Warhoofd

Ik heb mijn sleutelbos in de ondergrondse afvalcontainer gegooid. Niet expres natuurlijk, maar toen ik met veel moeite mijn vuilniszak erin gepropt had (tip: leg de zak horizontaal!) gaf ik de deksel een flinke zwieper en glipte de bos zo uit mijn vingers mee de container in. Secondenlang staarde ik naar mijn lege handen en legde ze vervolgens ontredderd op mijn hoofd. Oen! Door de half geopende deksel probeerde ik met de lamp op mijn mobiele telefoon in de container te kijken, maar de opening bleek te klein en mijn hand raakte beklemd. Bovendien wilde ik niet ook nog eens mijn telefoon verliezen. Een passerende buurman adviseerde me om de ROTEB te bellen. De telefoniste reageerde begripvol op mijn paniekerige telefoontje en stuurde met spoed hulp. Binnen een half uur was daar Ron, de vuilnisman van Blijdorp. Ron stelde voor om midden op straat de inhoud van de container in gedeelten op mijn gloednieuwe Kitsch Kitchen-tafelkleed te kieperen, zodat het vuilnis grondig kon worden doorzocht. Maar de confrontatie met het afval van mijn buren bleek zo misselijkmakend dat ik al na een minuut of vijf het hele project heb afgeblazen en Ron vriendelijk heb bedankt voor de moeite. Bij nader inzien leek het me toch een beter idee om op zoek te gaan naar reservesleutels en ze te laten bijmaken.

Ron begreep mijn walging best. „In Blijdorp wonen ook maar gewone mensen”, zei hij terwijl hij triomfantelijk een groen/bruin maandverbandje omhoog hield, dat zeker weten niet van mij kon zijn geweest.

De sleutelmaker stelde me gerust. Hij had zijn handen vol aan warhoofden zoals ik. Zelf had hij zijn bloedeigen „vrouwtje” al eens voor een dergelijk klusje gebruikt toen zijn telefoon vanuit zijn borstzakje in de container was gevallen. Met een speciale sleutel (hij wel!) had hij het ding aan de zijkant opengemaakt en een ladder in de nog bijna lege container laten zakken. Zijn tengere echtgenote daalde af met een zaklamp en vond zijn mobiel. Toen ik vol ongeloof reageerde, kwam hij met een nog sterker verhaal: een vrouw die haar handtas in plaats van haar vuilnis in de container had gegooid! Ze kwam er pas achter toen ze in de tram stapte met alleen een afvalzakje in haar hand.

Ik zwaai tegenwoordig uitbundig naar Ron de Vuilnisman zodra ik zijn wagen onze straat in hoor rijden. En voor het eerst zag ik ook die prachtige dichtregel van Peter Oole op zijn laadbak: „Soms kom ik mezelf tegen/en dan zeg ik niet eens gedag.”