Wie betaalt er voor de oer-Nederlander? 

Het Overijsselse Dalfsen is plek van baanbrekende archeologische vondsten – van internationaal belang. Toch weigert het Rijk financieel bij te dragen. „Dalfsen is de Rembrandt van de archeologie.” 

Dwarsdoorsnede van een grafheuvel nagebootst in een app.

De schat staat middenin het gemeentehuis te pronken. Trechterbekers gevonden in een grafveld langs een weg van vijfduizend jaar geleden. Stenen bijlen, vuurstenen pijlpunten, barnstenen kettingen, een grote beker naast een kleintje. Van een moeder met kind, vermoeden archeologen. Hoe kwamen ze aan barnsteen? En woonden ze in het boerenhuis waarvan voor het eerst in Nederland een plattegrond is gevonden?

Burgemeester Han Noten van Dalfsen weet het niet. En het is de vraag of iemand dat zal achterhalen. Als er niets gebeurt, belandt de ‘schat van Dalfsen’ in het archief in plaats van in de geschiedenisles. Na de verplichte inventarisatie is er voor verdiepend wetenschappelijk onderzoek geen geld. Terwijl het in de ogen van hoogleraar archeologie Daan Raemaekers een „spectaculaire vondst” is , „van internationaal belang” die onze kennis over het dagelijks leven van de oer-Nederlander „op zijn kop zet”.  

Radio, televisie en kranten uit heel Europa kwamen deze zomer kijken. Minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA) feliciteerde burgemeester en wethouders met de publiciteit. „Dalfsen toont zich een ambassadeur voor de archeologie in Nederland”, schrijft ze. Maar een financiële bijdrage behoort niet tot de mogelijkheden. De verstoorder betaalt, staat in de wet. „Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de zorg van het bodemarchief. Daarin past geen financiële verantwoordelijkheid van het Rijk.”

„Hoezo niet?”

Han Noten slaat in de burgemeesterskamer met de vuist op tafel. De brief van zijn partijgenoot irriteert hem nog steeds. Zo’n rechtlijnige boekhoudersmentaliteit gaat niet op als er baanbrekende vondsten van hunebedbouwers opduiken waarmee je geschiedenisboeken moet herschrijven. „In uw ogen bestaat er kennelijk geen archeologisch erfgoed van nationaal belang”, schreef de burgemeester venijnig terug.

 

Jagerverzamelaars gingen boeren

Noten: „Dalfsen herbergt het grootste steentijdgrafveld uit Noordwest-Europa, hier ligt het eerste huis van het Trechterbekervolk in Nederland. Dit gaat niet over Dalfsenaren, dit gaat over onze geschiedenis, onze Nederlandse identiteit, over waar we vandaan komen. Hier woonden jagerverzamelaars die gingen boeren. Maar de rijksoverheid hecht nul waarde aan dit eerste venster van onze nationale canon. Laat ze dat venster dan nu onmiddellijk overboord gooien.”

Toegegeven: eerst schrok de burgemeester. Oei, dacht hij toen de eerste stukjes steentijdkeramiek opdoken: „Dit gaat geld kosten.” Op de vindplaats staan 250 nieuwbouwwoningen gepland op een oppervlakte van vier voetbalvelden. Met hulp van een archeologisch adviesbureau werd het voorgeschreven bureauonderzoek gedaan, zijn proefsleuven getrokken, en werd gekozen voor het scenario ‘opgraven’ met ‘sobere uitwerking’. Dat kost het dorp in het dal van de Overijsselse Vecht 436.200 euro.    

De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed vroeg waarom het dorp de grafgiften niet op de vindplaats in de grond had laten zitten – ‘in situ’ noemen archeologen dat. Zet er een hek omheen, was de boodschap, en staak de plannen. Maar dat was voor de groeigemeente „een gepasseerd station”. Nergens anders is plek voor woningbouw. De grondaankoop loopt al twintig jaar. De burgemeester: „Als we het hele project moeten afblazen is ons vrij besteedbare vermogen van 10 miljoen euro in één klap verdwenen.”

