Brieven

Wij weten hoe het heurt

Geachte heer Van Lanschot, ik heb uw opiniestuk heel aandachtig gelezen (30/9) en ben van mening dat uw manier van denken weergeeft hoe Nederland worstelt met integratievraagstukken.

Ik ben zelf een vluchteling die zijn weg heel goed gevonden heeft in Nederland. Toevallig kom ik uit het Wassenaar van Soedan. Ik heb in dezelfde straten gespeeld als waar voormalig minister van Financiën Wouter Bos heeft gespeeld in de tijd dat zijn vader daar ambassadeur was. Dus hoe het ‘heurt’ heb ook ik met de paplepel ingegoten gekregen.

U scheert in uw opiniestuk alle vluchtelingen over één kam en bestempelt hen als arme, of kansloze mensen die het niet goed kunnen vinden met de bewoners van rijke wijken als Benoordenhout. Dat is een groot zwaktebod in uw redenering.

In mijn eerste jaren in Nederland had ik het geluk in rijke gemeenten te kunnen wonen. Juist daardoor ben ik veel in aanraking gekomen met Nederlanders en heb ik de Nederlandse cultuur beter leren begrijpen. Inmiddels woon ik in Den Haag – niet in de Schilderswijk maar in Bezuidenhout.

Vaak beweren mensen dat het de nieuwkomers zijn die niet willen integreren. Hoe kan je van iemand verwachten om de taal te leren en zich aan te passen als je hem niet accepteert? Sterker, als je hem niet in de buurt wenst?

Als argument om vluchtelingen te weren uit rijke wijken noemt u de hoge prijzen van Benoordenhout om bijvoorbeeld te lunchen of een brood te kopen, terwijl de prijzen in de Schilderswijk veel lager liggen. Los van het feit dat vluchtelingen zelf wel kunnen bepalen waar ze boodschappen doen, is het blijkbaar niet in u opgekomen dat er zich ook wat goedkopere winkels bij u in de buurt zouden kunnen vestigen als gevolg van een AZC in Benoordenhout. Datzelfde geldt voor een moskee.

Misschien wringt hier de schoen: u wilt helemaal geen moskee of telefoonwinkel in uw buurt. En al helemaal geen vluchtelingen. U gebruikt uw rijkdom als excuus om vluchtelingen naar arme wijken te verwijzen. Dat zegt vooral iets over de geringe kennis die u heeft van de achtergronden van vluchtelingen.

Daarom hoop ik van harte dat er AZC’s komen in rijke wijken, zoals Benoordenhout. Zodat vluchtelingen goede sociale contacten opdoen met wijkbewoners en zodat de wijkbewoners zelf iets meer realiteitszin krijgen.

U maakt vast een grapje

Ik voel nooit zo de behoefte om te reageren op artikelen, maar na het lezen van Robbert van Lanschot over vluchtelingen zit ik toch een met een vraag: is dit serieus bedoeld?

H.T. van Tilburg

Solidariteitstax

Eerst dacht ik dat het artikel van Robbert van Lanschot (30/9) ironisch bedoeld was. Maar het lijkt toch serieus. Hij heeft een punt dat het inkomensverschil tussen een buurt van rijken en asielzoekers nog groter is dan tussen een rijke en een arme buurt. Ongetwijfeld zullen bewoners van een azc geen aansluiting vinden bij de rijke buurt. Effectiever lijkt het me van de rijken te vragen waar ze genoeg van hebben: geld. Ik stel daarom voor een Solidariteitstax in te voeren op buurtniveau. Hoe rijker de buurt, des te hoger de bijdrage. Individueel te innen via de gemeentebelasting (OZB). Buurten die de grootste bijdrage leveren om de problemen van asielzoekers te helpen oplossen, ontvangen de hoogste bijdrage.

Hans van Dijk

Dit is Geen Stijl

U publiceert een misselijkmakende bijdrage van Robbert van Lanschot (30/9). Hij betoogt dat moslims en moslimvluchtelingen niet in zijn Benoordenhout passen. Terzijde: in die wijk staat de oudste moskee van ons land, een feit dat hij maar vergeet te vermelden. Zijns inziens is het nodig dat moslims vooral bij elkaar in armere buurten wonen. Daar vinden ze de juiste winkels, de juiste gebedshuizen en de juiste sociale contacten. Ik vraag me in gemoede af of u zo’n bijdrage ook had geplaatst als het over joden ging, die maar beter in een getto kunnen wonen. En ik weet het antwoord: zeker niet, al was het maar om niet voor antisemitische spreekbuis te worden versleten en om uw joodse lezers niet alleen niet voor het hoofd te stoten, maar ze ook niet massaal als betalende lezers kwijt te raken. Waarom mag zo’n verfoeilijke bijdrage over moslims dan wel uw pagina’s bevuilen?

Zo’n betoog is iets voor Geenstijl, dat het dan ook vrijwel compleet heeft overgenomen. Daar kan iedereen z’n weerzinwekkende borrelpraat kwijt, maar ik lees uw krant niet om van zulke onsmakelijke meningen kennis te nemen, ook niet als die met een semi-intellectualistisch sausje zijn overgoten. Dan heb ik nog liever te maken met de door u in dezelfde krant geportretteerde Oudenbosschers, die recht voor z’n raap hun mening geven, hoe ongefundeerd en ondoordacht die ook mag zijn.

Joost Boswijk