Grondstoffendrama raakt ook Damrak

Zien we de grondstoffencrisis terug op de Amsterdamse beurs? Het Damrak sloot deze week namelijk een dramatisch kwartaal af.

Zwaargewicht Shell drukt op de AEX

Een vat olie kost de helft van een jaar geleden. Koper is een kwart goedkoper. En een van de grootste grondstofhandelaren ter wereld, Glencore, verloor deze week tientallen procenten van zijn beurswaarde. Het is crisis in grondstoffenland. Wat merkt de Amsterdamse beurs daar precies van?

1 Grondstofbedrijven

Het Damrak telt drie grote grondstoffenproducenten: oliereus Shell, staalgigant ArcelorMittal en roestvrijstaalproducent Aperam, een afsplitsing van Arcelor. „De impact voor die bedrijven liegt er niet om”, constateert fondsmanager André Broijl van Mirabaud Asset Management.

Hij wijst op een bekend economisch fenomeen. „Grondstoffen zijn typische markten die getekend worden door varkenscycli.” Een varkenscyclus slaat op de wijze waarop producenten omgaan met vraag en aanbod en draagt de naam omdat het een eeuw geleden voor het eerst bij varkensfokkers geconstateerd werd. Fokkers zien de varkensprijs stijgen en gaan massaal meer varkens fokken.

Maar er gaat zeker een jaar voorbij voor ze geboren, vetgemest en op de markt aangeboden kunnen. Omdat de fokkers zich hetzelfde gedragen zijn er dan opeens zoveel varkens dat de prijs daalt en de boeren hun productie moeten inkrimpen waardoor weer een tekort ontstaat.

Datzelfde fenomeen zie je volgens Broijl op de oliemarkt. De schaliegas- en -olierevolutie heeft Verenigde Staten in enkele jaren de grootste energieproducent ter wereld gemaakt en zorgt voor extra aanbod op de markt. Ook speelt het einde van de sancties tegen Iran. Daarnaast hanteert de om inkomsten verlegen OPEC-prominent Saoedi-Arabië een nieuwe strategie: het draait namelijk niet langer de kraan dicht om de olieprijs te beïnvloeden, maar produceert hard door.

Het resultaat is een te groot aanbod van olie. De olieprijs staat nu rond de 46 dollar per vat: ongeveer de helft van een jaar geleden. En dat heeft gevolgen voor Shell. Niet alleen qua beurskoers (ten opzichte van het hoogste punt dit jaar in april verloor Shell een kwart van de beurswaarde) maar ook qua strategie.

Deze week kondigde de oliereus namelijk aan dat het de Noordpool laat voor wat die is en niet voor de kust van Alaska gaat boren. Tegen deze olieprijs is het de moeite niet waard. Vanuit varkenscyclusperspectief overigens een teken dat het aanbod langzaamaan beperkt wordt. Shell-beleggers reageerden tevreden, de koers is sindsdien op weg omhoog.

Naast het terugtrekken van Shell uit Alaska was ook de zoveelste koersdreun van de in Londen genoteerde grondstoffenproducent en handelaar Glencore groot nieuws. Glencore verloor maandag na een negatief analistenrapport 30 procent van de waarde. Aandelen van het bedrijf dat in 2011 voor meer dan 5 pond naar de beurs ging, wisselen nu voor zelfs minder dan een pond van handen.

Volgens portfoliomanager Christopher Ho van Mint Tower Capital management werkt een dergelijke klap bij een zo’n wereldspeler „heel hard door” op grondstoffenfondsen aan het Damrak. Zo ging ArcelorMittal , de Luxemburgse staalproducent met een Indiase grootaandeelhouders, in het kielzog van Glencore 8,25 procent onderuit.

2 Grondstofgebruikers

De lage grondstofprijzen hebben ook een keerzijde, want er zijn ook bedrijven die er van profiteren, zegt Broijl. Zo heeft Unilever baat van lagere prijzen van grondstoffen die ze in hun producten verwerken (neem soja en graan). „Dat geldt ook voor DSM en AkzoNobel die voor hun eindproducten grondstoffen gebruiken waarbij de prijs wordt afgeleid van olie.”

Ivan Moen, hoofd beleggingen van Optimix, wijst er wel op dat die lagere grondstofkosten „ondergeschikt” zijn aan de situatie op de afzetmarkten. Hij verwacht dat de winst die bedrijven als DSM en AkzoNobel halen uit goedkopere grondstoffen teniet wordt gedaan door de problemen op de belangrijke afzetmarkt China.

De wereldwijde beurzen zijn hard gaan dalen toen China twee maanden geleden de munt devalueerde en beleggers daarin tekenen zagen van een sterk afkoelende economie. „DSM is flink actief in China en je ziet nu dat ze investeringen terugschroeven.”

3 De index

Op 10 augustus stond de AEX nog op de 500 punten. Deze week sloot de index het kwartaal af op 421 punten: 15 procent lager. Dat betekent het slechtste derde kwartaal in vier jaar.

Een deel daarvan is direct terug te voeren naar de grondstoffenfondsen, al is er een groot verschil in gewicht. Shell daalde afgelopen kwartaal 19 procent en ArcelorMital zelfs bijna 50 procent. Maar omdat de staalreus maar voor 1,28 procent de AEX-index bepaalt is die daling heeft dat relatief weinig invloed. Shell (goed voor 13,45 procent van het gewicht) drukt veel zwaarder op de beursgraadmeter.

Al met al is Moen niet heel positief voor de komende tijd. „Grondstofprijzen zullen blijven dalen tot er meer balans is en de overcapaciteit verdwijnt”, verwacht hij. En dat gebeurt alleen door faillissementen en grote desinvesteringen. „We staan nog maar aan het begin. Pas als de grondstoffensector is gekrompen zal er een nieuwe opwaartse cyclus ontstaan, met kansen voor AEX-bedrijven als DSM, Shell en ArcelorMittal.”