Ze zijn voor iedereen te zien. Dat telt

Beide schilderijen definitief terug, dat was het beste geweest. Maar dit is ook goed.

Martijn Sanders, voorzitter van de Vereniging Rembrandt:

„Wij hadden graag beide stukken in Nederland gezien. Dat was ook voorwaarde voor onze financiële steun. Als een boer met kiespijn zeggen we nu: die 5 miljoen euro kunnen we in onze zak houden. De staat heeft 80 miljoen euro gegarandeerd om de schilderijen aan te kopen. Wij zijn er als particuliere vereniging niet om de staat te ontlasten, maar om de musea te helpen.

„De schilderijen spreken voor ons gevoel veel beter in Nederland, omdat ze het verhaal vertellen van een jong echtpaar in de eerste helft van de zeventiende eeuw in Amsterdam. Dat verhaal kun je wel in Nederland vertellen, maar veel moeilijker in het Louvre. Ik vind dat ze hier horen en ik vind het ook een gemiste kans, omdat we er zo dichtbij zaten.

„Gedeeld bezit is niet altijd een gedeeld genot. Er doemen allerlei problemen op. Wie mag de schilderijen restaureren? Misschien zeggen de Fransen ‘dat moeten wij doen’, terwijl er in Nederland meer expertise is. En de werken zullen ook over en weer getransporteerd moeten worden, terwijl daar allerlei risico’s aan verbonden zijn.”

Alexander Pechtold, fractievoorzitter D66:

„Ik vind dit een prima oplossing. Het allerbelangrijkste is dat de schilderijen niet in particulier eigendom komen in een ver land, maar publiek te bezichtigen worden. Ze blijven in Europa en ze zullen geregeld naar Nederland komen. Dat vind ik het belangrijkste. Goed, het was natuurlijk nog mooier geweest als Nederland ze allebei helemaal in eigendom zou hebben gekregen. Maar op een gegeven moment was deze zaak niet alleen meer van kunsthistorisch belang. Het werd ook een diplomatieke kwestie. Dan moet je voor het hoogst haalbare gaan, en ik denk dat dit een mooi resultaat is. Ik hoop dat de uitwerking in de details net zo goed zal zijn.”

Emilie Gordenker, directeur van het Mauritshuis:

„Toen wij het beraad met de fractievoorzitters van de Tweede Kamer en de Vereniging Rembrandt belegden, wist ik niet van de afspraken met Frankrijk af. De situatie was toen dat we beide portretten naar Nederland wilden halen. Het Mauritshuis is het enige museum ter wereld dat totaal gespecialiseerd is in de schilderkunst van de Gouden Eeuw. Vanuit die missie wilde ik uitdragen dat dit een eenmalige kans voor Nederland was. De uitkomst is nu wat anders dan wij toen voor ogen hadden, maar hoe dan ook geslaagd, want de schilderijen blijven bij elkaar tentoongesteld en ze blijven openbaar te zien in Europa.”