5 × Lodewijk Asscher

De vice-premier bewaakt zijn reputatie als een leeuw. Binnenkort verschijnt hij voor een enquêtecommissie – een opzetje van D66 om hem te beschadigen?

foto david van dam

Alsof hij weer student was. Zo zat vicepremier Lodewijk Asscher de afgelopen tijd te zwoegen op oude begrotingen, jaarrekeningen en rapportages van de gemeente Amsterdam. Komende vrijdag wordt hij als oud-wethouder in de hoofdstad onder ede gehoord. Hij moet verschijnen voor de enquêtecommissie die onderzoek doet naar de chaotische gemeentefinanciën.

En dus wil hij tot in de puntjes voorbereid zijn. Een ongelukkige uitspraak, weet hij, is zo gedaan. Zes jaar geleden zag hij hoe zijn politieke mentor Job Cohen een uitglijder maakte tijdens de raadsenquête over het debacle van de Noord-Zuidlijn. „Uiteindelijk zijn we allemaal amateurs”, zei Cohen tegen zijn ondervragers, daarmee het beeld bevestigend van een stadbestuur dat maar wat aanklooide. Dat nooit, denkt Asscher.

Wie is Lodewijk Asscher, de vicepremier die zijn reputatie als een leeuw bewaakt en straks misschien de nieuwe PvdA-leider is?

1 De bestuurder

Het is november 2014. Tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer heeft Sadet Karabulut de aanval geopend. Het SP-Kamerlid vindt dat het kabinet zorgt voor onrechtvaardigheid. Hoe kan het anders dat ‘de ouderen’ al jaren moeten sappelen, terwijl Nederland wel braaf miljarden betaalt aan Europa, „en via Europa aan het grootkapitaal, de banken”? Een routineverwijt voor een SP’er.

Maar Asscher heeft een tegenaanval voorbereid. „Ik heb dit weekend een interview gelezen met de geachte afgevaardigde Karabulut waarin zij zegt dat ze niet zo van angstbeelden houdt”, antwoordt hij. „Ik zou haar dat willen voorhouden, want om te beweren dat de verzorgingstehuizen worden afgebroken om miljarden via Europa aan de banken te overhandigen...”

Een verdraaiing van Karabuluts woorden. Ze sputtert tegen: dát heeft ze niet gezegd. Maar Asschers val is al dichtgeslagen. „Oh”, zegt hij met gespeelde verbazing, „is mevrouw Karabulut dan wél voor angstbeelden?”

Lodewijk Asscher (41) is een hoffelijk bestuurder. Geduldig, geïnteresseerd, altijd een beleefd antwoord. Een politicus die zichzelf graag manifesteert als fatsoensmens. Des te opmerkelijker is het wanneer hij hard uit de hoek komt.

Toch is het schakelen tussen die twee rollen – beleefd bestuurder en man van de confrontatie – kenmerkend voor Asschers stijl van politiek bedrijven. Hij gelooft in de heilzame werking van de politieke polarisatie: eerst de confrontatie zoeken om daarna tot een gesprek te komen.

Onder getrouwen is Asscher anders dan in het openbaar, zeggen mensen die hem goed kennen. Wil hij voor de camera of in het parlement nog wel eens vlak en gereserveerd overkomen, binnenskamers is hij geestig, ad rem en snoeihard. Collega-wethouder Marijke Vos (GroenLinks) noemde hij in kleine kring „Groene Gonny” – een verwijzing naar het kolderieke raadslid Gonny van Oudenallen, boegbeeld van autopartij Mokum Mobiel. De Turks-Nederlandse Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk, die vorig jaar na een knallende ruzie met Asscher de PvdA-fractie verlieten, verwierven in Asschers werkkring de bijnaam ‘de Twin Turks’.

In de openbaarheid van het debat hanteert Asscher een andere strategie. Dan deelt hij pluimen uit aan Kamerleden van andere partijen – ook al zijn ze het volstrekt oneens. „Ik zie uw gedrevenheid” en „Ik wil u graag een compliment maken” zijn zinnen die hij vaak gebruikt. „Heel slim”, zegt Paul Ulenbelt, een SP-Kamerlid dat vaak met Asscher debatteert. „Hij beweegt mee, en dan kún je niet meer boos op hem worden. Doe je dat wel, dan ben jíj het vervelende zeikerdje.”

