De euforie voorbij

De afgelopen jaren waren fantastisch voor grondstoffenproducenten. De belangrijkste afnemer is China. De economische groei lag daar lange tijd bijzonder hoog en dit zorgde voor een schier oneindige vraag. De belangrijkste aanjager was de overheid, die grootschalige investeringen deed in de infrastructuur. Op termijn is dat echter onhoudbaar. In 2007 oversteeg het Chinese bruto nationaal product per hoofd van de bevolking de grens van 7.000 dollar. In andere landen in de regio, zoals Korea (in 1988) en Japan (1969), daalde in de jaren daarna de economische groei. Het is nu eenmaal minder makkelijk om even hard te blijven groeien vanaf een hoger welvaartsniveau. Het goede nieuws is dat de Chinese groei relatief hoog kan blijven en door een verschuiving van investeringen naar consumptie, bestendiger wordt. Dat is op de lange termijn goed nieuws voor de wereldeconomie, maar niet voor de grondstoffenmarkt.