Minder managers: goed of slecht?

Nederland telt steeds minder managers. Vorige week meldde het CBS dat het aantal leidinggevenden in een jaar tijd daalde van 531.000 naar 490.000. En deze week werd bekend dat de KLM maar liefst een kwart van alle managers gaat ontslaan. Zo. Maar is dit nu een goede of een slechte ontwikkeling?

Laat ik niet te snel iets roepen. Volgens mij hangt het antwoord allereerst af van de vraag of die 41.000 diensthoofden, teamleiders, ploegbazen en afdelingschefs goede of slechte leidinggevenden waren. De discussie over managers gaat te vaak over kwantiteit en te weinig over kwaliteit.

De direct leidinggevende heeft een grote impact op de productiviteit, het werkplezier en de betrokkenheid van medewerkers. Volgens verschillende onderzoekers is die impact zelfs groter dan die van alle andere factoren waar een mens mee te maken heeft op het werk.

Onderzoeksbureau Gallup becijferde afgelopen jaar dat de verschillen in betrokkenheid en tevredenheid van medewerkers voor een groot deel, zo’n 70 procent, worden verklaard door de kwaliteit van de directe leidinggevende.

Volgende vraag: hoe weet je of die kwaliteit hoog of laag is? Goede managers hebben, volgens ditzelfde onderzoek, aandacht voor elke medewerker afzonderlijk. Daarbij kijken ze naar de sterke punten van elke collega en helpen hem of haar om die productief te maken. Ook belangrijk: ze voelen zich verantwoordelijk voor wat hun team presteert.

Oftewel: goede leidinggevenden zijn zich ervan bewust dat zij met hun gedrag een grote positieve – en negatieve – impact kunnen hebben op de mensen om hen heen. En: ze houden zich niet bezig met kantoorpolitiek, maar baseren hun beslissingen op de vraag wat het beste is voor de organisatie, de klanten en de medewerkers.

Mooie opsomming. Maar volgens Gallup beschikt slechts één op de vijf leidinggevenden over de noodzakelijke vaardigheden. Dat komt omdat bij het selecteren van managers nog altijd niet in de eerste plaats wordt gekeken naar de kwaliteiten op het gebied van leidinggeven, maar naar de vraag of iemand een promotie ‘verdient’.

Als de onderzoekers van Gallup gelijk hebben, dan heeft de meerderheid van de werkenden het zwaar. Veel managers doen meer kwaad dan goed. Ook andere onderzoekers en beroepsorganisaties waarschuwen al jaren dat slechte leidinggevenden bedrijven en hun medewerkers veel schade berokkenen. Die schade kan variëren van permanente stress onder medewerkers tot het vertrek van goede collega’s vanwege een slechte baas. In de Verenigde Staten geeft driekwart van de werkenden aan dat hun baas de grootste en ergste veroorzaker van stress op het werk is. En een op de twee werkenden is wel eens veranderd van werkkring vanwege een slechte direct leidinggevende. Onderzoekers zeggen: „People don’t quit jobs, they quit bosses.

Maar ook wanneer mensen het uithouden bij hun baas, wil dat niet zeggen dat het goed met ze gaat. Een ‘gewone’ manager die bijvoorbeeld zijn medewerkers niet inspireert, zijn verwachtingen gebrekkig communiceert en verzuimt het goede voorbeeld te geven, ondermijnt daarmee dag in dag uit de overige inspanningen en investeringen die er in een bedrijf worden gedaan om medewerkers te motiveren.

Een bevriende hoogleraar zei ooit: „Het is al heel wat wanneer leidinggevenden domweg geen schade aanrichten.” Ik begin steeds meer te vrezen dat dit geen ironie was.

Dus: steeds minder leidinggevenden. Is dat goed of slecht? Als de bevindingen van Gallup en collega’s een beetje kloppen, dan zullen de meeste medewerkers er geen traan om laten. Helaas voor de manager.