Natuurverschijnsel

Nu mijn auto is gestolen, blijkt het een wonder dat het niet al veel eerder is gebeurd. „Ja, Volkswagen”, zeggen mannen die het kunnen weten tegen me. „Ze zijn op zoek naar Golfjes, en dan hacken ze zo’n sleutel, en dan kijken ze welke auto er reageert.” Ik knik dan zo’n beetje. „En dat kan dan zomaar jouw Caddy zijn.” Als dit eenmaal is vastgesteld, zeggen ze: „Zulk soort bestelbusjes gebruiken ze trouwens ook graag voor ramkraken.”

Dat het gewoon voor mijn deur gebeurd is, in een wijk die toch bijzonder bezadigd en haast saai is, heeft er volgens de mannen die het kunnen weten niets mee te maken. „Nee, ze rijden gewoon rond met zo’n sleutel. Bliep bliep. Maakt ze niet uit.” Met een blik van: wat had je dan gedacht?

Verder zijn de reacties in twee groepen te verdelen. De ‘kut voor je, wat een gedoe’-reacties en de ‘wat een klootzakken, laten ze met hun poten van je spullen afblijven!’-reacties.

Ik ben zelf van het eerste type. Heel veel gedoe en gezanik, maar dat er ook echt een mens achter de roof zat, besefte ik pas toen de eerste ‘wat een klootzakken!’-reactie binnenkwam. O ja, iemand is echt weggereden in mijn auto. Een persoon.

Ik zie het allemaal meer als een natuurverschijnsel. Er is een boom op je auto gevallen, en nu is hij total loss. Zoiets. (Het komt waarschijnlijk doordat ik ooit naast een soort snelweg woonde. Na verloop van tijd lukte het me om het geluid van de auto’s te interpreteren als een waterval. Daar werd het een stuk draaglijker van.)

Het zal wel heel passief en apathisch van me zijn, maar het lukt me gewoon niet om het te zien als een maatschappelijk probleem, als iets waar de overheid/de gemeente/de politie iets aan had moeten doen. Ik wil het niet, maar ik heb mezelf al horen zeggen: „Het is wat het is.”

Groot was dan ook mijn verbazing dat, direct na de roof, de topman van Volkswagen gedwongen werd om op te stappen. Blijkbaar zijn anderen wel bereid tot actie.