Leeuwerik maakt een stoep van poep

Illustratie Irene de Goede

Wat kun je allemaal met poep? Nou, doortrekken bijvoorbeeld. En als de buurvrouw weer vergeten is de drol van haar hondje op te ruimen, kun je het met een stokje onder je schoen vandaan peuteren.

Maar verder? De zwarte leeuwerik weet het wel. Die legt er een stoepje van. Een stoep van poep.

Zwarte leeuweriken leven op de koude steppe in Kazachstan. Dat is een land in het midden van Azië. Het waait er bijna altijd. Daar zijn ook paarden, koeien en schapen. Die grazen en poepen. Een heleboel.

Elk jaar als het weer lente wordt, scharrelt moeder leeuwerik die stukjes poep bij elkaar. Ze is best kieskeurig. Alleen de mooiste poepbrokjes neemt ze terug naar haar nest. Ze bouwt er een stoepje van. Paardenpoep is haar favoriet. Dat ligt er genoeg op de Kazachse steppe. Maar een droge koeienvlaai kan ook, als dat zo uitkomt.

Biologen weten nu waaróm de leeuwerik zo ijverig aan haar stoepje klust. Paarden en koeien zijn lomperiken. Ze kijken nooit goed waar ze lopen. Als de leeuwerik pech heeft, stampen ze gedachteloos door haar nest. Alle eieren en jongen plat.

Maar als er een stoep van poep voor het nest ligt, kijken die slome grazers wel uit. Dan lopen ze met een ruime boog om het nest heen. Want paarden staan niet graag in paardenpoep.

Poep heeft nog een voordeel. Poep isoleert. Dat betekent dat het fijn warm blijft in het nest. In een nest mét poepstoep kan het wel een graad warmer zijn dan in nesten zonder poep, hebben biologen gemeten. Dat lijkt weinig, maar voor zo’n klein vogeltje op de koude steppe maakt het veel uit.

De leeuweriken bouwen hun stoepjes op allerlei manieren. Sommige vinden een enkele ring van poep rond het nest al goed genoeg. Andere leeuweriken kiezen voor een dubbele poepring.

Maar de slimste leeuweriken, dat zijn de leeuweriken die niet met poep gaan sjouwen. Ze bouwen hun nest gewoon middenin in de stronthoop. Veilig en warm, middenin een paardenvijg.