Nederlandse kunst met geweld uit het Louvre teruggehaald

De Rembrandts-kwestie roept herinneringen op aan 1815 bij historicus Rob Berends, toen soldaten Nederlandse kunst uit het Louvre terughaalden.

Militairen met getrokken sabel haalden de geroofde Stier van Potter uit het Louvre

Onder leiding van de voorganger van Wim Pijbes, Cornelis Apostool, de eerste directeur van het Rijksmuseum, heeft Nederland 200 jaar geleden met gewapende macht Nederlandse kunst teruggehaald uit het Louvre. In 1795 had de Franse bezetter de befaamde schilderijenverzameling van 200 stuks van stadhouder Willem V meegenomen. Daarin zaten werken van Van Dyck, Holbein, Potter, Rembrandt en Rubens. De trofeeënkunst werd tentoongesteld in het nieuwe Franse Nationaal Museum, ondergebracht in het Louvrepaleis in Parijs.

Na de Slag bij Waterloo op 18 juni 1815 en de bezetting van Parijs eiste de kersverse koning Willem I zijn kunstcollectie op. Noch de Franse regering met een even kersverse Bourbonkoning Lodewijk XVIII, noch Louvre-directeur Vivant Denon gaf een krimp.

De Engelsen en Pruisen hadden na twintig jaar oorlogvoeren tegen de Fransen weinig clementie meer. De Pruisen waren Parijs nog niet binnengetrokken of ze omsingelden Het Louvre en dreigden Denon met gevangenneming. Daarop wisten zij talrijke kunstwerken terug te krijgen. De Nederlandse ambassadeur in Parijs verzocht daarna de hertog van Wellington, commandant van de geallieerde troepen, om „de hulp der gewapende macht om met dezelve weg te neemen datgeene het welk zoo ontegensprekelijk het eigendom der Nederlanden was”, aldus Apostool.

Op 6 september stemde Wellington in met het Nederlands verzoek, maar zocht bij de Franse regering afstemming. Bij monde van haar minister van Buitenlandse Zaken, prins Talleyrand, een politieke overlever van 25 jaar ancien regime, revolutie en keizerrijk, kreeg hij een wel heel praktische oplossing: „Het was het beste voor de koning dat het zou lijken als een daad van geweld.”

De D-Day uit de Nederlandse kunstgeschiedenis startte op 17 september met een omsingeling van het Louvre door Engelse, Pruisische en Nederlandse soldaten. Op 18 september om 11 uur nodigde de Nederlandse gezant in Parijs delegatieleden, soldaten en diplomaten uit de geroofde kunst terug te nemen. Met behulp van de inventarislijst van Apostool werden gedurende drie dagen de meeste schilderijen teruggevonden en per koets afgevoerd naar het vaderland.

Aan het eind van de eerste dag dreigden incidenten met het transport van de Franse publiekslieveling De Stier van Paulus Potter. Eerst wilde een museummedewerker het stuk beschadigen, wat voorkomen werd met extra bewakers. Daarna besloot men om een joelende menigte Parijzenaars buiten te imponeren met een force de frappe: Pruisische soldaten liepen in draf met het opgerolde doek op hun schouders naar de gereedstaande koets, gevolgd door soldaten met „kleingeweer” en voorop generaal De Man met getrokken sabel. Aldus kwam De Stier in veiligheid.

Uiteindelijk zijn 132 van de 200 schilderijen teruggekomen. Dat gebeurde op 14 november 1815 in een triomftocht in Den Haag. Ze maken nu deel uit van de collectie van Het Mauritshuis. De 68 ontbrekende schilderijen, eenderde van de Oranjecollectie, waren niet in het Louvre en zijn nooit teruggekomen.