Het gaat beter in Afghanistan, althans nu even

Sinds de Talibaan in 2001 uit de hoofdstad werden verdreven, heeft Afghanistan op veel gebieden vooruitgang geboekt: onderwijs, vrouwenrechten, infrastructuur. Beklijft het?

Het was een zware tegenslag voor de Afghaanse regering toen de Talibaan er maandag in slaagden Kunduz in te nemen. Het regeringsleger revancheerde zich drie dagen later door de strategische stad grotendeels te heroveren. Toch rijst de vraag of de Afghaanse strijdkrachten opgewassen zijn tegen de Talibaan, nu de Amerikanen vrijwel weg zijn uit Afghanistan. Alles wat sinds de verdrijving van de Talibaan uit Kabul in 2001 is opgebouwd, zou voor niets geweest kunnen zijn. Hoe staat het land er nu voor?

Militair

De VS en andere landen hebben tientallen miljarden geïnvesteerd in training en uitrusting van de Afghaanse krijgsmacht. De kwaliteit van de onderdelen wisselt sterk. De elitetroepen maken soms indruk met snelle, efficiënte acties, bijvoorbeeld in reactie op aanslagen van de Talibaan in Kabul. Elders zijn hun prestaties vaak matig. In het zuiden, waar de Talibaan het sterkst zijn, durven regeringsmilitairen amper van hun basis af. Veelzeggend is ook het grote verloop binnen de strijdkrachten: ongeveer eenderde sneuvelt of vertrekt elk jaar. Op het platteland, vooral in het zuiden en oosten, zijn de Talibaan dikwijls heer en meester. Aan de andere kant: de Talibaan zijn er ondanks incidentele successen – Kunduz – niet in geslaagd ook maar één grotere plaats langere tijd in handen te houden. Onduidelijk is of de regeringstroepen het op termijn op eigen kracht tegen de Talibaan redden. Wellicht blijken ze, net als hun Iraakse collega’s, uiteindelijk van weinig waarde.

Economisch

Met buitenlandse hulp – de Afghaanse begroting drijft op geld uit het buitenland – is de infrastructuur sterk uitgebreid. Miljoenen Afghanen hebben mobiele telefoons. Industrie van betekenis is er niet, wel wordt meer handel gedreven dan in 2001. Corruptie blijft een probleem. Het belangrijkste exportproduct is opium; Afghanistan is goed voor 90 procent van de wereldproductie. Pogingen van het Westen de papaverteelt te beteugelen, hebben betrekkelijk weinig uitgehaald. Vorig jaar was er een recordoogst.

Onderwijs

Beter onderwijs voor meer Afghanen wordt vaak genoemd als een van de belangrijkste resultaten van de hulp. Genoten in 2002 maar 900.000 jongens onderwijs, en vrijwel geen meisjes, tegenwoordig gaan er volgens officiële cijfers ruim 8 miljoen kinderen (39 procent meisjes) naar school. Volgens critici zijn die cijfers te rooskleurig, maar niemand kan ontkennen dat er sinds 2001 duizenden scholen zijn gebouwd en tienduizenden leerkrachten zijn opgeleid.

Volksgezondheid

Ook de gezondheidszorg is onmiskenbaar verbeterd. Volgens officiële gegevens woont nu ruim de helft van de Afghaanse bevolking op minder dan een uur lopen van een medische faciliteit, tegen minder dan 9 procent in 2001. Vooral vrouwen en kinderen hebben veel meer toegang tot gezondheidszorg dan onder de Talibaan. Desondanks blijft de zorg dikwijls gebrekkig, ook door frequente gevechten. Uit een rapport van Artsen zonder Grenzen bleek vorig jaar dat veel kliniekjes niet genoeg medicijnen hebben, onvoldoende geschoold personeel en zelden stroom.

Positie van de vrouw

Vrouwen zijn minder ondergeschikt dan vroeger en kunnen zich meer ontplooien. Er zijn vrouwelijke artsen en leerkrachten, parlementsleden en rechters. Vrouwen hebben ook stemrecht. Toch blijven mannen de samenleving domineren.

Media

Waren media in 2001 vrijwel non-existent, nu is er een ruim aanbod aan kranten, radio- en tv-stations. Nooit eerder was er zo veel persvrijheid. Sommige media oefenen openlijk kritiek op corrupte praktijken. Maar journalisten worden soms bedreigd of zelfs aangevallen.