In het Congres bevechten Republikeinen nu elkáár

De dwarsliggers van de Tea Party bepalen in de Amerikaanse politiek nu de norm. Maken gematigden nog kans?

Boehner kondigt zijn vertrek aan als voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Jim Loscalzo/EPA

Het offer van John Boehner, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden die vrijdag zijn vertrek aankondigde, is niet voor niets geweest. Een paar uur voor de deadline ging het Amerikaanse Congres woensdagavond akkoord met een begrotingswet. Hiermee blijft de federale overheid in ieder geval tot 11 december open. In de tussentijd moet president Obama met de Republikeinse leiders in de Senaat en Huis van Afgevaardigden onderhandelen over een nieuwe begroting.

Het is de afgelopen jaren een ritueel geworden: de federale overheid heeft geld nodig, het Congres ligt dwars, en uiteindelijk komt er geld vrij – voor een korte periode. Als een blikje dat steeds weer vooruit wordt geschopt, zeggen ze in Washington. 

Dat de rust nu voor even is hersteld, komt door John Boehner. Er dreigde een zoveelste opstand van de radicale vleugel van de fractie. Die wilde alleen akkoord gaan met de begroting als de financiering van Planned Parenthood werd stopgezet, een netwerk van klinieken waar onder meer abortus wordt aangeboden. Boehner wierp zich in de baan van dit schot. Hij kondigde een week geleden zijn vertrek als voorzitter aan. Hij was het eeuwige knokken voor compromissen in zijn eigen partij zat. Bevrijd van de dreiging van couppogingen uit de radicale hoek sloot hij woensdag met de Democraten een akkoord over de begroting. De gematigde vleugel van de Republikeinse Partij boekte hiermee een pyrrusoverwinning op de radicalen.

Die Republikeinse richtingenstrijd woedt zowel in het Congres als daarbuiten. Bij de campagne om een presidentskandidaat strijden ‘alles-of-nietskandidaten’ als Donald Trump, Ben Carson en Ted Cruz tegen iets meer compromisbereide kandidaten als Jeb Bush, Marco Rubio en John Kasich. De buitenstaanders doen het volgens peilingen goed bij de achterban: Donald Trump en Ben Carson zijn de koplopers.

In het Congres tekent zich hetzelfde af. In theorie hadden de Republikeinen een formidabel blok tegen president Obama kunnen vormen – ze hebben in beide kamers een meerderheid en hun dominantie is sinds 1930 niet zo groot geweest. In de praktijk gaat alle energie op aan de machtsstrijd tussen rekkelijken en preciezen.

Oorlog in de partij

„Het is oorlog in de partij”, verzucht de schrijver en Republikeinse partijstrateeg Geoffrey Kabaservice.

„We waren een breed ingestelde bestuurderspartij, met een kleine radicale vleugel. Dat is ingeruild voor iets nieuws: ideologische zuiverheid.”

Kabaservice schreef in 2012 het boek Rule and Ruin, over de teloorgang van de gematigde vleugel van de partij. Tegenwoordig werkt hij voor Republican Main Street, de belangenorganisatie voor gematigde Republikeinen. 70 van de 246 Republikeinen in het Huis hebben zich erbij aangesloten. De radicale vleugel is met zo’n 40 Congresleden, verenigd in de Freedom Caucus, een stuk kleiner. Hun doelen verschillen: de gematigden zijn vooral tegen belastingen, de radicalen tegen abortus. Kabaservice:

„Ze vormen geen meerderheid, maar hebben de partij wel in hun greep. Het gaat niet om regeren, of het dragen van verantwoordelijkheid. Ze zijn al tevreden als ze alle plannen van het Witte Huis kunnen afschieten.”

Zo zijn deze jaren van Republikeinse dominantie uiteindelijk jaren van obstructionisme geworden. Verloren jaren, zegt Kabaservice.

De Republikeinen waren van oudsher een tolerante, pragmatische partij. Een ‘Big Tent’, die ruimte bood aan uiteenlopende groepen – kapitalisten, arbeiders, Afro-Amerikanen. In de Koude Oorlog veranderde dat. In 1964 werd de populist Barry Goldwater de Republikeinse presidentskandidaat. Hij keerde zich tegen het compromis als deugd, en verenigde zo het ongenoegen op rechts. Kabaservice: „Goldwater verloor kansloos van de Democraat Lyndon Johnson. Maar hij wakkerde een nieuw ideaal aan, dat tot vandaag in de partij doorwerkt. Principes gaan voor verantwoordelijkheid. Hij maakte zo de opkomst van Ronald Reagan mogelijk, en later die van de Tea Party.”

Slag bij de voorverkiezingen

In november sloeg de beweging een grote slag bij de tussentijdse Congresverkiezingen. De strategie was zich te richten tegen Republikeinen die bereid waren compromissen te sluiten. Met geld van de rechtse lobbygroep Freedom Works werd zo bijvoorbeeld de Republikeinse leider Eric Cantor, de rechterhand van John Boehner, in Virginia verslagen door een onbekende Tea Party-kandidaat. Dat werkte in Washington als een dreigement: wie niet meedoet, krijgen we wel weg.

John Boehner, die als voorzitter meerderheden voor wetsvoorstellen moest zoeken, was een constant doelwit. Euforie heerste bij de Tea Party-vleugel toen hij zijn vertrek bekendmaakte. „Het is ons gelukt!”, mailde Freedom Works naar de aanhang. „We hebben John Boehner weggekregen. Het is ongelooflijk!”

De Tea Party, opgericht in 2009, heeft agenderen altijd boven regeren gesteld. De politicologen Thomas Mann (een Democraat) en Norm Ornstein (een Republikein) noemen de beweging in hun boek It’s Even Worse Than It Looks ‘een opstandige buitenstaander – ideologisch extreem, met minachting voor het compromis, bijna de oorlog aan de overheid verklarend’. De invloed daarvan is inmiddels duidelijk terug te zien. Het Congres kiest voor kwesties met een hoge symboolwaarde. In 2013 ging de overheid tijdelijk op slot, omdat de Republikeinen wilden dat Obama zijn zorgstelsel zou intrekken. Deze week organiseerden de Republikeinen een showhoorzitting over Planned Parenthood.

In oktober volgt de kwestie-Benghazi: bij de aanslag op het Amerikaanse consulaat in die Libische stad kwamen in 2012 vier Amerikanen om. De Republikeinen willen er een groot spektakel van maken, en hebben Hillary Clinton opgeroepen in een hoorzitting te getuigen. Officieel gaat het om waarheidsvinding, maar fractievoorzitter Kevin McCarthy liet zich dinsdag tijdens een tv-interview in de kaarten kijken.

„Iedereen dacht dat Hillary Clinton onverslaanbaar was, toch? Maar we hebben een Benghazi-commissie ingesteld. En wat doen de peilingen? Die kelderen.”

Kevin McCarthy geldt als de favoriet om Boehner op te volgen. Hij is zeer conservatief, maar hoort niet bij de ideologische scherpslijpers. Echte alternatieven zijn er niet, want om voorzitter te worden heb je een brede coalitie nodig. Door John Boehner weg te pesten, heeft de Tea Party volgens Geoffrey Kabaservice gekozen voor een tactiek van de verschroeide aarde. „Wat is het plan? Een eigen onomstreden leider hebben ze niet, dus moeten ze genoegen nemen met een opvolger die ook compromissen gaat sluiten. Die kunnen ze dan ook weer het leven zuur maken. En zo blijft dit patroon zich herhalen.”

Lees ook: Republikeinen door uiterst rechts 'gekaapt'