Na 25 jaar Duitse eenheid nog steeds geen schoon schip

Waar blijft de communistische tegenhanger van de Neurenberger processen, vraagt DDR-deskundige Marcel van Hamersveld zich af. En waarom is de Stasi nooit tot criminele organisatie verklaard? Kanttekeningen bij 25 jaar Duitse eenheid.

Vandaag, 3 oktober, is de Dag van de Duitse Eenheid, een nationale feestdag. Ongetwijfeld zal het allemaal pais en vree zijn bij de officiële vieringen dit weekend. Er is de afgelopen kwart eeuw dan ook veel bereikt. Maar toch, het blijft een onvoltooid proces. En wel hierom.

Waar men internationale rechtsbegrippen als misdaden tegen de menselijkheid had kunnen toepassen, werd bij de hereniging teruggegrepen op de juridische constructie dat destijds begane misdaden slechts mochten worden berecht naar de wetten die toen in DDR en BDR golden. Stelt u zich voor dat dit principe in 1945 op de gruwelijke misdaden van Hitlers nationaal-socialisten was toegepast.

Hierdoor zijn voor ernstige misdrijven als moord, ontvoering en mishandeling slechts enkele tientallen mensen veroordeeld, terwijl er gerechtelijke vooronderzoeken liepen tegen zo’n honderdduizend personen. Eveneens is er nauwelijks serieus gepoogd om na te gaan wat er met het ‘partijgoud’ is gebeurd, met de vele bezittingen van de communistische partij, de SED.

Een kwestie van eminent belang is wat er destijds in 1990 precies is gebeurd met het archief van de Stasi – en met name wat daarmee niet is gedaan, namelijk het volledig toegankelijk maken ervan. Dat de invloed van de Stasi zelfs na 25 jaar niet geheel is uitgewerkt, bewijst een recent onderzoek van het Institut zur Zukunft und Arbeit. Uitkomst: in gebieden van de voormalige DDR waar verhoudingsgewijs veel informanten actief waren, blijven economische groei, inventiviteit en opkomstpercentages achter en ligt de werkloosheid hoger ten opzichte van het gemiddelde.

Niet alleen daders uit de voormalige DDR gingen daardoor vrijuit. Door de vernietiging van het archief van de buitenlandse inlichtingentak van de Stasi, de Hauptverwaltung Aufklärung (HVA), konden in eerste instantie ook politici, wetenschappers en journalisten die in het Westen voor de buitenlandse tak voor de Stasi hadden gewerkt – naar schatting liefst twintig tot dertig duizend personen – opgelucht ademhalen. Het archief van de HVA werd namelijk onder toezicht en toestemming van zowel dissidenten als de laatste DDR-regering van Lothar de Maizière (later als IM, ofwel spion, ontmaskerd) nog voor de hereniging door de papierversnipperaar gejast.

Dit deel van de Stasi-geschiedenis is nauwelijks verwerkt. De focus lag op de catharsis in het Oosten waar mensen vaak onder druk werden gezet, terwijl de Stasi-spionnen in de oude Bondsrepubliek in de meeste gevallen op vrijwillige basis met de DDR samenwerkten, of in ieder geval zonder de dreiging van een alom aanwezige en almachtige dictatuur. Als het aan de toenmalige West-Duitse regering had gelegen, was het gehele Stasi-archief reeds in 1990 vernietigd of tenminste voor 30 jaar dichtgegaan. Protesten van Oost-Duitse zijde voorkwamen dat dit gebeurde.

Dat betekent echter niet dat er sprake is van volledige openheid. Zo is slechts de helft van het centrale Stasi-archief toegankelijk en wordt er nauwelijks prioriteit gegeven aan het aan elkaar plakken van documenten die door de papierversnipperaar zijn gehaald. Daarnaast bestaat er een merkwaardig soort daderbescherming. Onder het mom van bescherming van de privacy van de slachtoffers werden in Stasi-dossiers vaak juist namen van daders onleesbaar gemaakt.

In West-Duitsland bestond er sinds 1961 in Salzgitter een documentatiecentrum waar haarfijn de misdaden van het DDR-regime werden vastgelegd, met als doel de daders later ter verantwoording te kunnen roepen. Wat gebeurde er echter na 1990 met Salzgitter? Opgedoekt en vervangen door een nieuwe instantie, de Bundesbeauftragte für die Stasi-Unterlagen, kortweg BStU.

Aldaar mochten vanaf het prilste begin ongestoord jarenlang ex-Stasi officieren werken, een kwestie waarvoor de eerste chef van het Stasi-archief, de huidige bondspresident Joachim Gauck, in de eindverantwoordelijkheid deelt, aldus Uwe Müller en Grit Hartmann in hun standaardwerk met de veelzeggende titel Vorwärts und Vergessen uit 2009. Het is alsof voormalige belastingfraudeurs plotsklaps een nieuwe belastingdienst mogen opzetten, aldus beide auteurs.

Hans Altendorf, van 2001 tot 2014 de tweede man binnen de BStU, verzweeg in de jaren zeventig lid te zijn geweest van extreemlinkse West-Duitse organisaties die openlijk met de DDR sympathiseerden. Dat verklaart wellicht waarom hij in brisante gevallen over de rol van hooggeplaatste Stasi-agenten in West-Duitsland vrijwel steevast tegen publicatie besliste, uiteraard tot grote ontevredenheid van de onderzoekers die voor de Behörde werkten – Müller & Hartmann betitelen de BStU zelfs als ‘Zensurinstanz’.

Slechts één enkele legislatuurperiode van de Bondsdag (1969-1972) is enigszins uitvoerig onder de loep genomen. De uitkomst daarvan was schrikbarend: van de 496 parlementariërs waren er twaalf met zekerheid Stasi-agent en mogelijk zijn er voorts nog dertig afgevaardigden geweest met een stevige smet op hun blazoen. Een dergelijke uitkomst schreeuwt om uitbreiding van het onderzoek, maar het tegendeel is tot op de dag van vandaag het geval.

Het is ten aanzien van de vele slachtoffers van het mensonterende DDR-regime bitter om te moeten vaststellen dat bij de officiële herdenkingen juist die personen op het schild worden gehesen en bejubeld, die in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor hetgeen dat in 1990 (bewust?) nagelaten is.

Naar hun motieven kunnen we slechts gissen, al geldt waarschijnlijk ook hier de stelregel dat waar ergens geen openheid aan de dag wordt gelegd, er iets te verhullen is. Het schrijnende gebrek aan transparantie herbergt het risico in zich dat er mensen op belangrijke posten zitten met een mogelijk besmet verleden die gechanteerd kunnen worden. Dat is een risico dat geen enkele vrijheidsgezinde rechtstaat mag lopen.

Tot verwerking van een uiterst pijnlijk verleden en het helen van de vele diepe wonden die de communistische dictaturen hebben geslagen, draagt geheimzinnigdoenerij evenmin bij. Voldoende redenen dus om de archieven volledig te openen!