Lodewijk Asscher is een moralist. Anders dan premier Rutte benoemt hij graag wat goed is en wat slecht. „Hij maakt het zichzelf moeilijker dan Rutte”, zegt CDA-Kamerlid Pieter Heerma. „Die heeft geen mening, dus komt hij overal mee weg. Maar Asschers opstelling is de winnende. Hij staat ergens voor, terwijl Rutte steeds meer gezien zal worden als een opportunist.”

2 De onderhandelaar

„Als je hem een paar minuten onder water houdt, komt hij boven en zegt hij gewoon wéér nee”. Deze observatie van een oppositiepoliticus is illustratief voor Asschers manier van onderhandelen. En onderhandelen doet hij aan de lopende band, sinds hij drie jaar geleden in het kabinet kwam: sociaal akkoord, herfstakkoord, drie begrotingen, twee crisisakkoorden.

De vicepremier is hard en berekenend, zeggen al zijn (voormalige) onderhandelingspartners. Aan tafel blijft hij altijd „hoogst aardig en beleefd”, zegt FNV-voorzitter Ton Heerts. Maar ondertussen geeft hij nauwelijks mee en laat hij weinig merken van zijn gemoedstoestand.

Asscher is een veel taaiere gesprekspartner dan Diederik Samsom, zeggen ze bij coalitiepartij VVD. Die is altijd bereid tot meedenken en morrelt nooit aan gedane toezeggingen. Asscher geldt als een ‘klassieke PvdA’er’: altijd het onderste uit de kan halen, altijd de volgende dag ergens op terugkomen. Rupsje Nooitgenoeg. Eén onderhandelingspartner spreekt van „een beeld van onbetrouwbaarheid”.

Asscher is een onderhandelaar die de trukendoos niet schuwt. Jazeker, zegt Arie Slob van ChristenUnie, hij kan empathie tonen. „Meer dan Rutte of andere bewindslieden heeft hij voelhorens voor wat er leeft bij ons en de SGP.” Maar krijgt hij zijn zin niet, dan stuurt hij externe partijen op je af, zoals de vakbonden of werkgevers. En als je even niet oplet, heeft Asscher alsnog zijn eigen plannetje erin gefietst.

Een voorbeeld is het extra geld dat het kabinet op Prinsjesdag uittrok voor kinderopvang. Dat wilde Asscher vorig jaar ook al – maar toen lag de VVD dwars. Géén kinderopvangtoeslag voor ouders die niet werken, vonden de liberalen. Dit jaar mochten VVD en PvdA ieder 375 miljoen euro besteden aan ‘eigen’ onderwerpen. En daar stond het ineens toch in de Miljoenennota, tot verbazing van de liberalen: kinderopvang – of je nou een baan hebt of niet.

3 De pr-man

Drie punten mochten ze noemen, in maart dit jaar. Tijdens een besloten strategisch beraad van de PvdA in het Communicatiemuseum in Den Haag bespraken bewindslieden en fractietop van de PvdA welke thema’s de partij deze regeerperiode nog zou moeten agenderen. Lodewijk Asscher kwam met: fatsoenlijke lonen, de strijd tegen flexibilisering op de arbeidsmarkt en de Nederlandse identiteit. „Alle drie goed”, zegt een aanwezige met nauwelijks verholen bewondering.

Dat is wel anders geweest. In zijn beginjaren in Amsterdam had Asscher de neiging met een lawine aan plannen en ideeën te komen. „Hij had geen focus, dat heeft hij echt moeten leren”, zegt zijn voormalige woordvoerder Herbert Raat.

Uiteindelijk vond Asscher als wethouder twee onderwerpen waarop hij zich nadrukkelijk wilde manifesteren: mensenhandel op de Wallen en verbetering van het basisonderwijs. Dat werkte zo goed dat hij er landelijk de aandacht mee trok. Bij zijn overstap naar Den Haag besloot Asscher tot dezelfde aanpak. Hij koos drie onderwerpen waarmee hij wilde scoren: arbeid en zorg, ‘goed werk’ en integratie.

Aan het Binnenhof geldt Asscher als een gewiekste en calculerende pr-man. Hij vindt het geen bezwaar om drie keer hetzelfde plan te lanceren – met tussenpozen, zodat het minder opvalt. Ook is hij beducht voor negatieve publiciteit. Zo kijkt hij vaak of hij zijn naam kan wegkrijgen onder een vervelende kabinetsbrief, zeggen ze in de coalitie. De raadsenquête in Amsterdam ziet hij als een gevaar: een opzetje van D66 om zijn reputatie als wethouder – en dus als vicepremier – te beschadigen.

Hij is gedisciplineerd en houdt strak vast aan wat hij zich had voorgenomen te zeggen tegen journalisten. Soms leidt dat tot herhalingen en nietszeggendheden. Maar die zelfdiscipline zorgt er ook voor dat Asscher zelden iets zegt waar hij later spijt van krijgt. De voorpagina van de Telegraaf halen met een woede-uitbarsting, zoals Diederik Samsom overkwam? Dat zal Asscher nóóit gebeuren.

Een ander instrument uit Asschers gereedschapskist: terugschakelen. Zodra hij doorheeft dat een plan of project het niet gaat redden, hoor je hem er niet meer over – zelfs al is het met veel bombarie gelanceerd.

Neem het ‘participatiecontract’. Tweeënhalf jaar geleden kondigde Asscher groots aan dat Turken en burgers van binnen de EU (lees: Bulgaren en Roemenen) voortaan loyaliteit aan Nederlandse normen en waarden moesten tonen met een handtekening. Dat bleek juridisch onhaalbaar, waarna Asscher het contract – inmiddels ‘participatieverklaring’ geheten – omtoverde tot pilotproject voor een handjevol gemeenten. Binnenkort laat hij weten of het plan nog doorgaat of niet, zo laat het ministerie weten.

Slim, vindt CDA-Kamerlid Pieter Heerma, die de afgelopen jaren tientallen debatten voerde met Asscher. „Maar”, zegt hij, „je verlies nemen en iets verder doodzwijgen gaat makkelijker in Amsterdam dan in Den Haag”. Hij wijst op de ‘sectorplannen’, Asschers investering van 600 miljoen in de werkgelegenheid, die buitengewoon stroef lopen. En op de Wet Werk en Zekerheid, zijn grote herziening van de arbeidsmarkt, die het belangrijkste doel niet lijkt te gaan waarmaken: meer vaste contracten en minder flexwerk. Heerma: „Asscher gaat zijn moeilijkste politieke jaar ooit tegemoet.”

4 De personeelschef

Toen Lodewijk Asscher op 5 november 2012 aantrad als minister van Sociale Zaken, werd Jetta Klijnsma zijn staatssecretaris. Als „sociaal kanon” was ze op zijn departement onmisbaar voor de PvdA, zo was ook Asschers gedachte.

Het liep anders. Klijnsma worstelt al drie jaar met moeilijke dossiers (pensioenen, beschermde werkplekken). De samenwerking tussen staatssecretaris en minister loopt verre van vlekkeloos. Dat roept vragen op over Asschers talent voor personeelsbeleid – toch een belangrijke vereiste voor een politiek leider.

In zijn Amsterdamse tijd maakte hij ook een paar merkwaardige keuzes. Zo was daar Henna Buyne, de PvdA’er die hij uitkoos als wethouder en die binnen een jaar ten onder ging. En natuurlijk Pieter Hilhorst, de man die Asscher bij zijn vertrek naar Den Haag bombardeerde tot Amsterdams PvdA-leider. Anderhalf jaar later verloor de PvdA met de totaal onervaren Hilhorst de hoofdstad op dramatische wijze aan D66.

