft me daar heel lang gehouden. Ik heb lang om me heen gekeken. Toen ben ik gastcolleges gaan geven aan de Haagse hogeschool. En dat vond ik wél heel erg leuk.”

Zanne: „Toen ik hem leerde kennen, vond ik het raar dat hij een kantoorbaan had. Hij gaat meteen met iedereen kletsen, is ontzettend sociaal. Kinderen rennen altijd op hem af, hij heeft veel geduld met ze. Ik vond hem altijd al een basisschoolmeester.”

Maarten: „De eerste weken waren heftig. Ik heb 29 kinderen in de klas. Groep vijf, ze worden acht en ze willen heel graag. Allemaal steken ze hun vinger op. ‘Meester, meester, meester!’ Dat enthousiasme vind ik heel mooi. En dat onvoorwaardelijke. Jij bent de meester. Ze zitten daar en ze vertrouwen je volledig.”

Sport is het stoplicht

Zanne: „Ik sport elke dag. In het weekend ’s ochtends, en doordeweeks ’s avonds. Ik doe RPM, een vorm van spinning, en groepslessen, Body Pump en BodyBoxx. Het is voor mij het seintje om te stoppen met werk. Als ik een groepsles heb – dan móét ik de deur uit. Ik vind het heel fijn om ergens te komen waar iedereen zegt ‘Hé hoi, leuk om je te zien, fijn dat je er bent!’ Dat is een heel andere omgeving dan de academie waar ik vaak hoor: ‘Goed dat ik je zie, want ik had je gemaild’.”

Maarten: „Sinds vijf weken sport ik niet meer elke avond.”

Zanne: „Maarten is BodyPump-instructeur, dus hij geeft zelf ook les.”

Maarten: „Dat doe ik op vrijdagavond om half zeven. Dan moet ik wel een drempeltje over aan het eind van de week. Maar het geeft ook energie.”

De pakezel en de organisator

Zanne: „Ik werk door tot tien uur ‘s avonds, als ik geen rem heb van een sportles. Anders tot een uurtje of zeven. Ze noemen mij ook wel de pakezel. Ik kom altijd bepakt en bezakt de academie binnen. Mijn basisuitrusting is een sporttas, een handtas en een werktas. Ik vind het leuker om boeken in de les te gebruiken dan internet, dus ik sleep van alles heen en weer. En ’s avonds heb ik nog een tas met heel veel eten erin voor als ik ga sporten. Om negen uur ben ik meestal thuis, ik ben de kok in huis. En als ik later thuis ben, na tienen, dan sms ik.”

Maarten: „‘Ieder voor zich’, stuurt ze dan.”

Zanne: „Dat betekent dat hij zelf moet koken.”

Maarten: „Om tien uur eten we en dan zitten we samen nog even op de bank.”

Zanne: „Dan wil ik het Journaal zien. Of iets talkshowachtigs als RTL Late Night. Maar we gaan ook vaak naar het theater, wel vijf keer per maand.”

Maarten: „Naar Pepijn hier in Den Haag, een klein theatertje. Die gewoonte is een paar jaar geleden ontstaan. Eerst gingen we met een klein groepje, nu met z’n twaalven.”

Een enorme planning

Zanne: „Elk jaar maak ik een lange lijst aan het begin van het seizoen met voorstellingen. Dan vraag ik input en stuur ik de lijst rond. En dan bestel ik in een klap alle kaartjes. Ja, ik ben nogal een organisator. Wij hebben een personeelsvereniging van de kunstacademie, die heet De Koets. Nou, driemaal raden wie het trekpaard is! Tussendoor bak ik ook nog in opdracht taarten en andere dingen. En ik maak eigen werk. Ik ben een beetje een stuiterbal.”

Maarten: „Ik verheug me nu al op een nieuwe serie.”

Zanne: „Maarten en ik doen veel en het gaat vaak in sneltreinvaart, maar dat betekent niet dat we het niet bewust doen. We hebben altijd champagne in de koelkast liggen. We vieren het leven.”

Maarten: „Dat hoeft niet per se een jubileum of een verjaardag te zijn.”

Zanne: „Als we een keer samen thuis zijn dan knallen we ook wel eens een flesje open.”