Eenling tegen het ‘onbenul’ der weldenkenden

Foto Martijn Beekman/ ANP

Het is de minst dankbare polemiek denkbaar, waar geen columnist zijn vingers nog aan zou willen branden. Maar René Marres trok er graag zijn rode potlood voor. Bijna een kwart eeuw na het massieve Weinreb-rapport van het RIOD (1976), waarmee een lange columnistenoorlog over de kwestie werd beslecht, groef hij de strijdbijl op.

Niet dat de neerlandicus Marres, gepromoveerd op de Anton Wachter-romans van Simon Vestdijk, zichzelf zag als ‘Weinrebbiaan’. Hij bewonderde „de literaire kwaliteit” van Weinrebs (volgens het RIOD onbetrouwbare) memoires, zei hij in De Groene Amsterdammer. Maar hij hield ook van polemiseren, liefst tegen de klippen op. Al in zijn academische werk had hij „een voorkeur voor non-conformisten in de traditie van Du Perron en Hermans”, zei hij.

Over Weinreb publiceerde hij in 1999, werkzaam als universitair docent moderne letterkunde in Leiden, een pamflet dat zes jaar later in herziene vorm verscheen bij de kleine uitgeverij Aspekt, Frederick Weinreb - verzetsman en groot schrijver. Met micro-argumentatie en exegese op zinsniveau probeerde Marres hardnekkig het ongelijk van Weinrebs aanklagers aan te tonen. De Joodse econoom en zelfgeschoold geestelijk leidsman, beschuldigd van zwendel met emigratielijsten en na de oorlog veroordeeld wegens collaboratie, was volgens hem „groot onrecht” aangedaan.

In zijn eigen ogen slaagde Marres glansrijk en had hij het requisitoir „in puin” geschoten. Maar volgens critici was zijn precisie schijn en getuigden zijn conclusies vooral van selectief lezen en gebrek aan historische kennis. Historica Regina Grüter, gepromoveerd op de zaak-Weinreb, deed zijn werk af als „oude wijn in oude zakken”. Een nieuwe affaire werd het niet.

Het leek Marres, eigenzinnige en dwarse eenling, weinig te deren. Na zijn pensioen meldde hij zich aan de nieuwe polemische fronten die in Nederland waren geopend. In twee Aspekt-pamfletten, Vermoord en verbannen. De aanvallen op Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali en De verdediging van het vrije woord, bestreed hij de bestrijders van Fortuyn, Hirsi Ali en Geert Wilders. Voor het weblog Hoeiboei hekelde hij het „onbenul” van de „weldenkenden” – waartoe hij ook NRC Handelsblad rekende. Hij werd getypeerd als „rechtse vrijdenker”.

René Marres was ook een gewaardeerd redacteur van de Vestdijkkroniek, waar hij veel voor schreef. En filosoof: hij werkte aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij vertrok door bezuinigingen. Een ex-collega herinnert zich hem als een „onopvallende, licht mensenschuwe” denker. Maar dan toch één die zich opvallend, en weinig schuw, uitleefde in de polemiek.

Marres, die leefde als vrijgezel, overleed in zijn woonplaats Diemen.