Joodse handel, hysterische Arabieren – kan dat zomaar?

De Gouden Koets staat alweer stof te happen in de garage, maar wat was er ook alweer mis mee? Ja, de koloniale panelen. Nrc.next toonde rond Prinsjesdag de linkerzijde van het rijtuig (Omstreden vanaf de eerste dag, 15 september).

Nu ik dat ‘Hulde der koloniën’-paneel goed heb kunnen bekijken, begrijp ik de ophef erover. Het toont de ‘Nederlandse Maagd’ als een jugendstil-godin die onderdanig wordt bediend door zwarten en Javanen. Rijdt de koning daar echt in rond buiten een museum?

Wat je er ook van vindt, je kunt zo’n paneel niet meer laten zien zonder die vraag te stellen. Maar het artikel maakte nauwelijks melding van de controverse.

Misschien viel dat me op, omdat ik de afgelopen weken een reeks vragen van lezers heb gekregen over etnische kwesties, en de vraag hoeveel antennes NRC Handelsblad daarvoor heeft. De vraag dringt nog meer op door het vluchtelingendrama, dat ook hier inmiddels tot maatschappelijke zorgen en angst leidt.

Er kwamen vragen over: de vermelding dat de gewezen partijleider Miliband van Labour een „Jood” is; de opmerking in een sportverslag dat „zwarte vrouwen” denken dat „blanken” niet kunnen sprinten. En een tirade op de Opiniepagina over de „walgelijke, destructieve hysterie” die Arabieren „eigen” zou zijn.

Het eerste geval vind ik nog goed uit te leggen. De lezer stoorde zich aan de typering van Miliband als „zelf ook Joods” (Favoriet Labourstrijd is tegen alle oorlog, 15 augustus). Ook kwam er bezwaar tegen de typering „Joodse kunsthandelaar”. (Niet naast, maar vóór je Van Gogh staan, 23 juli). Waarom moest dat?

In beide gevallen vonden de auteurs de vermelding relevant, maar ontbrak toelichting. Het ‘Joodse’ bij de kunsthandelaar deed ertoe, volgens de auteur, omdat het ging om kunsthandel in de jaren dertig, toen Joodse eigenaren onder dwang van de nazi’s hun bezit verkochten. Maar die uitleg stond er niet bij.

Over Miliband: de correspondent wilde daarmee aangeven dat Labour onder vuur ligt van Joodse critici om haar Israël-beleid, zelfs nu de partij een leider van Joodse afkomst heeft. Maar, vraagt de lezer, wat doet dat ertoe? Zit daar niet de racistische veronderstelling in dat het opmerkelijk is dat Joden elkaar afvallen? Bovendien, vraagt hij, Miliband is geen belijdend Jood. Waarom wordt hij toch zo genoemd?

In haar repliek wijst de correspondent erop dat Miliband, zoon van een marxistische vader, inderdaad nooit belijdend is geweest maar zijn Joodse afkomst geregeld zelf naar voren brengt. Joodse critici vinden dat hij zijn afkomst verloochende door te stemmen voor een Palestijnse staat en dat dat hij zich te weinig uitspreekt over antisemitisme in Europa. Joodse donoren zegden hun steun aan de partij op; het leidde ertoe dat Labour electorale steun verloor.

Relevante uitleg – die beter ook in het stuk had kunnen staan. Evenals bij een „Joodse familie” in weer een ander stuk, waar de uitleg er wel eerst stond maar werd geschrapt. Inkorten maakt meer kapot dan je lief is.

Overigens, onlangs dook de Nederlandse diplomaat Bahia Tahzib-Lie in een verder informatief stuk op als een vrouw met een „exotische” achtergrond – kennelijk kijkt de krant daar dus ook nog van op.

Tandje erbij: de zwarte sprintsters.

Na de zege van Dafne Schippers op de 200 meter in Beijing werd in het verslag gespeculeerd over blank en zwart, inclusief een opmerking over genetica (Alleen zondaars ooit sneller dan Schippers, 29 augustus). Dat ging zo: „[Haar concurrenten uit Jamaica] lijden onder Schippers’ snelheid en hebben geweldig de pest in als zij worden verslagen door een blanke. Hoewel in de genetica nooit is bewezen dat zwarte vrouwen beter kunnen sprinten, vinden zij dat van zichzelf wel.”

