Als ze zich maar wel aanpassen

Aan de vooravond van Dierendag kijken velen uit naar de komst van de wolf. Maar die wilde wolf moet wel inburgeren en in zijn reservaat blijven. Hoedt u voor ‘probleemwolven’.

Sinds in maart van dit jaar, voor het eerst in anderhalve eeuw, een wilde wolf werd gespot in Drenthe en later in Groningen, zie ik ze regelmatig. Ik besefte het eerder niet, maar kennelijk wil ik zo graag dat de wolf, uit eigen beweging, terugkeert naar Nederland en zich daar vestigt dat ik nu overal ‘wolven’ zie, zelfs in de stad.

De zwerfwolf die uit de omgeving van Hamburg kwam, werd niet alleen op het platteland gesignaleerd, maar dook op zeker moment op in een woonwijk van Hoogezand. Ik ben, sinds ik op youtube de ongelooflijke filmbeelden zag van dit dier, ver heen. Ik wil wolven zien, hoop vurig op een ontmoeting, wil contact. Ik lijd aan ‘wolfsverwachting’, en zoals ik inmiddels heb begrepen, vele biologen en natuurliefhebbers met mij.

Voor het eerst in jaren merkte ik het boek Wolf van Gerard Reve op in mijn boekenkast, ik ging naar de film The Wolfpack, lunchte bij restaurant Wolf in Amsterdam, en zag, als voorlopig hoogtepunt, onlangs een volwassen wolf wegschieten in het pashokje van een kledingzaak in de negen straatjes. Ging grootmoeder een jurk uitzoeken?

Wolven werden aanbeden door traditioneel levende Kwakiutl, Native Americans. Ze zagen wolven als machtige dieren met een aantal menselijke eigenschappen, zoals hun vermogen om samen te werken en het onderhouden van een complexe sociale organisatie. Ook herkenden ze het uithoudingsvermogen en het slimme jagen. Dat beschrijven Dick Klees en vier medeauteurs in een informatief boek(je), De wolf terug. Eng of enerverend?

Wolven, zo werd door Kwakiutl gedacht, zouden invloedrijk zijn en in contact staan met een bovennatuurlijke wereld. Het was daarom van levensbelang de wolf gunstig te stemmen door regelmatig een wolvendans uit te voeren. Daarbij droeg de danser een wolvenmasker en nam zoveel mogelijk de gedaante van de wolf aan, een alom beproefde methode om greep te krijgen op het ongrijpbare.

De wolfdanser imiteerde de wijze van voortbewegen van wolven door op handen en voeten te lopen, speelde na hoe een wolf zijn prooi aan flarden scheurt, en jankte en huilde daarbij. Zo had hij contact met echte wolven. In het rijke boek Of Wolves and Men, van Barry Holstun Lopez uit 1995 worden meer voorbeelden beschreven van wolvenverering door Native Americans en Nunamiut Eskimos. Het fenomeen was in deze regio wijdverbreid.

Ook in Europa komt de identificatie met wolven veel voor. Een wolvenroedel – wolfpack – bestaat uit een ouderpaar met jongen, vaak uit verschillende jaren, een kernfamilie. Als de voedselcondities in het territorium gunstig zijn, kan dat oplopen tot wel twintig of dertig dieren. Jonge militairen, of testosteronrijke mannen zoals bendeleden, identificeren zich nogal eens met zo’n roedel. Waarschijnlijk zien ze vooral voor zich dat wolven vrij rondzwerven, alsof zij zich afzijdig houden van ‘de gevestigde orde,’ en lak hebben aan regels of conventies. Wolven als symbool voor een avontuurlijk bestaan in de marge. Het is de vraag of deze jonge mannen ooit wolven langdurig in het wild hebben geobserveerd, want een wolvenroedel heeft meer weg van een ideaal CDA-gezin.

Jong volwassen wolven verlaten hun geboortegroep als ze een tot drie jaar oud zijn, op zoek naar een geschikte plek buiten het ouderlijk territorium om met een wolf van het andere geslacht een nieuwe roedel te vestigen. In die fase kunnen wolven gemakkelijk enkele honderden kilometers afleggen, afhankelijk van de grootte van het territorium van de roedel waarvan zij zich losmaken. Jonge wolven beginnen al te oefenen voordat ze de roedel definitief verlaten door korte uitstapjes te maken, waarbij zich ze zich steeds verder van huis wagen. Die excursies maken de indruk random te zijn. Welke richting ze uitlopen, lijkt min of meer toevallig. Dat is interessant, want het suggereert dat de jong volwassenen er bij het riskante zoeken naar nieuw territorium geen flauw benul van hebben waar dat te vinden zou zijn. Op pad als ‘een kip zonder kop’ als overlevingsstrategie, wie had dat gedacht van deze behoedzame, sluwe jagers met grote sociale vaardigheden? Je zou verwachten dat de mensenschuwe wolven overbevolkte gebieden met een dicht wegennet zouden mijden om richting Polen of naar het Oosten van Duitsland te gaan – of nog aanlokkelijker, af te zwenken naar de Franse Ardèche. Dat het zoeken van nieuw terrein kennelijk op goed geluk gebeurt, verklaart in ieder geval wel waarom zwerfwolven ook onze kant op komen. En het maakt ook duidelijk dat de komst van de wolf naar Nederland onvermijdelijk is.

