Klimaat

De doorbraak van Kopenhagen

Laten we voor de verandering eens niet meteen beginnen af te dingen op de voorstellen - ook al is daar misschien aanleiding voor. Dan ziet het er voor Parijs helemaal niet zo slecht uit. Nu India zijn plannen heeft gepubliceerd, hebben 146 landen, gezamenlijk goed voor 87 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, hun zogeheten INDC ingeleverd, hun Intended Nationally Determined Contributions. Datgene dus wat landen beloven te doen om in de komende jaren de uitstoot van broeikasgassen te reduceren en om zich op klimaatverandering voor te bereiden.

Vergelijk dat maar eens met het Kyoto-protocol, het enige klimaatverdrag dat de wereld heeft gehad – en officieel nog steeds heeft. Dat protocol stelde vanaf het begin al weinig voor, het werd nog minder toen de VS afhaakten. En de tweede termijn, ingegaan in 2012, is daarvan dan nog weer een slap aftreksel. Slechts een paar dozijn (rijke) landen doen eraan mee, gezamenlijk zijn die verantwoordelijk voor nog geen twintig procent van alle broeikasgassen.

Grote ego’s

Dat het nu anders is, kan gezien worden als de grote doorbraak van Kopenhagen, de mislukte klimaattop in 2009. Daar werden de gesprekken tot op het hoogste niveau gevoerd. Regeringsleiders namen de positie van hun onderhandelaars over. En met dat soort grote ego’s valt het niet mee om een goede balans te vinden tussen geven en nemen. In de praktijk was Kopenhagen vooral een wedstrijd armpje drukken tussen China en de VS.
Maar juist dat gevecht heeft gezorgd voor nieuw elan. De grote verdienste van Kopenhagen is, dat de scheidslijn tussen arme en rijke landen is verdwenen. En dat zonder dat de ‘gedeelde maar verschillende verantwoordelijkheden’ zijn losgelaten.

De INDC’s bleken daarvoor het juiste instrument: alle landen mogen nu zelf bepalen wat voor hen haalbaar is. Dat betekent dus ook dat voor iedereen zichtbaar is hoe ver een land bereid is te gaan. Dank zij de doorrekening door bij voorbeeld Climate Action Tracker, waarin vier serieuze, onafhankelijke instituten samenwerken, wordt zichtbaar hoe landen als Rusland, Australië en Canada hun gebrek aan ambitie proberen te verhullen, hoe landen een groot deel van hun recente uitstoot onder het tapijt vegen door slimme referentiejaren te kiezen. En hoe vooral ontwikkelingslanden hun beloftes laten afhangen van financiering door geïndustrialiseerde landen.

Technologie-overdracht

Neem bijvoorbeeld India. Dat land belooft voorlopig alleen zijn emissie-intensiteit te verlagen (in 2030 met ruim een derde ten opzichte van 2005). Daarnaast is India bereid 40 procent van zijn elektriciteit duurzaam op te wekken op voorwaarde dat rijke landen daarvoor de technologie en de financiële middelen leveren.
Natuurlijk is het waar dat India zich niet, zoals China, vastlegt op een piek in de emissies. En al helemaal niet op absolute reducties, zoals de opkomende economie Brazilië. Maar Climate Action Tracker concludeert dat alle 146 beloftes bij elkaar leiden tot een temperatuurstijging van 2,7 graden Celsius tegen het einde van de eeuw. Nog steeds meer dan is afgesproken, maar wel een bewijs van de groeiende bereidheid om klimaatverandering nu echt aan te pakken.

Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.