‘Met beeld en tekst heb ik twee wapens in handen’

Marcel Ruijters

(49) is striptekenaar. Deze week verscheen zijn boek Jheronimus, over het leven van schilder Jeroen Bosch

Foto Maurice Boyer

Aversie

Graphic novels zijn meer literair dan strips en de nadruk ligt meer op de auteur dan op de stripheld. Zo is het ook in mijn werk. Als kind kreeg ik altijd de vraag of het niet moeilijk is om steeds hetzelfde figuurtje te tekenen. Voor mij was de vraag: wíl ik wel steeds dezelfde figuur tekenen? Mijn stijl is herkenbaar, maar elk verhaal, elk boek staat los van het voorgaande. Ik wil iets maken dat er nog niet is. Ik zou graag meer financiële stabiliteit willen, maar niet ten koste van mijn beroepseer. Kijk naar Asterix en Obelix, de tanende kwaliteit van de albums. Een pretpark. Iemand zou zo’n trein moeten stoppen.”

Signatuur

„Ik begin met schetsen, in een paar lijntjes is de essentie te vangen. Op een lichtbak werk ik de schetsen uit met een penseel en Oost-Indische inkt. Wat ik maak is vrij grafisch. Mijn boek Inferno was in zwart-wit en leek sterk op houtsneden. Jheronimus heb ik digitaal ingekleurd. Ik ben niet tegen de computer, maar ik hou van concrete beelddragers, van het idee dat er sprake is van een origineel. Een expositie met computerprints heeft iets corrupts, vind ik. Bovendien worden tijdens het tekenen al mijn zintuigen aangesproken, door het gevoel van het papier, de geur van de inkt. Dat roept extra emotie op.”

Fascinatie

„Rond 2000 raakte ik geïnteresseerd in de Middeleeuwen. Later realiseerde ik me dat De Smurfen, mijn jeugdhelden, ook in die tijd leefden. Middeleeuwse kunst heeft veel stripachtigs: rare poppetjes, scheve perspectieven, drukke taferelen, expressief. We hebben een beeld van die tijd dat niet klopt, kwam ik achter, alsof iedereen zwakzinnig, gewelddadig, zwaar gelovig en ongewassen rondliep. Mensen waren gelovig, maar allerminst goedgelovig. Er was veel wantrouwen. Hoe meer ik over de Middeleeuwen las, hoe minder simplistisch die tijd bleek. Dat bracht mijn verbeelding op gang.”

Krachttoer

„In 2011 werd ik gevraagd een boek te maken over Jeroen Bosch. In 2016 is hij vijfhonderd jaar dood. Ik zei heel gretig ‘ja’, maar realiseerde me pas later hoe weinig er over zijn leven bekend is. Er is bij leven geen portret van hem gemaakt, zelfs zijn geboortejaar is onzeker. In 1463 brandde de binnenstad van Den Bosch af, was hij toen 6 of 12? Dat maakt nogal uit. Ik heb anderhalf jaar onderzoek gedaan, het voelde als een universitaire studie. Daarna moest ik al die kennis omzetten in een leuk verhaal met een aansprekend personage. Noem het verantwoord gefictionaliseerd. Verzonnen maar geen onzin.”

Oriëntatie

„Mijn leven was anders gelopen als ik in Amsterdam was geboren. Dan was ik onder de stolp blijven zitten van de stad waar alles is. Sittard gaf me het besef dat grenzen arbitrair zijn en Nederland klein. Dus waarom zou je je daartoe beperken? Ook na de kunstacademie ben ik nog lang in de provincie gebleven, heb die honger vastgehouden. Ik ben gaan netwerken en samenwerken, in Europa, Amerika. Dan stuurde ik een stapel potloodtekeningen op die iemand anders uitgewerkt terugstuurde. Die contacten betalen zich nu uit. Van Jheronimus komen er tenminste vier vertalingen. Dat lukt weinig striptekenaars.”

Gelaagdheid

„Ik werk voor underground tijdschriften, maar underground zou ik mijn werk niet noemen. Dat suggereert dat ik me afzet, dat speelt niet. Er zit maatschappijkritiek in mijn werk, ik ben een ouderwetse, linkse jongen, maar het is gecodeerd. Dantes hel in Inferno heb ik een bedrijfsstructuur gegeven, de hel moet groeien en groeien. De Louteringsberg en het Paradijs zijn al opgeslokt en onderafdelingen geworden. In Jheronimus zitten citaten en verwijzingen naar schilderijen. Dit zijn de paaseitjes, vindbaar voor wie het wil zien.”

Focus

„Met beeld en tekst heb ik twee wapens in handen, meer dan een romanschrijver. De kracht van strips is dat ze de lezer een nieuwe wereld binnentrekken. Ik heb flow nodig om die wereld te kunnen scheppen. Volhouden is het moeilijkste van dit vak. Thuis heb ik bewust geen internet, er zit geen continuïteit in mijn denken als er steeds Facebook-berichten binnenkomen. Het is niet de hoeveelheid werk maar de veelheid aan keuzes die het creatieve proces zwaar maken. Net als in het echte leven hebben keuzes gevolgen waar je dan weer mee moet dealen. Je kunt halverwege een boek niet meer terug naar het begin.”