De Hulpmotorclub

Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen hebben sinds een paar maanden een atelier in culturele vrijhaven Ruigoord.

Het stikt van de ligfietsechtparen die op hun vrije dag even een kijkje komen nemen in Ruigoord. Dat moet kunnen, daarin ben ik heel makkelijk als atelierhouder aldaar. Ik zwaai zelfs uit het raam als ze binnen kijken.

Over Ruigoord hoor ik mensen nog wel eens dingen zeggen in de trant van: „Dat is een wereldje apart.” Van de week nog klonk het op uit een fietsclubje van door de ANWB goedgekeurde senioren met hulpmotoren, die nieuwsgierig door de culturele vrijhaven kwamen fakefietsen: „Dit is inderdaad wel een wereldje apart.”

Inderdaad?

Ze hadden blijkbaar al iets gehoord van het wereldje apart dat zomaar van alles doet zonder bouw- en woningtoezicht.

Maar apart waarvan bedoelen ze? Apart van hun wereld. De grote normale wereld waar de vensterbankpolitie controleert of iedereen wel twee porseleinen Praxispoezen of twee Intratuinboeddha’s in de vensterbank heeft staan.

De wereld met de levenslange files, ook na het pensioen. Zoals de eindeloze stoet ontbijtbejaarden op weg naar Ikea omdat ze daar voor een eurootje onbeperkt afbak-tuinboeddha-burgers met aspartaamtapenade achter de knopen kunnen stapelen.

Enfin, het lijkt me geen pretje zo op je ouwe dag met je broodbuik in de ballenbak, want daar val je vanzelf in na zo’n ontbijt.

Het valt ook niet mee om die buik eraf te fietsen met je hulpmotor.

„Daar heb je die man met die groene snor, waar Tine het over had”, roept een van de vrouwen tussen de hulpmotoren vandaan.

„Was dat die met dat haar?”

„Nee die jongen met dat haar was wat anders. Ik heb het over die man met die groene snor.”

Ik sta in de tuin en hoor het gesprek. „O, die? Wat was er ook alweer met hem?”

„Hij was naakt aan het grasmaaien!”

„Met die groene snor?”

„Met die groene snor!”

De club ligt in een deuk.

„Wat is er zo leuk?”, vraagt de oud-provo met de groene snor. „Mijn snor?”

„Ja, waarom heeft u die?”

„Groen ontspant”, zegt de bejaarde.

Er valt een stilte, die wordt verbroken als de man met de snor de hoek om is...

„Zag je dat net?”, waaiert er op uit de kring. „Wat?”

„Die koelkast voor het raam. Verderop staat een koelkast middenin de woonkamer voor het raam.”

„O jammer, dat heb ik niet gezien. Is het heus? Hoe krijg je zoiets voor elkaar?”

„Dat komt”, leg ik uit, „omdat de atelierhouder hem in de vensterbank wilde zetten. Hij wilde tegemoetkomen aan de tweedingenvensterbankwet, maar de eerste paste al niet.”