Obama nu aan zet in Syrië

De Russische interventie in Syrië dwingt de Amerikaanse president Obama tot een heldere strategie. Retoriek voldoet niet langer.

‘Don’t do stupid shit’, is het motto dat het Witte Huis off the record gebruikt als het over Syrië gaat. President Barack Obama is bang dat de Verenigde Staten een nieuw conflict ingezogen worden, waarbij onduidelijk is wanneer het ophoudt. Wacht maar af, en kijk wat er gebeurt, maar maak geen onomkeerbare fouten.

Deze strategie van laat, of helemaal niet reageren heeft de Amerikanen ook in de problemen gebracht. Of de Russische interventie van deze week nu wel of niet met Washington was overlegd, de Amerikaanse reactie oogde chaotisch en verward.

Minister John Kerry (Buitenlandse Zaken) legde een verklaring af met zijn Russische collega Lavrov, waarbij de suggestie werd gewekt van samenwerking in de strijd tegen Islamitische Staat. Op het Pentagon hield kolonel Steve Warren een heel ander verhaal. „We geloven niet dat ze IS-doelen hebben geraakt”, zei hij. „Dus we hebben een probleem. De Russen zeggen het een, en doen het ander.”

Op twee manieren werken de Russische aanvallen de VS tegen. De luchtaanvallen waren volgens het Pentagon onder meer gericht tegen groepen rebellen die door de CIA getraind en bewapend waren. Tegelijkertijd kregen de Amerikanen van Moskou te horen dat hun vliegtuigen beter niet meer in de Syrische luchtruim konden zijn.

Sinds die waarschuwing hebben de Amerikanen nog wel IS-doelen aangevallen, maar een stuk minder dan gebruikelijk. Volgens kolonel Warren komt dat niet door Russische dreigementen, maar omdat er geen goede doelen te vinden waren. Hoe dan ook, het wordt druk in het luchtruim.

Het Amerikaanse en Russische leger hebben inmiddels gesprekken gevoerd over de vraag hoe een directe botsing voorkomen kan worden. Dat zal nog lastig worden, omdat beide landen andere belangen hebben. De Russische luchtaanvallen zijn bedoeld om Assad in het zadel te houden, terwijl de VS zich primair op IS richten.

De luchtaanvallen op de groep rebellen die door de CIA zijn opgeleid, zijn extra pijnlijk voor de VS. Zij hebben de belofte gekregen van Amerikaanse luchtsteun. Blijft die uit, en dat is vrijwel zeker, dan is het wellicht snel gedaan met de samenwerking.

De strategie om ‘goedgekeurde’ rebellen te trainen, staat toch al onder grote druk. In juli verdween een groep van zo’n vijftig getrainde strijders vlak nadat ze de Syrische grens waren overgestoken. Ze werden gegijzeld door Jabhat al-Nusra, dat niet aan Amerikaanse belangen wil meewerken. Divisie 30, een andere groep, leverde in september een groot deel van de wapens meteen in aan Jabhat al-Nusra. De meeste trainingsprogramma’s zijn opgeschort.

Grote woorden

En zo staan de VS keer op keer voor voldongen feiten. „Deze puinhoop wordt mede veroorzaakt doordat de regering-Obama steeds grote woorden gebruikt, maar die vervolgens niet waarmaakt”, zegt analist Daveed Gartenstein-Ross, van denktank Foundation for Defense of Democracies.

In de zomer van 2011 zei Obama dat president Assad meteen moest verdwijnen. Een jaar later trok hij een ‘rode lijn’: als Assad chemische wapens zou gebruiken, zouden de VS militair ingrijpen. Weer een jaar later, na een gifgasaanval in de zomer van 2013, dreigde Obama met luchtaanvallen . Maar na druk van Rusland en het Congres schrok hij terug. Vorig jaar begonnen de luchtaanvallen alsnog, maar alleen op IS en aan Jabhat al-Nusra gelieerde jihadistische strijdgroepen. Assad werd ongemoeid gelaten.

De Russische bemoeienis heeft volgens Daveed Gartenstein-Ross tenminste één voordeel: Amerika wordt gedwongen na te denken over een Syrië-strategie. „Wel zo handig voor de buitenwereld, en voor Amerika zelf”.