Dat er kinnesinne is op de sintelbaan, dat zal best. Het viel inderdaad op dat Schippers niet werd gefeliciteerd door haar Jamaicaanse concurrenten. Maar wilde de krant nu echt zeggen dat „zwarte vrouwen” in het algemeen zo denken? Hoe weet de krant dat? En welke geneticus was hier eigenlijk geraadpleegd?

De sportredacteur ter plekke, die op verzoek van de redactie in Amsterdam een ‘tweede laag’ in zijn verhaal moest aanbrengen, heeft spijt van de formulering; hij wilde alleen maar aangeven dat Schippers’ zege een dreun was voor de Jamaicaanse sprintsters.

Had het daar dan bij gelaten, denk ik. Dan maar alleen een eerste laag, met de feiten.

Nog een tandje erbij. De „hysterische” Arabieren.

Die passage kwam uit een woest opiniestuk van schrijver Hafid Bouazza, die sinds 2002 fulmineert tegen islamitische bekrompenheid (Neem ze op en je krijgt de Arabische mentaliteit erbij, 8 september). Met de massale toestroom van vluchtelingen uit het Midden-Oosten importeert Nederland volgens hem ook de walgelijke, destructieve hysterie die hun „eigen” is.

Een lezer noemt dat „expliciet racisme en opruiing tegen bevolkingsgroepen”.

Trouwens, in het stuk oppert Bouazza ook, met desperaat sarcasme, het gebruik van de „nijptang” tegen Arabische mannen die hun vrouwen mishandelen. Het Folterverdrag staat dus ook op de helling. Maar goed, laten we het erop houden dat die Hubo-metaforiek een puur retorische overdrijving is.

Maar die hysterie, Arabieren „eigen”?

De redactie Opinie was er niet over gevallen. Bouazza’s filippica, zegt de chef, is een literaire verwoording van een maatschappelijk sentiment, afkomstig van een auteur die uit ervaring spreekt. Men trekt een vergelijking met Gerard Reve en de katholieke kerk.

Dat dit een reëel bestaand geluid is, lijkt me evident. Je hoort het alom: ‘Wat moeten al die jonge mannen hier?’ De berichten over seksueel geweld in opvangkampen versterken die vrees. De media moeten die berichten serieus nemen, niet bagatelliseren – wat de krant in mijn ogen ook niet doet. NRC Handelsblad schetst geen zoetig beeld van de problematiek.

Maar dat is nog wat anders dan de sluizen openzetten voor rauwe, negentiende-eeuwse volkenkunde.

Ja, zo’n uitbarsting klinkt anders uit de mond van een schrijver wiens werk in het teken staat van de vervoering van taal en leven dan uit de mond van een antropologisch bijklussende korpschef, Kamerlid of minister. Dan zou het groot nieuws zijn.

Maar dan nog. Denigrerende generalisaties over wat een volk „eigen” is, werden ooit, nog niet zo lang geleden, racistisch gevonden – ook in NRC Handelsblad.

Zijn de tijden veranderd, is de krant dat?

Polemist Gerrit Komrij sprak in 2007 al eens de wens uit dat „alle moslims van de planeet zullen verdwijnen”, alleen al wegens hun hekel aan honden. Provocatie van een columnist – en dat was dit misschien ook. Maar een column is iets anders dan een opiniestuk dat een afgewogen bijdrage wil leveren aan het debat.

Best mogelijk dat de grens tussen een ‘betoog’ in ‘de krant’ en oprispingen op blogs en Twitter aan het vervagen is. Maar moet die grens niet ergens worden getrokken? Een hysterisch stuk tegen hysterie – het is een paradox die ik niet meer kan volgen.

Wat mij ook opviel, is dat dat deze filippica door de redactie nauwelijks werd opgemerkt als aanstootgevend. Kennelijk zijn de tijden al zo veranderd dat het ‘ook een mening’ is dat Arabieren hysterici zijn.

Toch, ook een (vrijwel) volledig witte redactie moet etnische of raciale beledigingen kunnen aanvoelen, ook zonder de nijptang te gebruiken.

Al is ook dat genetisch vast nooit bewezen.