Van der Laan wil ‘relaxte’ tweede termijn

Eberhard van der Laan wil aanblijven als burgemeester, maar dan wel met meer balans tussen werk en privé.

De gemeente Amsterdam krijgt een „iets relaxtere” burgemeester. Eentje die niet langer bovenop alle dossiers zit, als een advocaat op weg naar een kort geding. Eentje die wat vaker een officiële uitnodiging afslaat. Eentje die niet de hele zondag stukken zit te lezen, maar die dan ’s avonds voor zijn gezin kookt. Eentje die om de drie weken op woensdag langs de lijn staat als zijn „gassie van zeven” voetbaltraining krijgt.

De naam van deze nieuwe burgemeester is: Eberhard van der Laan. De man die de afgelopen vijf jaar „120, 130 procent” werkte als burgemeester van Amsterdam, heeft gisteren aan commissaris van de koning in Noord-Holland, Johan Remkes, en aan de gemeenteraad laten weten dat hij na zijn eerste termijn van zes jaar, wil bijtekenen voor een nieuwe termijn. Daarbij is „meer balans nodig in mijn leven”, zo schreef hij aan de gemeenteraad. „Dat betekent niet dat ik mij voor minder dan 100 procent zal inzetten, maar wel dat ik mijn tijd anders zal indelen.”

Een van de mogelijkheden om tijd te besparen, zei Van der Laan gisteren in een toelichting, is dat hij dossiers afstoot. Op de vraag of het Wallenbeleid daarvoor in aanmerking komt, waarbij de gemeente onder meer bordeelpanden opkoopt en ze een nieuwe bestemming geeft, zei Van der Laan: „Ja, dat is een goed voorbeeld. Daar is veel gedaan en veel bereikt. Dit zou een goed moment kunnen zijn om dat project over te dragen aan een wethouder.” Prostitutie en mensenhandel, ook twee onderdelen van dat beleid, zouden volgens de burgemeester wel in zijn portefeuille moeten blijven wegens de verwevenheid met criminaliteit en openbare orde.

Hij had lang over zijn aanblijven geaarzeld, zei Van der Laan, en zijn gezin ook. „Amsterdam verdient een burgemeester die het heel graag wil.” Uiteindelijk had hij „minnetjes en plusjes” voor zichzelf op papier gezet. De suggestie dat het ’t afgelopen jaar lastig was geweest om als enige PvdA’er in het stadsbestuur te zitten, verwierp hij. De samenwerking met de wethouders in het nieuwe college vond hij een plusje.

Een van de belangrijkste uitdagingen voor de komende zes jaar is volgens Van der Laan de balans in de stad. Amsterdam is zo in trek bij bezoekers van buiten de stad, dat het college een evenwicht moet zien te bewaren tussen de genoegens van dat succes en de nadelige gevolgen van de drukte voor de Amsterdammers.

Hij wees erop dat voor buitenlanders de Randstad even goed Amsterdam is en wierp even de suggestie op dat het nieuw aan te werven Rembrandt-portret even goed in het Haagse Mauritshuis als in het Amsterdamse Rijksmuseum te zien kan zijn voor toeristen – en toen zei hij gauw dat hij daar niets over wil zeggen.

Of hij de volle tweede termijn uitzit, liet Van der Laan (60) in het midden. „Tien jaar is al lang voor de meeste burgemeesters. Ik sluit niet uit dat ik iets eerder vertrek.”