Bovendien: hoe moet je een topvondst ‘in situ’ bewaren? Geen archeoloog die deze overweldigende hoeveelheid vondsten had voorspeld. Iedereen, zegt de burgemeester, weet nu wat hier te halen is. „Moet ik het grafveld permanent gaan bewaken tegen schatgravers?” Als er eenmaal archeologische vondsten opduiken en je haalt ze uit de grond, is zijn ervaring, kun je niet meer terug en moet je doorgaan tot je alles boven hebt. „Ik zou niet weten hoe ik het anders als bestuurder zou moeten doen.”

De gemeenteraad heeft inmiddels 70.000 euro beschikbaar gesteld en de provincie Overijssel springt bij met 42.000 euro subsidie. Om de kennis met de bevolking te delen en het ‘verhaal van Overijssel’ te vertellen. Niet om de vondsten te onderwerpen aan kostbare dateringstechnieken en meer kennis over de steentijdbewoning te verwerven. Dat wetenschappelijk onderzoek acht ook de provincie niet haar pakkie-an.

Profiel van oer-Nederlander

Zonde, vindt Boudewijn Goudswaard, archeologisch adviseur van Dalfsen. Met twee ton extra is de eerste nood gelenigd. Hij wil in kaart brengen hoe de eerste boeren het landschap hebben „getransformeerd voor eigen gebruik”. Denk ook aan chemische monsters. Wat werd er gegeten en gedronken? Kregen de overledenen voedsel mee voor het hiernamaals? En natuurlijk DNA-onderzoek van het gevonden stukje onderkaak met kiezen. Op basis daarvan kan je een profiel maken van de oer-Nederlander.

Goudswaard: ,,Dalfsen stuit op een archeologische vondst van landsbelang en wordt in zijn eentje met de verantwoordelijkheid opgescheept. Terwijl er op rijksniveau niemand verantwoordelijk is. Dat klopt niet. Dat is een lacune in het systeem.” Zeker als je beseft dat het Rijk wel goed zorgt voor kunst en gebouwde monumenten. „Kijk maar naar de twee schilderijen van Rembrandt waarvoor het Rijk 80 miljoen euro opzij legt om ze terug naar Nederland halen. Daar gaat het ineens niet om geld maar om erfgoed, om een vorm van beschaving. Nou, Dalfsen is de Rembrandt van de archeologie.”

Reconstructie van de grafheuvels. Beweeg met je muis om een doorsnede te zien. Beeld van de app TimeTravel Dalfsen.

Deals met musea in buitenland   

Burgemeester Noten zit intussen niet stil. De gemeente gaat de schat van Dalfsen zelf verzilveren, heeft hij met zijn wethouders besloten. De provincie Overijssel is gevraagd om de stukken in bruikleen beschikbaar te stellen. Met het Drents Museum en de provincie Drenthe wordt overlegd over een rondreizende tentoonstelling. Musea in het buitenland kunnen die krijgen in ruil voor verdiepend onderzoek.

De samenwerking komt niet uit de lucht vallen. Han Noten is behalve burgemeester ook voorzitter van de Raad van Toezicht bij het Drents Museum. Het betekent, zegt hij, dat we onze financiële partners niet alleen in het binnenland maar ook over de grens zoeken. In onder meer Duitsland, Polen, Tsjechië, Denemarken, Zuid-Amerika en Rusland.” Het Rusland van Poetin? „Als het moet: ja. Ze hebben daar prachtige musea.”

De gemeente heeft de minister deze maand per brief op de hoogte gesteld. Zal ze akkoord gaan? Noten, ferm: „Iemand die geen geld wil vrijmaken voor verdiepend onderzoek naar nationaal erfgoed, die heeft in mijn ogen geen recht van spreken meer. Dan zijn we uitgepraat.” Ook als haar Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed de vondsten opvraagt voor een eigen analyse? „Die aanvraag zullen we beoordelen in relatie tot onze eigen plannen. Maar ik ga de schat niet meer afgeven. Dat onderzoek moet en zal er komen.”

Deze bijzondere ontdekkingen zijn in Dalfsen gedaan: