De lieve vrede bestaat niet

Cabaretier Sara Kroos (34) trekt deze maand door het land met een nieuwe voorstelling en publiceert een bakboek, met taarten voor bij burnout of herfstweer. Doorgefokt is haar achtste show. „Ik ga niet met rode wijn wachten op inspiratie.”

Tekst Joke Mat Foto Andreas Terlaak

Zoute karamel

„Mijn grootste hobby is het bakken en echt mooi garneren van taarten. Mensen die bij mij aan de keukentafel zitten met liefdesverdriet of iets te vieren schotel ik altijd iets lekkers voor. Ik heb een vriendin, niet ‘mijn vriendin’ moet ik er dan altijd bij zeggen, die patissier is. Wij hebben nu samen een bakboek gemaakt. Zij de recepten, ik de verhalen. We hebben bijvoorbeeld een taartje met zoute karamel. Dat staat voor tranen, afscheid. Daar staat een verhaal bij over een vriend van mij die vorig jaar overleden is. We hebben ook een koffiepepertaartje, dat kun je maken voor iemand met burnout. Ontslag is bitter en zuur, meringue en gember, geloof ik. Mijn lievelingstaart is de herfstdiptaart, een troostrijke volle taart met appel, kaneel, amandelspijs, noten. Echt voor bij de thee met de regen op de ramen.”

Koffiedik

„De verhalen gaan ook over mijn relatie met mijn gewicht. Dat schommelt 25 kilo, al jaren en jaren. Mijn BMI is te hoog, mijn vetpercentage is te hoog, mijn kont is te dik. Dat ik dat vind heeft niets te maken met de omgeving of het schoonheidsideaal. Ik voel me beter, sterker als ik op een ander gewicht zit. Op dit moment ben ik er twaalf kilo vanaf. Ik heb al die boeken gelezen: afvallen, ontslakken, diëten. Ze beloven gouden bergen en lossen niets in. Zo’n boek wilde ik niet maken, ik ben niet van de missie, de boodschap. In mijn voorstellingen zit ook geen moraal, sterker, ik heb een allergie voor het geheven vingertje. In mijn bakboek zeg ik juist dat ik het helemaal niet weet. Al mijn falen in het afvallen staat erin. En tips. Zorg dat je niks in huis hebt. Als je wel iets in huis hebt: gooi het in de prullenbak. Met wat azijn of koffiedik erover. Want de échte verslaafde gaat het ’s nachts weer uit die prullenbak halen.”

Doorgefokt

„Perfectie is altijd een thema geweest bij mij. In mijn sportschool hangt zo’n poster, zwart-wit, een meisje in de olie met een enorm strak lijf. Dát ga ik niet worden, hoe vaak ik ook op die apparaten sta. De blanke perfecte slanke heteronorm sluit zoveel mensen buiten. Ik ken niemand die niet iets heeft. Een allergie, een aandoening, een been dat krom staat. De gedachte van mijn nieuwe show is: ik denk dat wij mensen als rashonden zijn doorgefokt en dat er zo allemaal weeffouten zijn ontstaan. Het begint met een paar zinnen die ik opschrijf in een notitieboekje. Voorbeeld: Het koffiezetapparaat zegt ‘afvalbak legen’. Dat heb ik gedaan. Maar het zegt nog steeds ‘afvalbak legen’. Link met het thema: het is een systeemfout. Dat is uiteindelijk een lijn in de voorstelling geworden. Ik maak kleine dingen groot en grote dingen klein.”

Trui

„Ik hou niet van de aanval in de humor. Naar beneden halen, afzeiken. Stel er zit iemand vooraan in de zaal met een gekke gele trui. Daar kun je een hele voorstelling aan relateren. Dan heb je één iemand die de pispaal is. Wat in de kroeg ook gebeurt, of op het schoolplein. Waarbij ‘gele trui’ staat voor een ander geloof, een andere seksuele voorkeur. Ik begin liever bij wat ik verkeerd doe, niet snap. Ik ben ook niet politiek geëngageerd. Ik kan met enorm veel bewondering naar de conferences van Youp van ’t Hek kijken, hij slaat elke keer de spijker op zijn kop. Dolf Jansen, Pieter Derks, Claudia de Breij – zij hebben een wezenlijke interesse in politieke dingen, dingen die spelen. Mijn wezenlijke interesse ligt daar niet. Die is: hoe gaan we als mensen met elkaar om. Wat scheelt er aan ons.”

Lieve vrede

„Ik ben opgegroeid in een strengchristelijke omgeving, maar mijn ouders waren zelf wat vrijer in de leer. De tv mocht op zondag gewoon aan. Maar ik zat wel op een christelijke school, mocht niet uit, geen drugs gebruiken en niet voor m’n achttiende met iemand naar bed. In de bredere familie heerste het oud-gereformeerde idee van we hebben het er niet over, we vegen het onder het vloerkleed. Om de lieve vrede. Het erkennen van wat lastig is, van dingen waarmee je elkaar kwetst, dat doe je niet in de gereformeerde cultuur die ik ken. Of het seksueel misbruik is – wat ik zelf heb meegemaakt – of verdriet, een sterfgeval, gekte, somberheid: Je komt een kamer in, iedereen weet ervan, niemand praat erover. Ik hou van pijnpunten benoemen. De lieve vrede bestaat niet. Vrede wel. Maar nadat je erover gepraat hebt. Nadat het benoemd is.”

Blowen

„Het grote verschil tussen mijn eigen opvoeding en hoe ik mijn dochter opvoed is dat ik geen angst inboezem . Mijn moeder zei altijd ‘wees bang voor het kwaad, wees bang voor de boze wereld’. Tegen mijn dochter, ze is nu twaalf, zeg ik: als jij een keer wilt blowen, zou je het dan alsjeblieft bij ons in de tuin willen doen, desnoods steek ik hem voor je aan. Ik geef wel dezelfde waarden mee: zorgvuldig kijken naar de ander, en pret maken. Mijn ouders hebben altijd van het leven kunnen genieten. Ze reizen veel en kunnen het werk neerleggen: nu gaan we een borreltje drinken.”

Arbeidsethos

„Ik speel een voorstelling tweehonderd keer maar er zit geen routine in. De zaal, het publiek, is altijd anders. Als het de eerste tien minuten wat stroever gaat denk ik: Moet er gas bij? Moet ik het openbreken met een improvisatie? Er is altijd een sleutel te vinden zodat uiteindelijk het dak eraf gaat. De voorstelling moet elke keer op zijn best. Dat is denk ik mijn calvinistische arbeidsethos. Mijn vrouw heeft een theaterschool voor jongeren. Als die kinderen zeggen: ‘ik red het wel, ik heb zoveel talent’, dan valt mijn bek toch wel open. Beroemd willen worden heeft bij mij sowieso nooit een rol gespeeld. En ik had bewondering voor de mensen die mij voorgingen. Brigitte Kaandorp, Karin Bloemen. Bewondering voor iemand die lichtjaren verder is dan jij, vind ik wel gezond. Goddank heeft mijn moeder nooit gezegd: Je hebt talent, je bent zo grappig. Mijn vader, hij is 72, zegt nog steeds tegen mij: Je weet het niet. Of ze volgend jaar weer in de zaal zitten. En wat ga je dan doen.”

Ambacht

Doorgefokt is mijn achtste show. Aan het begin van elk seizoen zit ik met mijn regisseur, manager en vrouw aan tafel: gaan we wel of niet een nieuwe tournee boeken. Ik móét niet. Maar ik heb nog nooit gehad dat ik geen ideeën had. Ik heb altijd te veel ideeën. Ik schrijf ook als ik geen voorstelling heb, ik ga niet met rode wijn wachten op inspiratie. Inspiratie vind ik een heel lastig woord. Het is ook gewoon een ambacht. De slager heeft toch ook niet geen biefstukjes omdat hij geen inspiratie had? Wat ik doe is net zo goed een vak. Ik moet wakker blijven in mijn hoofd. Mezelf voeden. Op reis gaan, veel dingen zien.”

Première

„Nerveus ben ik nooit behalve bij premières. Vréselijk. Sta je daar in de coulissen, zie je ze allemaal zitten: de recensenten. Ik nodig dan nooit familie en vrienden uit want dan word ik gek. Ik heb een perspremière en een vriendenpremière. Het is de nervositeit van de zestienjarige die een mondeling examen heeft, het slaat nergens op. Ik ben nog nooit finaal de grond in geschreven. Dat zou me wel meer raken dan als er weer eens op Twitter staat: ‘Dikke hoer je bent niet grappig’. Heel erg zou ik vinden als ze schrijven: ‘Ze doet maar iets deze keer’, of ‘slordig’. Want dat is gewoon niet waar.”