Rijwielterroristen

Daar is hij weer, de fietscoach. De man in een oranje hes die je vertelt waar je je fiets moet neerzetten op de drukste plekken van de stad. Aan de zogenaamde nietjes dus, en anders tussen de wit gemarkeerde parkeervakken op de stoep. Idioot natuurlijk, zo’n fietscoach, we zijn toch geen kinderen? Nou, misschien wel. De fietser anno 2015 lijkt op een verwend kind, op een irritante puber die overal maling aan heeft en daarom van gemeentewege moet horen hoe je rekening houdt met een ander. Juist in Amsterdam doet de fietser alsof het nog altijd 1973 is en hij als in Turks Fruit lekker opstandig over straat kan zwabberen en automobilisten kwaad maken.

Je barrel tegen de gevel en naar binnen: dat is Amsterdam.

Nee, dat was Amsterdam. Nu er meer dan een half miljoen fietsen door de stad crossen en het aantal fietskilometers is verdubbeld sinds de tijd van Rutger Hauer en Monique van de Ven is de fiets van een oplossing veranderd in een nauwelijks oplosbaar probleem. De fietser heeft zijn onschuld verloren. Op plekken als het Leidseplein, de Munt en de Dam leidt zijn asociale gedrag tot krankzinnige fietsophopingen die hemzelf niet boeien. Dat voetgangers er niet meer doorkomen laat hem (en uiteraard haar) koud. Hij voelt zich moreel verheven met zijn schone en geluidloze vervoermiddel en de rest kan barsten.

Omdat tegenwoordig niemand meer op z’n oud-Amsterdams vraagt of ie dat thuis ook doet, zijn rotzooi laten slingeren, doet de fietser waar ie zin in heeft. Met als gevolg dat ten stadhuize telkens weer plannetjes moeten verrijzen in een wanhopige poging om de stoepen in vooral de binnenstad leefbaar te houden. De fiets van nu is de hondenpoep van vroeger. Vandaar met ingang van deze week de onvoorstelbaar lullig klinkende actie ‘Doe mee, parkeer je fiets oké!’

Verschrikkelijk, maar het moet. De fietser heeft erom gevraagd. Onvermijdelijk zullen er de komende jaren regels komen om zijn wangedrag in te tomen, net zoals dat in de jaren negentig met de automobilist is gebeurd. Die dacht óók heel lang dat de stad van hem was en hij zich alles kon veroorloven, van dubbel parkeren tot zijn ronkende statussymbool achterlaten op de hoeken van de straat. Tegenwoordig ergert iedereen zich aan de fietser. Hij is na decennia van gemeentelijk aaien over de bol veranderd in een ‘rijwielterrorist’ (GeenStijl). Hij teistert de openbare ruimte en heeft het zelf niet in de gaten.

Tip: ga eens posten bij een zebrapad op een fietsstrook. Eén fietser zal mogelijk stoppen voor vijf voetgangers die willen oversteken, maar een kudde van slechts vijf fietsers zal nooit stoppen voor één voetganger. Het zijn de wetten van de jungle en daarin hanteren vijf fietsers ongeveer dezelfde moraal als voorheen één Audirijder. De zwakkere kan opzouten.

De fietser in de binnenstad ziet er netjes uit, hij is hoog opgeleid maar gedraagt zich als een proleet achter het stuur in een leren jackie. Hoog tijd dat hij zich eens gaat gedragen.