‘Je suis Charlie’ was hysterie

De behoudende krachten zijn na ‘Charlie’ doorgeslagen, betoogt de Franse demograaf Emmanuel Todd. Maar de islam is het probleem niet; Frankrijk maakt een religieuze crisis door omdat het zelf van zijn geloof is gevallen.

Demonstratie na de aanslagen op Charlie Hebdo. Emmanual Todd: De recent ontkerkelijkte ‘neorepublikeinen’ „onthouden de godsdienstvrijheid die ze zelf genoten hebben aan de nieuwe gelovigen.”

Een Franse premier krijgt veel over zich heen, maar het komt zelden voor dat hij zich met een ingezonden stuk in de krant verweert tegen kritiek uit een debat onder intellectuelen. Manuel Valls deed het wel, verontwaardigd als hij was over de eerste verhalen in de pers over het nieuwe boek van Emmanuel Todd, Qui est Charlie?

De gezaghebbende historicus, antropoloog en demograaf rekent daarin af met de opwelling van patriottisme en ‘republikeinse’ sentimenten na de aanslagen bij Charlie Hebdo en de kosjere supermarkt in januari van dit jaar. „Hysterie” en „huichelarij”, meent hij. „We moeten weerstand bieden aan het heersende pessimisme”, schreef Valls in een stuk in Le Monde, waarin hij Todd beticht van „cynisme” en „zelfkastijding”.

Todd (64) was met de kritiek in zijn nopjes. Het enfant terrible van het Franse denkersgilde weet hoe je een zich ontspinnende rel moet voeden. Valls’ optimisme over Frankrijk deed hem denken aan dat van maarschalk Pétain tijdens Vichy, reageerde hij op televisie. En hop, daar gingen weer een paar duizend boeken over de toonbank. Na vertalingen in het Engels en het Duits verschijnt het boek komende week als Wie is Charlie? ook in Nederland.

„Dit boek is voor een onderzoeker een droom die werkelijkheid wordt”, lacht Todd in zijn bescheiden appartementje in het veertiende arrondissement van Parijs. „Het is zijn eigen experiment geworden: ik schrijf in de eerste zin dat Frankrijk in januari een aanval van hysterie heeft doorgemaakt en op het moment dat het boek verschijnt, begint de hysterie opnieuw. Dat is formidabel.”

Heel onverwacht is dat niet. Hoewel Frankrijk inmiddels is overgegaan tot de orde van de dag, dreunt het geweld van januari nog na. De slogan ‘Je suis Charlie’, toen door miljoenen omhooggehouden, duikt op vele plaatsen in Parijs en daarbuiten nog geregeld op. Ondanks de gruwelijkheden en hun constante drang naar negativisme, voelden de Fransen zich in januari een moment goed over zichzelf. Massaal waren ze in opstand gekomen tegen de barbarij en hadden ze zich achter de intrinsieke waarden van de republiek geschaard: vrijheid, gelijkheid, broederschap en laïcité, de neutrale rol van de staat tegenover religie.

En dan komt Emmanuel Todd vertellen dat de manifestaties in diepste wezen „xenofoob” en „islamofoob” waren. Dat het bepaald geen dwarsdoorsnede van de Franse bevolking was die de straat op ging: de arbeidersklasse ontbrak, de multiculturele banlieue idem. De mensen die volgens zijn modellen wél samenkwamen, waren in meerderheid wat hij noemt ‘zombie-katholieken’: hogere middenklasse, voortgekomen uit traditioneel katholieke bolwerken in de Franse periferie die de laatste decennia van het geloof zijn gevallen.

Potloodjes

Klein probleem: Todd was er zelf ook niet bij. Terwijl vier miljoen mensen in Frankrijk op zondag 11 januari voor de door president Hollande en premier Valls opgeroepen ‘republikeinse mars’ de straat opgingen, zat hij voor de televisie. Wat hij zag was, in zijn woorden, een „flash totalitaire”, een flits van totalitarisme. „Voor het eerst van mijn leven had ik het gevoel dat ik beter mijn mond kon houden, dat het geen enkele zin had als ik met kritiek zou komen of de verkeerde grapjes zou maken. Dat mensen mij dan niet als goede Fransman zouden zien”, zegt hij.

Wat hij zag? „Massa’s mensen uit de gegoede middenklasse die op commando, in opdracht van hun regering en beschermd door hun politie, zich met potloodjes in de hand solidair verklaarden met een islamofoob blad. O, wat waren ze allemaal tevreden met zichzelf: ze stonden voor de waarden van de republiek, voor het recht, nee, zelfs de plicht om karikaturen van Mohammed te tekenen, de centrale figuur voor een toch al zwakke groep in de samenleving.”

Xenofobie, zegt Todd, „was vroeger een voorrecht van de arbeidersklasse, die vooral moeite had met de Arabische zeden en culturele gewoonten. Maar in januari zag je voor het eerst hoe het de laatste jaren in de sociale structuren omhoog is geschoten. Islamofobie is veel intellectueler: mensen die de Koran lezen en zeggen dat die niet compatibel is met de Franse wetten.”

Ook Todd was geschokt, natuurlijk. Hij was bevriend met Bernard Maris, de economisch columnist van Charlie Hebdo die om het leven kwam. Er waren al Joden vermoord om hun Jood-zijn: in 2012 in Toulouse (door ‘scootermoordenaar’ Mohamed Merah) en in Brussel (door een Franse ex-jihadist in het Joods Museum). Er „knakte iets” toen de in Frankrijk geboren en getogen Amedy Coulibaly in de Hyper Cacher in Parijs, twee dagen na het bloedbad bij Charlie, opnieuw het bewijs leverde van groeiend antisemitisme in de banlieue.

„Hoe kun je tevreden demonstreren én een Frankrijk verdedigen dat zulke mensen voortbrengt? Hoe kan het dat die verrotte Franse samenleving dit soort antisemitisme produceert? Hoe kan het dat we een land zijn geworden dat structureel 10 procent werkloosheid accepteert, vooral onder jongeren met een migratie-achtergrond? De juiste morele reactie was geweest om niet te vervallen in de emotie van het moment, maar tot zelfcontrole en zelfkritiek komen. Dat was waardig geweest. Die manifestatie deed precies het tegenovergestelde en sloot daarmee grote delen van het land uit. Dat was voor mij echt onverdraaglijk.”

Uit „pure woede” begon hij demografische kaarten te maken, die de basis zijn van bijna al zijn onderzoek. Hij verzamelde gegevens van het aantal demonstranten per Franse gemeente en zette dat af tegen het aantal inwoners. De hoogste percentuele opkomst vond hij in het westen van Frankrijk, in Bretagne, maar ook in bijvoorbeeld Lyon en Toulouse gingen veel mensen de straat op. Dat zijn gebieden waar de hogere middenklasse domineert, maar ook waar de katholieke kerk lang heer en meester was en de revolutie van 1789 pas laat voet aan de grond kreeg.

De kritiek op zijn werkwijze is fors. Demograaf Hervé Le Bras, met wie Todd Le mystère français schreef, zei in Le Monde het niet eens te zijn met zijn „methodologie en zijn erg persoonlijke analyse van de statistische informatie”. Socioloog Nonna Mayer, die veel over racisme en extreem-rechts publiceerde, sprak van „simplisme”. En de linkse krant Libération was vooral verontwaardigd: ‘Blasfemie tegen 11 januari’, noteerde die op de voorpagina.

„Frankrijk is een wankel evenwicht”, zegt Todd. „Er zijn eigenlijk twee Frankrijken en het land heeft ze beide nodig. De meeste buitenlanders denken altijd in de eerste plaats aan het liberale en ietwat anarchistische gebied rond Parijs en Marseille waar de revolutie is begonnen. Dat Frankrijk daarnaast ook nog een goed functionerende staat heeft en geen zwijnenstal is, komt door de rest van het land.

Daar vind je als antropoloog meer traditionele familieverhoudingen, minder egalitair, minder individualistisch, daar is de ontkerkelijking pas in de jaren zestig begonnen. Het probleem van de laatste jaren is dat dat deel van het land, het antirevolutionaire deel, het Frankrijk van Pétain, controle heeft gekregen over het nationale systeem. Om het in Frankrijk goed te laten gaan, heb je tweederde anarchie en eenderde discipline nodig. Nu is dat andersom. Frankrijk is daarom Frankrijk niet meer.”

Blasfemeren

En dat is volgens hem in het bijzonder te zien aan de verhouding tot religie. Niet voor niets is de ondertitel van de Franse editie Sociologie van een religieuze crisis. De laïcité, de traditionele scheiding van kerk en staat, was toen de katholieke kerk nog dominant was, „tolerant” en „tamelijk pragmatisch”. Terwijl de laïcité in tijden van atheïsme nu „een geloof op zichzelf” is geworden of „de legitimatie om ongelimiteerd te blasfemeren” in een „samenleving die niet meer weet of ze gelooft in gelijkheid of ongelijkheid”, zegt hij. „Wil de moslim erkend worden als goede Fransman”, schrijft Todd, „dan moet hij verklaren dat het bespotten van zijn eigen godsdienst een goede zaak is.”

Franse scholen zijn dit nieuwe schooljaar op initiatief van de regering van Hollande en Valls lessen begonnen over de scheiding van kerk en staat om ontsporingen als die van Coulibaly en de broers Kouachi te voorkomen. Op veel scholen woeden felle discussies over het al dan niet verplichten van varkensvlees in schoolkantines. „Ik zat ooit op een openbare school in de Franse periferie. Niemand sprak over religie, maar naar goed katholiek gebruik kregen we wel iedere vrijdag vis in de schoolkantine”, herinnert Todd zich. „Niemand die daar vragen over stelde of daar problemen mee had. Door de angst voor de islam is die ontspannen vorm van laïcité totaal verdwenen en vervangen door een radicalere versie die een wig tussen bevolkingsgroepen drijft.” De recent ontkerkelijkte ‘neorepublikeinen’, zoals hij ze noemt, „onthouden de godsdienstvrijheid die ze zelf genoten hebben aan de nieuwe gelovigen”.

Zondebok

„De islamofoben zeggen dat er een vreselijk probleem met de islam is. Ik zeg: nee, de Franse samenleving gaat door een vreselijke religieuze crisis omdat ze net van haar geloof is gevallen. Je moet religie serieus nemen, vooral als die verdwijnt. Je kunt constateren dat iedere religieuze ondergang leidt tot een destabilisatie in mentaliteit, en tot het zoeken van een zondebok. Het model is natuurlijk Duitsland, waar tussen 1880 en 1930 het lutheranisme instortte. Mensen worden angstig.”

Maar is die angst niet gewoon terecht na de aanslagen? Todd: „Ik ontken niet dat er een probleem is met de radicale islam. Maar je moet ook naar de volgorde kijken: in Frankrijk is de islamofobie al begonnen voor de eerste aanslagen. De angst voor de islam bestaat, net zoals er vrouwen zijn die bang zijn voor muizen. Mijn punt is dat het probleem met de islam gecreëerd is door de crisis van het christendom en de immoraliteit van de autoriteiten. Is het niet opvallend dat 20 tot 30 procent van de jihadisten die naar Syrië gaan een christelijke achtergrond hebben? We zitten in een samenleving die nogal wat jongeren, waarvan veel moslims, totaal gestoord maakt. De oplossing is de islam te accepteren. Assimilatie komt dan ten slotte vanzelf.”