De rekenmier en de logicaolifant

Spoel in je hoofd de tijd precies 119 jaar terug: tot 3 oktober 1896. Op die dag kreeg Albert Einstein in het Zwitserse Aarau zijn diploma van de middelbare school – later in het jaar dan we nu gewend zijn.

Niemand wist toen dat hij wereldberoemd zou worden met zijn ‘algemene relativiteitstheorie’. Een theorie vol lastige wiskunde is dat. Er zijn maar weinig mensen die het echt begrijpen.

En dat terwijl Einstein op school slechte cijfers haalde. Althans, dat wordt vaak gezegd. Maar het klopt niet. Kijk maar naar zijn rapport. Het staat op internet.

Inderdaad, voor Frans had Einstein een drie. Voor aardrijkskunde en tekenen haalde hij vieren. Maar verder staan er vooral zessen - zoals voor wis- en natuurkunde. En: de zes was het hoogste cijfer. Het betekende ‘excellent’ – echt heel goed dus.

Wel had Einstein een enorme hekel aan school. Hij kon niet tegen bazige leraren. Daarom was hij al eens van een middelbare school afgegaan.

Ook waar: Studenten vonden soms een klein foutje in zijn rekensommen. Komt dat idee van ‘slechte cijfers’ daar misschien ook vandaan?

Maar ja, rekenen is niet hetzelfde als wiskunde. In de wiskunde gaat het óók om vormen, om formules en wat die verbeelden, om logisch denken....

Het is als met Artis. Daar wonen veel dieren. Dat kun je wel zeggen. Zoogdieren. Vissen. Weekdieren. Insecten. Maar: je kunt niet zeggen dat in Artis veel insecten wonen, als je ook al die andere diersoorten bedoelt.

Of anders: zelfs al hield Einstein misschien ietsje minder van het ‘rekeninsect’, bij al die andere wiskundesoorten was hij een held.