Succes wensen niet gewenst

Ouders zijn zich er niet van bewust dat zij bepaalde angsten doorgeven aan hun kinderen. Pascal Cuijpers legt uit hoe dat komt.

Ik deelde de opgavenblaadjes voor de toets ‘Proeven aan kunst’ uit aan mijn 4-havoklas. Nadat ik de instructies had gegeven zou de onvermijdelijke angsttrigger, in de vorm van het simpele woordje ‘succes!’, volgen. Vlak voordat ik mijn welgemeende succeswens kon uitspreken, kwam de paniek bij Maaike al tot volle wasdom. „Neee meneer, niet succes wensen!”, riep zij luid door het lokaal, terwijl ze beide handen op haar oren klemde. Ik besloot er geen aandacht aan te schenken. Mijn goedbedoelde, ingeslikte uitspraak zou haar geen goed doen.

Tot op de dag van vandaag dragen we een geëvolueerd stukje angst uit de prehistorie met ons mee, waarin vechten of vluchten letterlijk overleven betekende. Bijvoorbeeld tijdens de jacht op wilde dieren. Zonder deze functionele angsten van destijds was de mens wellicht vroegtijdig uitgestorven.

Faalangst is een van deze overgebleven angsten, die voornamelijk leerlingen in het voortgezet onderwijs treft. Het besef van het móeten presteren met het oog op een welvarende toekomst, dringt zich op in verreweg de meeste puberhoofden. Daarnaast is dankzij een existentiële familiedynamiek tevens de onbegrensde loyaliteit naar de ouders in volle glorie aanwezig. Een combinatie van fatalistische gedachten die kan zorgen voor een neerwaartse spiraal, juist daar waar men zit te wachten op erkenning in de vorm van voldoende resultaten.

Verlammende vorm

Het is dan ook niet vreemd dat zo’n twintig tot vijfentwintig procent van alle (toekomstige) eindexamenkandidaten kampt met een verlammende vorm van faalangst. Verreweg de meesten hiervan ondervinden dit op cognitief gebied. De angst om te falen overheerst, belemmert en maakt afhankelijk. Deze leerlingen ervaren en voelen dus met terugwerkende evolutionaire kracht dezelfde angst als wanneer ze onverwachts zouden worden blootgesteld aan bijvoorbeeld een wilde beer.

Ondanks de onvoorwaardelijke loyaliteit van kinderen richting hun ouders is op dit vlak nog winst te behalen met het oog op de aanpak van (faal)angst. Maar het geven van adviezen aan ouders op dit vlak, is nog steeds een delicate zaak. Vaak is men er zich niet van bewust dat men als ouder bepaalde angsten doorgeeft aan de kinderen. Zowel genetisch als aangeleerd. Deze aangeleerde patronen zijn echter te doorbreken. Het dúrven loslaten is daarbij een belangrijke factor.

Wat ouders zouden kunnen doen

Geef kinderen meer eigen verantwoording op hun weg naar volwassenheid. Ga dus bijvoorbeeld niet nog talloze keren samen het aankomende proefwerk doornemen. Hamer niet op die o zo belangrijke nachtrust voor een wellicht belangrijke toets. Steek geen goedbedoelde kaarsen aan die spanningen laten verdwijnen en die behoeden voor een slecht resultaat in het bijzijn van het kind. Stel niet te mooie beloningen in het vooruitzicht, hoe motiverend en goedbedoeld dan ook. Een compliment of kleine attentie nadat de toets is gemaakt, kan daarna wél gezien worden als beloning voor de getoonde inzet. En hou daarnaast zoveel mogelijk een normaal dagritme aan waarbij alledaagse dingen de focus van de toets op een ontspannen manier kunnen wegnemen.

Op deze manieren worden zaken niet groter gemaakt dan dat ze zijn. Irreële angsten worden in de kiem gesmoord doordat de druk wordt ondermijnd. Vermijd hierbij dus ook de goedbedoelde uitspraken als ‘succes! Je kunt het!’ en ‘kom op, hè!’ Deze goedbedoelde wensen kunnen namelijk worden gezien als een vorm van onnodige druk. En kijk er zelf dus in het vervolg niet gek van op, wanneer iemand je geen ‘succes’ wenst.

Waarschijnlijk heeft diegene het beste met je voor.