Walhalla

Vlak over de Nederlands–Duitse grens, op twee vrijwel mensloze militaire oefenterreinen in het Duitse Nordhorn en Meppen, werd in april van het vorig jaar enkele malen melding gemaakt van een wolf die ook fotografisch werd vastgelegd. Ze waren de Nederlands-Duitse grens zo dicht genaderd dat ze gemakkelijk binnen een dag een uitstapje over de grens hadden kunnen maken om daar te gaan ‘shoppen’ en zich eventueel in dit nieuwe Walhalla te vestigen. Op het eerste gezicht geen gek idee, want volgens de ecologen van onderzoeksbureau Alterra in Wageningen zou er in Nederland zeker plek zijn voor enkele wolvenroedels, bijvoorbeeld bij de Oostvaardersplassen of op de Veluwe.

Millennia lang kwamen er, in het gebied dat tegenwoordig Nederland heet, wolven voor totdat, na eeuwenlang persistent te zijn vervolgd en bejaagd, het laatste exemplaar in 1869 in Limburg werd doodgeschoten. En al bleef het sprookje over Roodkapje en de boze wolf bewaard in het collectief geheugen, de herinnering aan echte wolven verflauwde totdat, enkele jaren geleden, het aantal berichten over de terugkerende wolf in de media sterk toenam. Sinds de val van de muur in 1989 zijn wolven uit Polen en voormalig Oost-Duitsland steeds verder opgerukt in westelijke richting. In Europese natuurreservaten, de Nederlandse inclusief, blijken de omstandigheden ontegenzeggelijk gunstiger voor de wolf dan in lange tijd het geval is geweest, want sinds de conventie van Bern uit 1987 is de wolf in heel Europa een beschermde diersoort.

Veel Nederlanders, onder wie ikzelf, verlangen naar ongerepte natuur waar je niet voor elke braam die je plukken wilt eerst een nummertje hoeft te trekken. Het is opwindend te weten dat je tijdens een wandeling een zeearend, slechtvalk, of wilde kat zou kunnen ontmoeten. Het hoeft niet eens echt te gebeuren om toch iets toe te voegen aan de ervaring. De wetenschap dat het dier in de buurt is, al is het moeilijk te vinden, maakt het spannend.

Alleen, waar blijven ze nou? Er mag dan af en toe een zwerfwolf worden gezien, van een roedel stichten komt nog altijd niets terecht. Ik vermoed eigenlijk dat ze helemaal geen zin hebben om in ons land te blijven. Want in Nederland vindt geen animistische wolvendans plaats, zoals bij de Native Americans, maar een tamelijk formele bureaucratische dans van woorden, letters, mappen en dossiers om de wolf te bezweren. Ik vrees dat wolven daar weinig affiniteit mee hebben, al waren hun grootouders in het voormalige Oostblok echt wel wat gewend. De eerste wolvenroedel heeft zich hier nog niet gevestigd of regelgevers, natuurbeschermers, jagers, natuurliefhebbers, boeren, journalisten, steken elkaar de loef af over wat er zou moeten gebeuren als het eenmaal zover is. Er wordt onderzoek gedaan door talloze ecologen en natuurbeschermers. Er wordt overlegd, bespiegeld, college gegeven en geschreven over de komst van wolf en hoe daarmee om te gaan. Nederlanders anticiperen zich helemaal suf -ik doe er, toegegeven, volop aan mee – dat is onze manier van omgaan met het ongrijpbare. Het land van code rood en code oranje. Vroeger lieten we een onweer over ons komen, tegenwoordig wemelt het van de voorzorgsmaatregelen.

Er is behalve het enthousiasme over de komst van de wolf, ook een wijdverbreide angst, al is bekend dat ze hoogst zelden mensen aanvallen. ‘Grootmoeder, fijne predator aan de top van de voedselpiramide, die onze ecosystemen zolang hebben moeten ontberen, belooft u plechtig u uw scherpe tanden nooit te gebruiken?’ ‘Dat hangt ervan af mijn lief kind, of ik me welkom voel.’

Dat er een ambivalente houding bestaat ten opzichte van de wolf is op zich niet bijzonder. In de Griekse mythologie is die ook te herkennen. In de vertelling van Artemis en Apollo bijvoorbeeld is de wolf de brenger van het licht, terwijl in de fabels van Aesopus de wolf een duistere figurant is. De Grieken hadden een zeker respect voor de wolf, maar duldden het niet als wolven schapen doodden. Invloedrijk is de fabel ‘De wolf en het lam,’ waarin de wolf wordt neergezet als sluwe en tirannieke verleider, die een lam verbaal in de hoek drijft en daarmee het opeten van het ‘domme schaap’ wil rechtvaardigen. Uit deze fabel stamt waarschijnlijk de uitdrukking Homo homini lupus, de mens is een wolf voor zijn medemens.