Anderzijds roept Asscher bij zijn naaste medewerkers een onwrikbare loyaliteit op. Hij wordt omringd door een groepje hondstrouwe adviseurs. In de coalitie worden ze gekscherend „de elastiekjes” genoemd, op het ministerie „de bontkraag”. Zijn adviseurs werken in de eerste plaats voor ‘team-Asscher’, daarna pas voor de PvdA: twee van zijn adviseurs, meegekomen uit Amsterdam, werden pas partijlid toen ze al enkele jaren voor hem werkten.

In Asschers voorliefde voor de kleine kring schuilt ook een gevaar, zeggen PvdA’ers: voor wie niet tot zijn getrouwen behoort, is hij minder toegankelijk. Met name tegenover ambtenaren kan Asscher zich formeel en afstandelijk gedragen. „Dat ambtenaren zich eerst door een cordon van adviseurs moeten werken, is een van zijn grootste kwetsbaarheden”, zegt een invloedrijke PvdA’er. „Bij Ad Melkert hebben we gezien waartoe dat kan leiden.”

5 De partijman

Thuis in een lade bewaart Lodewijk Asscher een stempel. Als je dat indrukt, verschijnt op het papier een logo met, in goudkleurige inkt, de woorden ‘Asscher Solutions’. Hij kreeg het ooit cadeau van zijn Amsterdamse campagneteam. Een geintje: gevraagd naar zijn politieke toekomst, grapte Asscher in die tijd vaak dat hij altijd nog een adviesbureau voor de publieke sector kon beginnen: Asscher Solutions.

Het pesterijtje van zijn campagneteam illustreert twee thema’s in Asschers carrière: zijn geraffineerde spel met de verwachtingen van anderen, en zijn ambivalente houding tegenover zijn eigen partij.

Een partijtijger is Asscher absoluut niet. Hij komt zelden in zaaltjes met leden in het land, naar partijcongressen gaat hij alleen maar omdat hij als vicepremier niet kan wegblijven. Hij maakt graag grappen over de narrige, zelfdestructieve kant van de PvdA. Zo hield hij zijn partijgenoten ooit voor dat ze aan maar liefst vijf kwalen lijden. Eén daarvan: het ‘Atlascomplex’: „Iedereen lacht maar, terwijl wij de wereld torsen, altijd serieus en somber.”

Over zijn politieke ambities is Asscher altijd terughoudend. Hij moest hartelijk lachen om het idee dat hij ooit lijsttrekker zou worden in Amsterdam – hij werd lijsttrekker. Hij verzekerde herhaaldelijk dat hij niet naar Den Haag wilde – hij ging naar Den Haag. En sinds hij vicepremier is, zegt hij dat hij geen politiek leider van de PvdA wil worden. Toch denken mensen om hem heen, dat hij ook die sprong zal maken, mocht Samsom vertrekken.

De vicepremier vindt dat je er als politicus altijd rekening mee moet houden „dat het zomaar afgelopen kan zijn”. Bovendien beschikt Asscher over „ontzettend veel geduld”, zegt Maarten van Poelgeest (GroenLinks), met wie hij zes jaar bestuurde in Amsterdam. „De vraag is niet of je iets doet, maar wanneer je iets doet.”

Maar Asscher is ook ambitieus – al is hij slim genoeg om daar weinig van te laten merken. En, zo zegt zijn omgeving, zijn plichtsgevoel is makkelijk te bespelen. Zo ging dat in 2012, toen Samsom hem overhaalde tóch naar Den Haag te komen. En zo zal het straks vermoedelijk ook gaan wanneer iedereen naar Asscher kijkt voor het PvdA-leiderschap.

Er is één complicatie, zeggen ingewijden. Als Samsom weer lijsttrekker wil worden, zal Asscher hem nóóit uitdagen – hij is loyaal. Bovendien begint hij alleen aan een klus als hij kans van slagen ziet. Met andere woorden: als de PvdA weer een beetje opkrabbelt in de peilingen. „Maar dat zijn juist de omstandigheden waarin Diederik Samsom óók lijsttrekker zou kunnen worden.”