Column

Aanvliegen, starten en invliegen? Nee

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Er zijn van die dagen dat ik behoorlijk duizelig van kantoor kom. Van die dagen dat er uitdagingen aangevlogen worden, collega’s ver boven zichzelf uitstijgen, expertise moet worden ingevlogen en mijn helikopterview nodig is met het oog op naderende turbulentie in de markt.

Ik bedoel maar: als je niet uitkijkt zit je zo in een luchtzak op kantoor, met al die vliegmetaforen. De punten op de horizon waar we met z’n allen naartoe navigeren. De mensen met de meeste vlieguren die altijd aan het woord zijn. De projecten die moeten worden opgestart én weer ergens moeten landen. De collega’s die onder de radar opereren. De negatieve reisadviezen die aan voorstellen worden gegeven. Er is zelfs een ‘incheckmoment’. Die heb je bij ‘Governance Meetings’, zo zag ik op Wikipedia. Het is het moment waarop deelnemers zich aan elkaar voorstellen.

Man man man.

Maar het mooiste was een collega die laatst iemand aan de telefoon had horen zeggen dat we ‘er wel voor moeten zorgen dat we op dezelfde vlieghoogte blijven’. Of die leuke jongen van sales die zei: ‘ik praat je wel even op de grond’ – schitterend. Hoewel ik nu wel twijfel of hij het niet letterlijk bedoelde omdat hij 20 centimeter kleiner is dan ik.

Jongens. Ik snap heel goed waarom veel kantoortijgers zo praten. De meesten zitten al jaren op de automatische piloot en dan krijg je clichés. Het heeft ook iets van een wanhopige poging van kantoor je eigen wereld van Peter Stuyvesant te maken – met champagne in de businessclass en feesten met de crew aan de Copacabana. Het verlangen te willen ontstijgen aan de grauwheid van vergeelde lamellen en saaie PowerPoints, dat zit er ook in. Ik ken behoorlijk wat mannen die ’s avonds op hun zolder achter een vliegsimulator zitten en daar de meest geavanceerde toestellen keurig op de grond zetten. Daar wél.

Maar bovenal drukt het natuurlijk het verlangen uit de baas te willen zijn, dit soort taal. Als een piloot willen zijn – de ultieme eindbaas. Iedereen staat voor je in de rij, blijft urenlang keurig achter je zitten en als je het verpest moeten ze eerst maar eens de zwarte doos zien te vinden. Ik ken mensen die daarom liever dan opslag, een pilotenpet zouden krijgen en een knuppel waar ze achter kunnen zitten.

En toch gaan we nu echt stoppen met dat zweverige gedoe op kantoor – het geeft het verkeerde signaal. Want de luchtvaartbranche is écht geen glamour meer. Je eigen brood en champagne moet je tegenwoordig meenemen, en betalen voor ruimte voor je knieën. Piloten hálen de Copacabana niet eens meer, dan moeten ze alweer terug van hun prijsvechters. Ik denk dat we die mensen beter kunnen steunen, dan napraten. Het is ook gewoon te gevaarlijk: allemaal op dezelfde vlieghoogte met al die ballen en proefballonnen in de lucht. Zorg liever dat je wérk van de grond komt en niveau krijgt – maak eens een doorstart– denk ik dan.

Ik vlieg graag, begrijp me niet verkeerd. Maar als ik eerlijk ben, ben ik liever arrivee. Met beide benen veilig op de grond.