‘Den Haag hield ons voor de gek over missie naar Kunduz’

In 2013 trainde Auke Westerterp in Kunduz Afghaanse agenten. Was alles voor niets? „Wij hebben veel te snel de stekker eruit getrokken.”

Een Afghaanse politieagent, gisteren in Kunduz, waar ook vanochtend werd doorgevochten tussen de Talibaan en regeringstroepen. Foto Reuters

De Afghanen met wie Auke Westerterp nog contact heeft, zijn allen gevlucht uit Kunduz. „Ze wonen nu in Kabul of zelfs in Duitsland”, vertelt hij. Begin 2013 werkte hij een half jaar in Kunduz, waar Nederland lokale politieagenten opleidde. Is dat allemaal voor niks geweest? Met die vraag lopen vermoedelijk ook duizenden andere militairen rond die naar Afghanistan werden uitgezonden.

„Iedereen heeft die twijfel. Sommige jongens zeggen dat we in ieder geval iets hebben kunnen betekenen voor de Afghaanse agenten daar”, zegt Westerterp. „Anderen benadrukken dat we niet eens weten of de mensen die we trainden nog leven. Of voor wie ze nu vechten.”

Dat Kunduz deze week in handen van de Talibaan viel, verbaast Westerterp „helemaal niks”. „Het grote probleem daar is de wanorde in het overheidsapparaat en het gebrek aan vertrouwen in die overheid.”

Jaren van westerse inmenging hebben die Afghaanse kwaal niet opgelost. Westerterp: „Wij zijn maar twee jaar in Kunduz geweest. Het is totaal naïef te denken dat we in zo’n korte tijd significante veranderingen teweeg hadden kunnen brengen. Als je echt iets wilt veranderen in zo’n land, moet je twintig jaar, misschien wel twee generaties investeren. Wij hebben er veel te snel de stekker uitgetrokken.”

Westerse troepen trokken zich in 2013 teug uit de noordelijke provincie, waar de Talibaan weer sterker werden. Deze week namen ze de provinciehoofdstad in. Met VS-luchtsteun proberen het Afghaanse leger en politie de stad te heroveren.

Hoewel de Tweede Kamer niet wilde dat door Nederland opgeleide agenten zouden vechten, is dat wel zo. „De Afghaanse realiteit is altijd weerbarstiger dan de Haagse werkelijkheid”, zegt Westerterp.

Hij werd begin dit jaar nog uitgezonden naar Mali voordat heeft deze zomer bij de luchtmobiele brigade ontslag nam. Onder meer om de keuzes van ‘de politiek’ over militaire missies. Uit onvrede met de politieke Kunduz-besluitvorming wijdde hij zijn scriptie eraan voor zijn vorig jaar afgeronde studie internationale betrekkingen.

„De missie werd verkocht met het idee: we gaan die arme Afghanen redden, terrorisme bestrijden en stabiliteit in de regio brengen. Maar er was een belangrijk ander motief”, zegt hij. In 2010 was het kabinet-Balkenende IV gevallen over de verlenging van de militaire missie in Uruzgan, de Zuid-Afghaanse provincie waar Nederland sinds 2006 lead nation was. „Dit werd ons internationaal kwalijk genomen. Daarom bestond de politieke en militaire wens toch weer iets te doen in Afghanistan.”

Bij de VN-missie in Mali ziet hij iets vergelijkbaars. „We doen er goed werk, maar als de echte reden om daar te zijn [het bemachtigen van] een zetel in de VN-Veiligheidsraad is, moet de politiek er eerlijk over zijn. De bevolking en militairen worden voor de gek gehouden. Als militair trek ik de wereld in om mensen te helpen. Ik heb niet volledig vertrouwen dat de politiek daarom aan zo’n missie begint.”

De situatie in Kunduz volgt Westerterp via Nederlandse media en Afghaanse sites. „We hebben er geen journalisten meer, ik kan lastig inschatten hoe dramatisch het is. Veel militairen hebben een deel van hun leven aan Kunduz opgeofferd, en het kostte een hoop geld. Als de stad structureel in handen van de Talibaan valt, blijft er weinig over van het beetje dat we er wel hebben bereikt. Ontzettend jammer.”