Column

De stijl van Trump

De opkomst van Donald Trump doet mij onweerstaanbaar denken aan die van Pim Fortuyn. En hoe meer ik over Trump lees, hoe sterker de vergelijking zich opdringt, al zijn er ook duidelijke verschillen. Misschien is er ook een persoonlijke reden voor die vergelijking. Ruim tien jaar geleden moest ik een linkse Amerikaanse intellectueel uitleggen wie Fortuyn was geweest. Hij keek me lacherig-ongelovig aan en zei: „Zo iemand zou bij ons niet kunnen.”

Nu hebben ze ’m – en ze zijn nog lang niet van hem af.

Het beste wat ik over Trump las, stond onlangs in het magazine van The New York Times. Journalist Mark Leibovich schreef een lange, persoonlijke reportage over zijn ervaringen met Trump. Er staan geen opvallende nieuwe feiten of uitspraken in, en toch is het een onthullend relaas.

Trump en Fortuyn hebben een heel verschillende achtergrond: Trump is een schatrijke zakenman en komt ook uit zo’n milieu, Fortuyn was van burgerlijke komaf en werd een academisch gevormde intellectueel. Wat ze vooral gemeen hebben is hun uitdagende stijl, gedragen door een natuurlijk charisma, waardoor ze mediageniek zijn. Het type politicus dat zegt wat hij denkt, althans, dat zégt hij. Het resulteert in beledigende, maar lollig verwoorde oordelen over individuen (liefst collega-politici) en groepen (liefst allochtone minderheden).

Zowel Fortuyn als Trump werd in korte tijd de lieveling van de media. Leibovich beschrijft de gekte die uitbreekt zodra Trump zich ergens vertoont. Journalisten en filmers buitelen over elkaar heen, niemand wil iets missen. („Ik heb veel persworstelingen gezien, maar nooit zoals deze.”)

Eerst had Leibovich besloten Trump te negeren, maar hij kon op den duur niet om hem heen. Hij schetst het dilemma voor het hele politieke establishment plus de journalistiek: aanvallen, negeren, meegaan? Maar wat men ook doet: Trump domineert de campagne.

Evenals bij Fortuyn zie je bij Trump een narcistische inslag. Hij houdt evenveel van de media als de media van hem. Hij is zeer toegankelijk voor de media – een verschil met de bijna onbereikbare Hillary Clinton, constateert Leibovich. Hij noemt Trump „een pure mediapopulist”, die in zijn vrije tijd geobsedeerd naar filmpjes van zijn eigen optredens zit te kijken. Trump wil voortdurend weten wat er over hem gezegd en geschreven wordt.

In tegenstelling tot Fortuyn (‘Verweesde samenleving’) heeft Trump geen uitgesproken politieke missie. Hij wil Amerika de verloren branie en glamour teruggeven, dát is zijn boodschap. Leibovich noemt hem ‘non-ideologisch’, iemand die zich vooral richt tegen de hele politieke klasse: van partijstrategen en kandidaten tot commentatoren – of ze nou links of rechts zijn.

Hij noemt de ‘losers’ en ‘scumbags’ (schooiers) van die klasse bij naam. Een prominente Republikein als Karl Rove, strateeg van George W. Bush, vindt hij „een volkomen incompetente klootzak”. (Als het om schelden gaat, lijkt Trump meer op Wilders dan op Fortuyn.)

Leibovich geeft toe dat hij zelf als journalist ook een afkeer heeft gekregen van die gesloten, politieke klasse. Hij constateert daarom dat Trump met zijn uitdagend beleden haat een open zenuw raakt in de Amerikaanse samenleving. Waar dit moet eindigen? Hij vroeg het Trump. Die zei: „I have no idea. But I’m here now. And it’s beautiful.”