Schaap in wolfskleren

Ook in Nederland is sprake van ambivalentie, maar hier worden de gevoelens wel zeer vreemd gemengd. Aan de ene kant bestaat er het verlangen naar de komst van een geducht wild dier, maar tegelijkertijd wordt vrij breed de mening gedeeld dat het zich dan wel aan de regels moet houden. Want een bos in Nederland is petieterig vergeleken met de uitgestrekte wouden in Canada, of de Italiaanse Apennijnen, waar de wolf nooit is weg geweest. Het scheelt weinig of de wilde wolf moet zich gaan houden aan een rij wolvengeboden op straffe te worden gevangen en afgevoerd naar een asiel voor ‘probleemwolven’, jazeker het woord bestaat echt, waarvan het personeel vermoedelijk al in opleiding is, nog voordat de eerste wolf zich heeft durven vestigen. Een echte wilde wolf? Veel Nederlanders zien liever een schaap in wolfskleren komen, een ingeburgerde wolf die, zachtjes het Wilhelmus neuriënd, keurig binnen de grenzen van De Kroondomeinen blijft en niet ineens opduikt naast een kinderwagen in een winkelstraat, of bij het afval van een supermarkt in Apeldoorn.

Sommigen vrezen ook dat wolven in dat opzicht vossen achterna zouden kunnen gaan die zich meer en meer ophouden in een urbane omgeving. Dat lijkt me niet uitgesloten. Volgens antropoloog Jet Bakels, gespecialiseerd in mens-dier relaties, zouden dergelijke wolven opdringerig kunnen worden, zoals ook met de beren in de VS regelmatig is gebeurd. Tenslotte moet de hond, meer dan 15.000 jaar geleden, zo uit de wolf zijn ontstaan. Door zich steeds dichter te wagen bij menselijke nederzettingen van jagers en verzamelaars en hun afval te eten. Alle hondenrassen, van Deense doggen tot pekineesjes, is inmiddels door vergelijkend DNA-onderzoek vastgesteld, stammen af van wolven. Jagers en verzamelaars moeten destijds generaties lang hebben geselecteerd op kenmerken van wolvenpuppy’s als mensvriendelijkheid, gebrek aan agressie, jeugdkenmerken. Door kunstmatige selectie kan zo in tien, of hoogstens twintig generaties, een hond worden gefokt uit wolven. Het moet in principe zelfs mogelijk zijn het proces te herhalen en opnieuw een hond te fokken met hedendaagse wolven, die relatief mensvriendelijk zijn en weinig angst voor mensen hebben, als uitgangspunt. Ik doop hem vast Canis vinex.

Een wilde wolf die niet wil degraderen tot ‘probleemwolf,’ is verplicht zelf prooien te vangen binnen de grenzen van het reservaat. Reeën, herten, zwijnen, kwijnende heckrunderen indien voorhanden, of eventueel een verzwakt edelhert, maar hij mag geen afval eten of lamskoteletten snaaien bij de Aldi. En levende gedomesticeerde dieren, of mensen eten is natuurlijk – goed woord in dit verband – helemaal taboe. Wolf wees wild! Eet wilde prooien, desnoods muizen, maar vergrijp je niet aan lammeren, schapen, of kalveren, want dan gaat er over je vergaderd worden. Dergelijke ‘probleemwolven’ worden in Duitsland en Frankrijk bestreden, onder meer met honden die schapen beschermen. Zo wordt ‘natuur’ dus met ‘cultuur,’ of preciezer geformuleerd gedomesticeerde natuur, bestreden. In de middeleeuwen werden wolven niet zelden berecht als ze schapen, of lammeren hadden gedood. Soms werden zij zelfs als mens gekleed voordat ze aan de galg werden opgehangen. Een maatregel die criminelen en afvalligen van de kerk moest waarschuwen tegen wat hen te wachten stond als ook zij zich al te vrij en frivool zouden gedragen.

De lijst van geboden wordt de laatste jaren snel langer langer. Zo zullen wolven niet mogen reizen met het openbaar vervoer. Dit klinkt als een overbodig gebod, of flauwe grap, maar zo is het niet bedoeld. Er zijn al verschillende vossen geweest die de bus namen, of in een lege bus even een dutje deden, terwijl de chauffeur buiten een sigaret rookte.

Hondwolf

Het laatste gebod is seksueel getint. Het heeft te maken met partnerkeuze, want je kunt niet alleen probleemwolf worden, je kunt ook probleemwolven maken. Oh wolf… Gij zult geen hond begeren, want dan is de kans groot op hybride nageslacht. Hondwolven zouden gevaarlijke eigenschappen van wolven kunnen hebben behouden, terwijl hun angst voor mensen is verloren gegaan. In Frankrijk werden er eens meer dan zestig dodelijke aanvallen gemeld van een hondwolf op mensen, waarmee niet is gezegd dat hondwolven altijd gevaarlijk zijn.

Het zou me niet verbazen als er zelfs al over wordt gediscussieerd of er een registratieprocedure moet komen zoals die voor instromende asielzoekers bestaat. Als ik een wilde wolf was die argeloos de Nederlands-Duitse grens was gepasseerd, zou ik het wel weten. Snel boodschappen doen en wegwezen.