Vluchten of blijven?

Migranten komen in groten getale naar Europa. Waarom Europa? Volgens Rodaan Al Galidi is er geen alternatief. Maar niet iedereen is op de vlucht. Wat drijft mensen om in de oorlogsgebieden te blijven?

foto abdalrhman Ismail/ Reuters

Er is dan misschien geen gat in het hek aan de grens van Hongarije, de asielzoekers blijven Europa binnenstromen. Sommigen laten de oorlog achter en anderen brengen hem mee. Maar waarom komen ze hier in hemelsnaam? Op die vraag kan ik slechts één antwoord geven: waar moeten ze anders heen?

Naar Iran? In 1987 vluchtte één van mijn broers van Irak naar Iran. Ze hielden hem vast in kamp Amar bin Jasser. Jarenlang, omringd door schrik- en prikkeldraad. Niet als vluchteling, maar als gevangene.

Naar Saoedi-Arabië? Met zijn woestijn die groot genoeg is voor 100 miljoen vluchtelingen? Tijdens de eerste Golfoorlog in 1991 vluchtten duizenden Irakezen van Saddam Hoessein naar het Amerikaanse leger op de grens met Saoedi-Arabië, waarna ze door de Saoedische overheid naar een vluchtelingenkamp in het midden van nergens werden gebracht. Contact met de buitenwereld was onmogelijk. Velen werden er gek en smeekten om weer naar de grens met Irak gebracht te worden. Saoedi-Arabië liet geen van hen toe in het land, maar stuurde hun namen naar westerse ambassades en de Verenigde Naties. Honderden vluchtelingen zijn toen onder andere naar Nederland gebracht.

Naar Qatar? Om mee te werken bij de voorbereidingen voor het WK voetbal? Veel Arabieren vroegen zich af waarom Qatar dat niet doet. De Qatariaans logica is duidelijk: we willen arbeiders, geen problemen.

Als moslims ontsnappen aan moslims (IS), dan zullen de rijke moslimlanden hen nooit binnen laten. In de Saoedische media, de grootste in de Arabische wereld, wordt zelfs de boodschap verspreid dat ook Europa het niet goed doet. Ik zag laatst een documentaire op de gigantische televisiezender Al Arabia waarin wanhopige asielzoekers in Europese straten staan en een Syriër vertelt dat hij na negen maanden nog steeds geen antwoord heeft op zijn asielaanvraag en terug wil naar Turkije. Zo verspreiden de Saoedische media de boodschap dat het Westen de moslims niet zomaar gastvrij opneemt als vluchteling, net als zij dat dus niet doen. Dat ze hebben toegezegd 200 moskeeën in Duitsland te willen bouwen als hulp voor de Syrische vluchtelingen, is overigens echt geen grap.

Drie redenen waarom men blijft

Ik draai de vraag liever om: waarom blijven mensen wonen in de hel van de oorlogsgebieden? Tussen oranje pyjama’s en messen, tussen haram en halal, tussen dictator en sharia, tussen God en imams, sjeiks en een kalief, tussen honger en vuur. Waarom blijven ze daar? Het is toch: iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen? Zo eenvoudig ligt het niet. Er zijn verschillende redenen om te blijven.

Ten eerste wonen mensen daar in familiesystemen: in elk huis is er minimaal één bejaarde of zieke of gehandicapte. Het is onmogelijk hen achter te laten, en onmogelijk hen mee te nemen. Dus prefereren velen de dood in hun eigen huis boven het achterlaten van hun eigen mensen. In 1991 bleef ik met mijn broer en mijn hoogzwangere schoonzus in ons huis in Bagdad, terwijl de overige 21 familieleden in vrachtwagens op de vlucht gingen voor de Amerikaanse bombardementen. De hoogzwangere kon niet mee en wij bleven bij haar. Die tijd staat in mijn geheugen gegrift. Haar dochtertje noemde ze Amani, ‘hoop’, want we overleefden het allemaal.

Een tweede reden om niet te vluchten, of nog niet, is dat veel Arabieren hun vrouwen niet alleen zullen laten gaan. Nooit zie je een Arabische vluchtelinge zonder vader, man of broer, want de vrouw is de eer van de familie. Ze sturen de sterkste en de slimste man, in de hoop dat hij aankomt op de plaats van bestemming en later de achtergebleven familieleden helpt te ontsnappen.

En de derde reden is natuurlijk dat niet iedereen geld of een auto heeft om weg te kunnen. Want er zijn twee soorten oorlogsslachtoffers: rijken en armen. De armen, en dat zijn er miljoenen, blijven in een oorlog omdat ze niets te verliezen hebben. Alleen als het hun het lijf kost, ontsnappen ze en dan willen ze alleen de grens halen, die hen scheidt van de vijand. De rijken, dat zijn er duizenden, willen meer dan alleen die grens. Zij willen ook een veilig, prettig leven. Omdat ze een portemonnee hebben, hebben ze ook dat woordje ‘toekomst’ in hun hoofd. Zij vluchten verder en verder tot ze in Europa aankomen. Daar denken ze goed na over in welk land ze zich melden als asielzoeker. Welk land geeft ze de beste mogelijkheden: korte procedures, gemakkelijke gezinshereniging? Wie heel rijk is, gaat zelfs naar Canada of Amerika waar de storm minder groot is en de procedures beter.

Vluchten voor IS is anders

Maar IS veranderde de manier van vluchten. Het vluchten voor een dictator of een oorlog was gemakkelijker dan het vluchten voor IS. Eén van de mannen vooruit sturen is nu geen optie meer. Een man of jongen die alleen vertrekt, zal altijd worden gezien als verrader. Ze zullen zeggen dat hij vluchtte om niet tegen IS te hoeven vechten, of zoals IS-propaganda zegt, dat hij zo niet-moslim is dat hij liever bij de verafschuwde Europeanen hoort, en drugs, seks en alles wat haram is, verkiest boven een ‘echt islamitische manier van leven’. Familie achterlaten kan dan niet, ik hoef niet uit te leggen hoe ze gestraft zullen worden. Taal is daarvoor niet genoeg.

Sommige vluchtelingen verkiezen het veilige gevaar boven de gevaarlijke veiligheid van de Turkse grens, waar je als beest wordt behandeld, van Macedonië waar de politie je met kabels slaat, van Griekenland waar je in de rij staat om je naam op te geven en vervolgens niets krijgt. Zij, die het veilige gevaar opzoeken, blijven in de Iraakse gebieden die niet onder het bewind van IS staan of in dat deel van Syrië waar Assad nog aan de macht is.

De Koerden bij Kobani blijven

Zodra IS de macht krijgt in een gebied, dan blijft niemand achter, geen christen, shi’iet of Jezidi. De enigen die dan blijven, zijn soennieten die kunnen bewijzen dat ze soenniet zijn. Maar ook rijke soennieten zullen niet helemaal veilig zijn, IS zal hen ooit beschuldigen van samenzwering tegen IS om ze vervolgens te beroven en te doden. Het zijn vooral de armen die onder het bewind van IS in hun steden en dorpen blijven, of soennieten die in IS geloven.

Dan is er nog de laatste groep mensen die daar blijft. Die paar honderd Koerden bij Kobani: jongens en meisjes die met simpele wapens IS halt toe riepen en deden wat Amerika of het Iraakse en Syrische leger niet lukte. Of de Shi’itische paramilitairen die uit het Zuiden kwamen om hun soennitische landgenoten te bevrijden van IS. Van die laatste groep zijn er te weinig, maar ze verdienen het om genoemd te worden: zij zijn namelijk de helden.