Vertrek korpschef is logisch gevolg van vastlopen fusie

Het vertrek van de korpschef van de Nationale Politie, Gerard Bouman, onderstreept de crisis waarin de politie is verzeild. In augustus meende hij nog zijn termijn te kunnen uitdienen; gisteren zag hij in dat plaatsmaken een betere optie is. Nieuw elan is nodig, constateerde hij – dat inzicht komt niets te vroeg.

Vorige week presenteerde de ‘commissie evaluatie politiewet 2012’ een rapport waarin de alarmklok (wederom) werd geluid. Het kwam bovenop de constatering van het kabinet begin september dat de fusie van 26 korpsen tot één nationale politie feitelijk was vastgelopen. Er is veel meer tijd voor nodig dan gedacht en substantieel meer geld. Het recente evaluatierapport stelt de retorische vraag of de aanvankelijke keuzes van de korpsleiding en het ministerie voor de aanpak van de reorganisatie wel zo verstandig zijn geweest. Nee dus.

De korpsleiding moet nu een stap terugdoen en vooral strategisch opereren, meer als raad van bestuur van een concern dan als operationele leiding van een bedrijf. Daarvoor is een „ingrijpende herziening” van de bestuurs- en communicatiestijl nodig, zowel bij de korpsleiding als het departement, zo wordt onomwonden gesteld. En de onderlinge relaties moeten een stuk beter. Feitelijk is dat een advies om te vertrekken, dat Bouman nu opvolgt. Dat siert hem. In de Tweede Kamer groeit intussen de steun voor terugkeer van de politie naar het ministerie Binnenlandse Zaken. Dat zou het departement van Veiligheid en Justitie moeten ontlasten.

De politie zelf zit diep in de put. Er werd te veel verwacht in te korte tijd van te veel mensen die daarvoor te weinig middelen kregen, zo vat het rapport samen. Het personeel, dat vorig jaar nog enthousiast was, wordt in 2015 gekenmerkt door teleurstelling, moeheid en cynisme. Dat laatste zou wijzen op een „dieper verlies van vertrouwen” in de organisatie. Vooral de trage herindeling van álle functies maakt het personeel onzeker, bederft de onderlinge verhoudingen en leidt tot afwachten en „naar boven kijken”. Tel daarbij een slepend cao-conflict, veel mediakritiek en het effect is desastreus.

Ook Bouman is in zijn afscheidsboodschap duidelijk. Hij trof meer lijken in de kast dan verwacht en vroeg zich gaandeweg vaak af „in welke waanzin” hij was verzeild. Samenvattend: „Ik moest een nieuwe politie ontwerpen, de hele bedrijfsvoering bundelen en 230 miljoen euro besparen.” Achteraf kan worden vastgesteld dat het kabinet zich volledig vertilde aan de politiefusie, de consequenties van deze grootste reorganisatie ooit niet doordacht en enorme risico’s nam. Boumans opvolger doet er goed aan het kabinet eerst tot de nodige toezeggingen te bewegen, alvorens een benoeming te aanvaarden.