Vier nieuwe namen; de Hoogstraat groeit aan

Bij de 75ste herdenking van het bombardement op Rotterdam vatte NRC het plan op om de weggebombardeerde Hoogstraat te herbouwen. Hoe staan we ervoor?

De Hoogstraat van mei 1940 is voor ons geen lege woestenij meer. We hebben er mensen onderscheiden, winkels zien openen, cafés en pensions hun gasten zien verwelkomen. We hebben meneer Moora leren kennen, die werkte in en woonde boven de wijnhandel op nummer 185, maar die ook de reddingsbrigade leidde en zelf een fervent openwaterzwemmer was. We hebben Mozes Stad gezien, al hebben we van zijn boekwinkel en leesbibliotheek (op nummer 12) geen spoor gevonden. Van mevrouw Backer Dirks, die als tandarts praktijk hield op 219a, weten we dat ze jonge patiënten altijd een chocolaatje gaf na de behandeling. We zagen op 400 de jongetjes Wuisman op een stoel klimmen en met de verrekijker naar mensen gluren die in het C&A-restaurant een taartje aten. Van Anna de Lange (nr. 169) weten we alleen dat ze stierf op 14 mei 1940 – de dag dat Duitse bommen de Hoogstraat wegvaagden.

Vierenhalve maand geleden zijn we begonnen, nu hebben we op ruwweg een kwart van de panden mensen teruggevonden die een geschiedenis hadden in Rotterdam. We zijn dankzij hun familie, hun vrienden, hun patiënten en hun klanten van toen meer van hen te weten gekomen. We weten dat ze konijnen hielden op het dak, dat ze slagroomgebak kochten voor de sabbat, dat ze zich schuil hielden in de kelder bij het luchtalarm.

Het streven blijft: alle mensen die in mei 1940 in de Hoogstraat woonden en werkten hun gezicht en geschiedenis terug te geven. De vorderingen zijn te zien op de kaart die op nrc.nl/hoogstraat staat. Vandaag komen daar weer vier nieuwe adressen bij.

We hebben, via adresboeken, gezinskaarten en woningkaarten, vrijwel alle namen teruggevonden. Maar niet elke naam heeft ergens anders een bel doen rinkelen. Niet iedereen heeft zulke sporen in de geschiedenis nagelaten als Herman Gerschtanowitz, die met Abraham Tuschinski bioscooppaleizen in Nederland oprichtte, waaronder Thalia in de Hoogstraat.

Na een zomerstop gaan we nu verder. We zoeken mensen die zich nog iets herinneren van Willem Bastiaan Dubbelt, de bootwerker op nummer 167, die op zijn gezinskaart heeft laten aantekenen dat mejuffrouw Clement niet mag weten waar hij woont. We willen meer weten van Fokkelman bedden en tapijten, dat 20 etalages had aan de Nieuwe Binnenweg, maar ook een filiaal dreef aan Hoogstraat nummer 192. We willen weten wie Cornelia Johanna Lorwa was, die volgens een krant uit 1959 „gehuwd is geweest” met Matthijs van Valburg, maar die in haar eentje als „huisvrouw zonder beroep” in het adresboek staat op nummer 191. Het zal moeilijker worden om de vele pensiongasten uit de Hoogstraat terug te vinden, maar toch willen we het proberen. Vanaf deze maand gaan we verder met ons onderzoek.

Daarbij herhalen we vandaag nog eens onze oproep aan alle oud-Hoogstraatbewoners en mensen die nog van hen afweten, om herinneringen en foto’s op te sturen naar de krant.