Overal Nutella Gek word je ervan

IJssalons annex wafelwinkels met een enorme pot Nutella pontificaal in beeld. Het worden er per dag meer, lijkt het wel.

Jonas Kooyman Rien Zilvold

Foto Rien Zilvold

Een suikerzoete walm verlaat de deuropening van ijswinkel Delicious aan de Nieuwmarkt. Kermis, daar ruikt het naar. De inrichting: vloekend pastel met roze knipperlichtjes. In de etalage staan vijfkilopotten Nutella uitgestald, op de achtergrond schalt R&B uit de speakers. „Is this Italian icecream?” vraagt een toeristenstel, wijzend op de koeling met ‘smurfenijs’ en ‘aardbeienmarmer’ à 1,50 per bol. „Yes”, antwoordt de medewerker, maar navraag leert dat het van een leverancier in Noord komt. Verder op het menu: wafels (3,50), crêpes (3,75) en poffertjes (2,50).

IJswinkels zoals deze – anderhalf jaar oud – openen massaal hun deuren, met namen als Ice4You, YoTella en Icebakery. Ter illustratie: drie jaar geleden telde de stad 28 ijssalons, inmiddels zijn dat er meer dan 70. De aanvankelijke verwondering over deze trend is omgeslagen in irritatie onder veel Amsterdammers. Sinds kort zijn de salons op de politieke agenda beland: van vragen aan de gemeenteraad door GroenLinks, vorige week, en nu de evaluatie van een inspectieronde (die afgelopen maand plaatsvond) door Boudewijn Oranje (D66), dagelijks bestuurder van Centrum.

Vanwaar alle ophef? „Als ik door mijn buurt loop, heb ik het idee dat ik een oliebollenkraam ben binnengestapt”, zegt Arjan Welles. Hij is één van de redacteuren van Pretpark Amsterdam, een Facebookpagina en Twitteraccount dat soms op felle (‘stop de monocultuur in de binnenstad!’), dan weer op luchtige wijze (filmpjes met Nutellarecepten) bericht over drukte in de binnenstad. „Het probleem met deze ijszaken is dat zij de plek van buurtwinkels innemen, en niks aan de buurt toevoegen. Neem schoenmaker Jan Jansen op het Rokin. Zijn huur werd opgezegd en de ijswinkel die ervoor in de plaats kwam werd na anderhalve maand alweer vervangen door een nieuwe.”

Volgens Welles vragen buurtbewoners zich ook af hoe deze nieuwe ijssalons hun huur kunnen betalen. „In veel van deze zaken loopt het niet storm. Terwijl ze op hele dure locaties zitten. Daarbij is er ongelooflijk veel concurrentie, soms zitten er wel acht van dit soort wafelwinkels in een straat. Dat vind ik opmerkelijk.”

‘Oude’ ijswinkels

Welles vindt dat de gemeente meer moet handhaven. „Daarbij gaat het niet per se om de salons. Die staan namelijk symbool voor iets groters: dat de gemeente de toeristenindustrie tevreden wil houden, ten koste van de balans in de stad.”

Ook ondernemers hebben last van de ijsboom, vooral de ‘oude’ ijszaken. IJs- en koffiesalon Tofani zit al sinds 1942 op de Nieuwmarkt, en is een begrip in de buurt. In anderhalf jaar tijd zijn er op het plein twee nieuwe ijszaken bijgekomen. Mede-eigenaar Daniele Politi vertelt dat zijn winkel een horecavergunning heeft. Hij haalt een voorbeeld aan van een bord aan de gevel dat volgens de inspecteur een paar centimeter te hoog hing. Hij wil zeggen: daar krijg ik gedoe mee, maar zomaar een ijssalon beginnen mag wel.

Nu komen minder toeristen de zaak binnen, zegt hij; Amsterdammers blijven hem wel trouw. Elke paar maanden komt er wel een ondernemer binnenlopen, die hem een leuk bedrag aanbiedt om de zaak over te nemen en er een ijswinkel ‘nieuwe stijl’ van te maken. Dat slaat hij dan af; Tofani is een familiebedrijf. Wel liggen er tegenwoordig wafels naast het ijs.

De oorzaak van de wildgroei aan ijs- annex wafelwinkels is te herleiden tot 2009. In dat jaar ontstond ophef over de mogelijke sluiting van de geliefde ijssalon Monte Pelmo, omdat een horecavergunning ontbrak. Onder druk van het daaropvolgende protest (aangewakkerd door de VVD) tegen de ‘vertrutting’ van Amsterdam, besloot het stadsdeel dat ijszaken voortaan als detailhandel – winkel – beschouwd worden, en dat de hoogdrempelige horecavergunning niet meer nodig was. De zaken mogen eten verkopen, zolang de winkel het niet zelf bereidt of zich – bijvoorbeeld met een terras – als horeca gedraagt.

Horecaondernemer Nabil Besali is zo iemand die in dit gat sprong, na de wijziging van 2009. Hij is mede-eigenaar van Ice Bakery, dat in 2014 de eerste zaak opende en inmiddels tien filialen in de stad kent. Terwijl hij de toonbank van zijn zaak met een spons schoonmaakt, vertelt hij dat hij deel uitmaakt van Kiro Holding, een groep ondernemers die pizzeria’s en steakhuizen in de binnenstad uitbaat. „Ik heb mijn hele leven keihard gewerkt voor mijn succes”, zegt Besali. „Wat wij doen, mag volgens de wet. Onze zaken lopen goed en leveren banen op. En dat is dan opeens verdacht? Er zijn ook tien Coffee Company’s in de stad, tien snackbars in deze buurt, waarom is daar geen ophef over?”

Tienduizenden euro’s per maand

Dat zijn zaken zich – in tegenstelling tot de koffiebars – alleen op toeristen richten, is volgens Besali noodzakelijk om in dit deel van de stad winst te maken. „Als buurtwinkel lukt dat niet.” Hoe ze de huur betalen, voor tienduizenden euro’s per maand? „Onze zaken zitten op toplocaties, de drukste plekken van Amsterdam.” De winst die de groep maakt wordt geïnvesteerd in nieuwe zaken. Nieuwste aanwinst: hoekpand Kalverstraat/Munt.

Een paar honderd meter verderop, in het stadhuis, vertelt stadsdeelvoorzitter Boudewijn Oranje over de inspecties die mid-september plaatsvonden, waarbij de ijswinkels werden geteld en onderzocht. Volgens Oranje overtraden alle zaken bepaalde regels. „Veel winkels bleken zich als horeca te gedragen. Ook zagen we veel overtredingen op het gebied van voedselbereiding.” Daarnaast waren er problemen met brandveiligheid en reclames. Een winkel per direct sluiten kan de gemeente niet. Wel kan een dwangsom worden opgelegd, als de inspectie de winkel als horeca beschouwt en daar niet de juiste vergunning voor wordt aangevraagd.

Handelt de gemeente niet te langzaam? „Wij praten actief met de ondernemersverenigingen van postcodegebied 1012. Maar er is een grens aan wat je kunt doen. Als de eigenaar van een pand en de huurder samen beslissen: we gaan hier een ijszaak openen, dan kun je dat niet stoppen.” Ironisch genoeg concentreren de salons zich in 1012, waar de gemeente de laatste jaren panden opkocht om louche ondernemers weg te krijgen en zo de buurt op te krikken.

Critici vinden dat de gemeente de keerklepregeling moet toepassen op de Nutellazaken – wat betekent dat nieuwe zaken geweerd worden. Iets dat eerder gebeurde bij de massagesalons. Oranje: „Op dit moment ben ik daar niet aan toe. We moeten oppassen dat we niet aan symboolpolitiek gaan doen. Wel gaan we onze handhaafstrategie zo aanpassen dat we ons richten op overtredingen van de milieuwetgeving – voedselbereiding – en horecabedrijf in winkels.” Volgens Oranje moeten omwonenden de veranderende lokale economie accepteren. „De winkels richten zich op bezoekersstromen. Het is een illusie om te denken dat er een leuke buurtwinkel terugkomt in een straat waar duizenden mensen rondlopen.”