Kabinet verandert weinig aan positie zzp’ers

Visitekaartjes bij een bedrijfsverzamelpand voor eenmansbedrijven, Foto ANP / Roos Koole

Na maandenlang onderzoek en beraad verandert het kabinet op korte termijn weinig aan de positie van zzp’ers in Nederland. VVD en PvdA, die fundamenteel van mening verschillen over zelfstandigen zonder personeel, schuiven beslissingen door naar de toekomst.

“Oplossingsrichtingen vergen een brede politieke en maatschappelijke discussie”, schrijft het kabinet vandaag in een langverwachte reactie op een beleidsonderzoek van departementen.

Politieke impasse

Het uitblijven van gerichte maatregelen voor het belangrijke zzp-dossier duidt op de politieke impasse waarin beide regeringspartijen verkeren. Ook vanuit werkgeversorganisatie VNO-NCW en vakbond FNV – die eerder dit jaar zijn gepolst, maar onderling gespannen verhoudingen hebben – is geen oplossing gekomen.

Omdat het aantal zzp’ers in Nederland de afgelopen vijftien jaar is verdubbeld (1.020.000 in het tweede kwartaal, volgens het CBS) heeft het kabinet in mei 2014 om een groot ambtelijk onderzoek gevraagd. De onderzoekers constateren een “mismatch” tussen beleid en praktijk voor zowel zzp’ers als werknemers in loondienst, blijkt uit het rapport. Een deel van de zzp’ers zou meer bescherming nodig hebben tegen arbeidsongeschiktheid en baanverlies, terwijl het werknemers ontbreekt aan keuzevrijheid op het vlak van bijvoorbeeld pensioenopbouw en verzekeringen.

Verschil overbruggen

Het kabinet vindt dat het verschil tussen zzp’ers en werknemers verkleind moet worden. Om werkgevers te stimuleren meer mensen een contract te geven, wil het kabinet de loonkosten omlaag brengen.

De “enig haalbare maatregel” die is overgebleven, aldus het kabinet, is dat kleine werkgevers (minder dan tien mensen in dienst) niet langer verplicht zijn tot loondoorbetaling in het tweede jaar ziekte. In plaats daarvan wordt het tweede jaar vergoed vanuit publieke verzekering, waar werkgevers een sectorale premie voor afdragen. Deze maatregel zou voor veel werkgevers (84 procent) gelden, maar slechts een beperkt deel van de werknemers (10 procent van de loonsom) omvatten. Het kabinet wil hierover in discussie met ondernemersorganisaties en de Tweede Kamer.

Doorbetaling

Op dit moment betalen veel werkgevers 100 procent loon in het eerste jaar ziekte en 70 procent in het tweede jaar. Het kabinet wil met sociale partners spreken over het verlagen van de bovenwettelijke loondoorbetaling, in de hoop dat werkgevers dan meer mensen kunnen aannemen.

Het kabinet gaat geen verplichte zzp-verzekeringen tegen bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of voor pensioen invoeren, ondanks de brede discussie die hierover al is gevoerd. “Het kabinet zet zich in om zzp’ers te faciliteren, voor te lichten en te ondersteunen bij het organiseren van hun eigen bescherming” – maar verder dan dat gaat het kabinet niet. Een op de drie zzp’ers is niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, bevestigen de onderzoekers.

Vervanging VAR-verklaring

Ook neemt het kabinet geen aanvullende maatregelen om ‘schijnzelfstandigen’ tegen te gaan. Schijnzelfstandigen zijn verkapte werknemers die tegen lagere kosten werken. Het kabinet heeft eerder dit jaar al de Wet aanpak Schijnconstructies ingevoerd, die ook hoofdopdrachtgevers verantwoordelijk stelt voor uitbuiting.

Verder wordt de VAR-verklaring (Verklaring Arbeidsrelatie) voor zelfstandigen in 2016 vervangen door ‘modelcontracten’. Hierin leggen opdrachtgevers en zelfstandigen samen vast hoe hun werkrelatie fiscaal in elkaar steekt. Ook dit moet malafide praktijken tegengaan.