In de donkere poolnacht gaat het dierenleven gewoon door

Poolkreeftje in de poolnacht. Foto Jørgen Berge

De poolnacht op Spitsbergen houdt bijna vier maanden aan. Biologen dachten altijd dat het leven dan sluimert. Dieren zouden vooral de terugkeer van het licht afwachten en de grote algenbloei die daarmee gepaard gaat.

Poolkreeftje in de poolnacht.

Maar dat klopt niet: ook in het donker gaat het leven door. Grazers grazen, roofvissen jagen en aaseters ruimen lijken op op. Zelfs zeevogels zoeken in het duistere water naar kreeftjes en vis.

Dat blijkt uit een groot Noors onderzoek op Spitsbergen dat eind vorige week verscheen in Current Biology. Drie poolwinters achter elkaar bemonsterden biologen plankton, bodemdieren, vogels en vissen. Hun onderzoeksterrein was Kongsfjorden, een grote inham in het noordwesten van de archipel.

De eerste verrassing was dat er volop algenetende planktondiertjes in het water voorkomen, ook al zijn er nauwelijks algen om te eten. Vanaf januari, als het nog aardedonker is, volgt dit dierlijke plankton al een dag-nachtcyclus: ‘overdag’ houden ze zich schuil in dieper water, ‘s nachts komen ze naar boven.

Ook op de zeebodem krioelt het van het leven. Rond zeewier kwamen in de donkere poolwinter zelfs méér diertjes voor dan in de poolzomer. Een dode kabeljauw was binnen vier dagen volledig verteerd door slakken, kreeften en krabben.

Zelfs enkele alken, zeekoeten, stormvogels en meeuwen bleven ’s winters op Spitsbergen. Zeevogels jagen vooral op zicht. Hoe komen ze dan aan voedsel in het donker? Misschien pikken ze vooral de lichtgevende kreeftjes uit het water, opperen de biologen.