Zielen winnen voor Mahler

In de jacht op nieuw publiek morrelen veel zalen en orkesten aan het keurslijf waarin klassieke concerten zijn geformatteerd. Het Rotterdams Philhamonisch begon gisteravond met de eerste aflevering van Core Classics: nieuwe serie rond één klassieker, vooraf ingeleid met mini-talkshow.

De jonge sterdirigent Robin Ticciati sprak ronkend over Mahlers Vierde symfonie, slagwerker Ronald Ent illustreerde de beroemde sleebelletjes waarmee het werk begint en schrijver Ernest van der Kwast las een sardonische column over concertetiquette – „Hoe vaker de dirigent met Poetin op de foto staat, hoe harder het applaus.” Mahlers Vierde maakte het het nieuwe publiek daarna niet direct makkelijk. De aantrekkingskracht van het werk is overduidelijk: de prachtige opening met de sleebellen, de overweldigende detailrijkdom, het onweerstaanbare derde deel, het lied Das himmlische Leben als finale (mooi maar onverstaanbaar gezongen door sopraan Sally Matthews). Door het ingehouden eerste deel en de vele kamermuzikale terzijdes behoort de Vierde echter niet tot Mahlers meeslependste symfonieën. De Rotterdammers speelden uitstekend, met vooral op de scharnierpunten wonderschone momenten, maar Ticciati’s interpretatie ontbeerde een dwingende samenhang en klonk daardoor wat al te bedaagd.

Volgende maand komt Jaap van Zweden met de Vijfde van Sjostakovitsj.