Nederland zet zich terecht in voor zetel in Veiligheidsraad

In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties maken ‘de grote vijf’ de dienst uit. Bij de oprichting van de VN, zeventig jaar geleden, kregen de grootmachten die golden als de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog elk een permanente zetel in de raad. Ook kregen ze vetorecht, waarmee ze iedere resolutie kunnen blokkeren. Sindsdien zijn de machtsverhoudingen in de wereld sterk veranderd, maar nog altijd hebben de Verenigde Staten, Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk die bijzondere positie bij de VN.

De tien tijdelijke leden, die voor twee jaar worden gekozen, kunnen slechts in de schaduw staan van de permanente vijf. Ze worden wel ‘de toeristen’ genoemd: ze komen even kijken op het grote wereldtoneel, maar net als ze het werk een beetje in de vingers hebben, vertrekken ze alweer. Toch is het begrijpelijk dat er altijd landen zijn die zo’n tijdelijke zetel graag bezetten. Zoals Nederland, dat campagne voert om voor de periode 2017-2018 in de raad te komen. Een zetel aan de befaamde hoefijzervormige tafel brengt ook voor tijdelijke leden stemrecht met zich mee en dus invloed. Bovendien is een land dat in New York meepraat, en dus goed op de hoogte is, een waardevol contact voor andere landen – waar tijdelijke leden hun voordeel mee kunnen doen.

Nederland is van oudsher internationaal gericht, en op goede gronden. Op allerlei manieren is Nederland kwetsbaar en afhankelijk van internationale ontwikkelingen. Niet alleen in economisch opzicht, maar ook qua veiligheid en bij bijvoorbeeld de berechting van de schuldigen van het neerhalen van vlucht MH17. Bevordering van de internationale rechtsorde is niet zomaar in de Grondwet opgenomen, het is een Nederlands belang. Zo is het ook een Nederlands belang om zitting te nemen in de Veiligheidsraad, het machtigste orgaan van de VN, dat resoluties aanneemt die in het internationale recht kracht van wet hebben.

Of het zover ook komt, zal in juni blijken. Dan mogen alle 193 landen in de Algemene Vergadering van de VN hun stem uitbrengen. Voor de groep ‘West-Europa en andere landen’ komen twee zetels vrij, waarop drie landen azen: behalve Nederland ook Italië en Zweden. Nederland is voor de VN een belangrijke lidstaat die ondanks zijn bescheiden formaat tot de top-10 hoort qua financiële bijdrage aan ontwikkeling en humanitaire hulp. Nederland neemt deel aan vredesmissies, zoals in Mali, en is op allerlei terrein actief binnen de VN.

Maar de concurrentie is geducht. Italië heeft het voordeel dat het een machtiger land is, dat in de G7 zit. Zweden is net als Nederland een ‘echt VN-land’ en sterk bij de organisatie betrokken. Bovendien heeft Zweden, anders dan Nederland, niet bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking en voert het een gastvrij beleid inzake vluchtelingen en migranten. Veel lidstaten waarderen dat, zoals ook goed valt dat Zweden (anders dan Nederland, maar net als 70 procent van de VN-lidstaten) Palestina als staat erkent.

De Koning hield maandag bij de VN een sterk pleidooi voor het Koninkrijk der Nederlanden (waartoe ook Aruba, Curaçao en St Maarten horen). Komende maanden wordt de campagne in New York en in de afzonderlijke lidstaten voortgezet. Komt Nederland daarmee (voor de zesde keer) in de raad, dan is dat mooi. Lukt het niet, dan is het jammer maar geen verspilde moeite. Met deze campagne spreekt Nederland uit dat het internationaal verantwoordelijkheid wil nemen. In een tijd van groeiend nationalisme is dat hoe dan ook een belangrijke boodschap, in binnen- en buitenland.