Zoektocht naar Rotterdamse roots

Dankzij een database is het straks mogelijk te bepalen hoe diep uw wortels in de stad steken.

www.nrc.nl/hoogstraat

Meer dan één miljoen geboorte-, huwelijk- en overlijdensakten zijn inmiddels doorgeploegd. Nog zo’n 50.000 te gaan en dan is het klaar: een bevolkingsreconstructie van Rotterdam tussen 1811 en 1910, online te raadplegen door iedereen die nieuwsgierig is naar zijn Rotterdamse roots.

Over twee à drie jaar kan iedereen, op zoek naar zijn voorvaderen, de achternaam van zijn grootouders invoeren. Eén muisklik verder weet je hoe ver de kwartierstaat – een overzicht van voorouders van vaders én moeders kant – in Rotterdam terugvoert, wat je voorvaderen voor beroep hadden, waar ze woonden en soms zelfs hoe zij eruit zagen.

Voor het zover is, is er nog wel wat werk te verzetten. Walter Schulze, IT-specialist van beroep, genealoog van hobby, vertelt enthousiast over het monnikenwerk waar een kleine club genealogen al jaren in de vrije uren mee bezig is. „Wij willen wat teruggeven aan de stad waarmee we affiniteit hebben. Na de Tweede Wereldoorlog hield de vraag ‘hoe nu verder’ Rotterdam het meest bezig. Terwijl de stad bouwde aan zijn toekomst, werd het verleden wat vergeten.”

Gelukszoekers

Niet dat de drie mannen achter Stichting Voorouder denken dat vroeger alles beter was. „Dat zit er niet achter. Door te graven in de geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten, gezinskaarten en de bevolkingsregistratie, kom je een hoop te weten”, zegt Schulze. Zoals over de ongekende expansie van Rotterdam halverwege de negentiende eeuw. In die periode worden de havens in hoog tempo uitgebreid, onder invloed van mensen als Lodewijk Pincoffs en G.J. de Jongh. Dat zorgt voor fors meer werkgelegenheid en dat betekent: meer mankracht gezocht dan de stad op dat moment huisvest. Wijken worden uit de grond gestampt, omliggende dorpen opgeslokt en Rotterdam-Zuid ontstaat.

Zeeuwen, Brabanders, Friezen, maar ook Duitsers, Belgen en Fransen kwamen naar de stad, aangetrokken door de economische boom in de haven. Sommigen zijn seizoensarbeiders en marskramers, zoals de ‘hannekemaaiers’ en ‘kiepkerels’ uit voornamelijk Westfalen. In het voorjaar kwamen ze te voet naar Holland, om veelal in het najaar terug te lopen naar hun thuisland. Sommige Hollandgänger bleven in de stad hangen. „In zekere zin waren zij de eerste gastarbeiders”, zegt Schulze, zelf ook een nazaat van zo’n Duitse gastarbeider, „over deze groep deden in die tijd de wildste verhalen de ronde. Misdadigers zouden het zijn, dieven, dronkelui.”

Het ‘gelukszoekersframe’ is dus van alle tijden. „Inderdaad”, beaamt Schulze. In ieder geval ook van halverwege de negentiende eeuw. Aanvankelijk werden de Duitse gastarbeiders, een gedeelte assimileerde en na verloop van tijd gingen ze helemaal op in de autochtone bevolking. Zo kunnen we nu vrij nauwkeurig een groep van enkele duizenden Hollandgänger aanwijzen die in de negentiende eeuw met een Rotterdammer trouwden.”

23 kinderen

De vermenging van de rijke burgerij – de havenbaronnen – met de adellijke families in Rotterdam valt eveneens goed te traceren. En als de gezondheidszorg in de tweede helft van de negentiende eeuw aanmerkelijk verbetert, sterven er een stuk minder kinderen. Tot men in de jaren twintig van de vorige eeuw meer op anti-conceptie gaat letten, vindt er een kleine bevolkingsexplosie plaats in Rotterdam. „We weten nu bijvoorbeeld dat in één gezin in die tijd 23 kinderen levend geboren zijn”, zegt Schulze.

Hoewel genealogie vaak een eenzaam zolderkamertjesgebeuren is, trekken Walter Schulze en zijn collega-onderzoekers Ron Schuurmans en Bernardus Tabbernee al sinds 2008 in dit project samen op. Bij het bouwen van hun software kregen ze zelfs hulp van enkele mormonen uit Utah. „Mormonen zijn nu eenmaal een stuk verder met het ontwikkelen van genealogische software”, zegt Schulze.

De overzeese connectie met de Verenigde Staten strekt zich overigens verder uit dan Utah. „Tegenwoordig krijgen we veel aanvragen uit het buitenland, ook van Amerikanen die op zoek zijn naar hun voorouders. Die scheepten bijvoorbeeld in op de Holland-Amerikalijn. Wanneer ze uit Zuid-Holland komen, kunnen we ze verder helpen. Zo hielpen we bijvoorbeeld ook de onderzoekers naar de voorouders van Angelina Jolie. Via één lijn heeft ze Nederlandse voorouders.”