Sekswerk in de toekomst

Bernard Hulsman grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft zijn eerste indruk.

De timing had niet beter gekund. Een paar dagen voor de aankondiging van het strafrechtelijk onderzoek van de Zwitserse Justitie naar de machinaties van de FIFA-voorzitter Sepp Blatter verscheen de Nederlandse vertaling van FIFA Imperium [1] van de Britse journalist Andrew Jennings. Jennings heeft vele jaren onderzoek gedaan naar onder meer de omkoping en zelfverrijking van FIFA-bestuurders. Op basis van zijn gegevens begon de FBI in 2011 een onderzoek naar de malversaties van FIFA-bestuurders dat eind mei 2015 uitmondde in de arrestatie van zeven officials.

In FIFA Imperium, het verbijsterende verslag van zijn langdurige onderzoek naar de FIFA-praktijken, kan Jennings een zeker triomfalisme niet onderdrukken. Al in de inleiding noemt hij FIFA-bestuurders schoften en hypocrieten en omschrijft hij ze als dikzakken van wie ‘velen tientallen jaren lang zwolgen in kreeft, kaviaar en dure wijnen. (-) Soms werden ze – letterlijk – door kleine kinderen in India bestrooid met bloemblaadjes, elders door prachtige, jonge vrouwen behangen met guirlandes en, later op de dag, op seksueel vlak op hun wenken bediend.’

Zijn triomfalisme en de honende toon die daarbij hoort, zijn Jennings gegund. Hem overkwam wat wel meer onderzoeksjournalisten meemaken. Ze komen grootschalige fraude en malversaties op het spoor, doen er onderzoek naar, brengen die, met bewijzen en al, naar buiten – en vervolgens gebeurt er niets, helemaal niets.

Hoewel hij vaak werd afgeschilderd als een querulant, bleef Jennings doorgaan. Ten slotte werd hij uitgenodigd voor een gesprek met Special Agents van de FBI. ‘Ze wekten de indruk het werk te kunnen doen dat door alle andere handhavers van de wet, vooral in Zwitserland, was geschuwd’, schrijft Jennings.

Met een soortgelijke volharding als Jennings bestreed de slavist Karel van het Reve (1921-1999) algemeen aanvaarde meningen. Maar anders dan Jennings kruistocht tegen de FIFA-bonzen, hebben vele van Van het Reves stukjes uiteindelijk weinig gevolgen gehad. Zo is het geloof dat ‘een kunstenaar zijn tijd moet uitdrukken’ ondanks zijn briljante stukje ‘Willink en Sandberg’ uit 1973 nog altijd springlevend.

Veel van de kortere stukken die zoon David van het Reve in Karel van het Reve voor beginners [2] bijeen heeft gebracht, hebben dan ook nog niets van hun actualiteit verloren. Het kan bijvoorbeeld geen kwaad om er in een tijd dat je christenen kunt horen beweren dat ongelovigen geen moraal kunnen hebben, nog eens op te wijzen dat de christelijke god zich in het lange verleden vooral heeft gedragen als een amorele schurk, zoals Van het Reve aantoonde in ‘De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen.’

Waarom geen enkel beroep blijft bestaan is de stellige ondertitel van Zeg, ken jij de mosselman [3] van de Belgische journalist Sam De Kegel. Te stellig, blijkt ongeveer halverwege zijn boek over de verdwijning van beroepen als gevolg van technologische veranderingen. Want dan behandelt De Kegel een aantal ‘beroepen en mensen die evolueren’, zoals de smid, de vioolbouwer, de ambachtelijke bierbrouwer en de sekswerker.

De reportage over de sekswerker is typerend voor Zeg, ken jij de mosselman. Eerst brengt De Kegel een bezoek aan de Mega Erotica Beurs in Antwerpen, waar hij zich verbaast over genotsknotsen, clitoriszuigers en de handelsgeest van Nederlanders, vervolgens spreekt hij enkele werkers in de ‘seksindustrie’ en ten slotte trekt hij een conclusie. ‘Zal de sekswerker verdwijnen?' vraagt hij. ‘Neen, daarvan ben ik overtuigd. Maar hij (of zij) evolueert, en snel, door digitalisering en globalisering’.

Bij veel andere beroepen – en misschien ook wel bij sekswerkers – komt daar nog robotisering bij. Het beeld dat Sam De Kegel van de toekomst van de arbeid schetst, is soms somber. Zo gaat hij uitvoerig in op de voorspelling dat de verschillen tussen een kleine elite van hoog opgeleide mensen met specialistische kennis en een proletarische massa veel groter zullen worden in de nabije toekomst.

Toch eindigt Zeg, ken jij de mosselman niet in mineur. De Kegel verwacht veel van de ‘creatieve destructie’, waarmee de ontwikkeling van het kapitalisme volgens de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter gepaard gaat. Zeker, de technische ontwikkeling doet banen verdwijnen, maar schept ook letterlijk ongekende mogelijkheden voor de creatie van nieuwe. De Kegel besluit zelfs optimistisch. Sinds enige jaren heeft hij geen baan meer in de journalistiek, maar is hij zzp’er. En daar voelt hij zich wel bij. Wat hij voor de zekerheid van een baan in de plaats kreeg, is: ‘de Grote Vrijheid – al kan ik er behoorlijk mee worstelen –, meer tijd voor het gezin en mezelf, tête-à-têtes met inspirerende mensen.’