Showgirls blijkt alsnog een meesterwerk

Showgirls knakte twintig jaar geleden de carrière van regisseur Paul Verhoeven. Nu is het een cultklassieker.

Nomi Malone (Elizabeth Berkley) nog onderaan de danspaal in lapdanceclub Cheetah.

‘Filmisch zwavelzuur”. „Een glimmende appel, tot in zijn kern verrot.” Twintig jaar geleden stortte de filmkritiek zich grimmig en eensgezind op Showgirls, Paul Verhoevens Las Vegas-extravaganza.

Het was altijd al een gok: ruim 40 miljoen dollar steken in een film die kijkers onder de 17 alleen met hun ouders mochten zien. Maar wie nam zijn kinderen mee naar een topless musical over de strippende streber Nomi Malone die zich met scherpe nagels omhoog klauwt van vunzige lapdanceclubs naar het topless glitterballet van het Stardust Hotel?

Verhoeven was nooit bang voor een gokje. Met zijn ‘frenemy’, scenarioschrijver Joe Eszterhas, bedacht hij een cynische update van Busby Berkeley-musicals als 42nd Street en Gold Diggers of 1933: arm, talentvol meisje grijpt haar kans in de showbiz. De filmkritiek meende dat de twee na de politiek incorrecte thriller Basic Instinct hun hand gruwelijk hadden overspeeld: de steekwoorden waren louche, stupide, saai, slonzig, vreemd seksloos, trashy, porno, vrouwenhaat.

Een half jaar later nam Verhoeven sportief zijn Razzie (slechtste film van het jaar) zelf in ontvangst: Showgirls won er acht, de Razzie voor slechtste film van het decennium meegeteld. In zijn speech memoreerde hij dat Nederland hem naar Hollywood joeg door hem na Spetters in 1980 af te serveren als decadent, pervers en louche. Nu drong dat besef ook tot Amerika door.

Maar anders dan bij publiekshit Spetters lieten bij Showgirls ook de kijkers het afweten: de film flopte in de bioscoop. Studio’s vertrouwden Verhoeven nadien alleen sf-actie toe, het genre waarin hij was doorgebroken met Robocop in 1987. Hollow Man werd in 2000 voorlopig zijn laatste Amerikaanse film.

Kruisiging en herrijzenis

Twintig jaar later is het beeld radicaal gekanteld. Verhoevens status groeide gestaag: de een ziet hem nu als een ‘vulgaire auteur’, een genrefilmer met herkenbare handtekening, de ander als een maestro die binnen het genre diepere, subversieve lagen weet aan te boren.

Ook Showgirls heeft steeds meer fans: op de kruisiging volgde herrijzenis, merkte Verhoeven droogjes op. Die verliep in fases. Op video en dvd bleek de film al meteen een hit met een recette van ruim 100 miljoen dollar. Vermoedelijk verwachtten kopers porno, een genre dat je ook in 1995 al achter de gordijnen consumeerde.

Daarnaast was er het homocircuit, waar Showgirls werd gevierd als glorieuze camp, zo slecht dat hij goed is. Nog altijd zijn er nachtvoorstellingen met verklede fans die de ranzige dialogen woord voor woord citeren: „She looks better than a ten-inch dick, and you know it.” In augustus bijvoorbeeld in het Castro Theater, San Francisco, waar je Showgirls kon beleven met ‘drag queen Alaska Thunderfuck 5000 en haar legioen dude-girls’: bij aankoop van een grote portie popcorn offreerden zij een gratis lapdance.

Maar de rehabilitatie van Showgirls gaat verder dan schandaalsucces of ‘trashklassieker’: veel critici zien er inmiddels een al dan niet gemankeerd meesterwerk in. Vanity Fair riep hem onlangs uit tot dé Las Vegas-film van de jaren negentig, toen de gokstad niet langer figureerde als de opwindende feeststad van Elvis’ Viva Las Vegas! maar als hyperbool voor Amerikaanse excessen, uitbuiting en cynisme.

Hunter S. Thompson nam het voortouw in zijn paranoïde drugsroman Fear and Loathing in Las Vegas, in 1998 verfilmd met Johnny Depp: een van de vele films met Las Vegas als Amerikaanse Nachtmerrie in glas en beton. In jarennegentigkomedies nam Vegas brave burgers de maat en stelde net als Showgirls de vraag: is niet iedereen een hoer?

Het is allemaal niet zo bedoeld

Anno 2015 oogt Leaving Las Vegas met zijn droeve neon en jammersaxofoons als modieuze kitsch en blijft Showgirls fris. Het lag nooit aan de film, schrijft criticus Adam Nayman in zijn elegante boekje It Doesn’t Suck. Die had altijd al fans: Jim Jarmusch, Quentin Tarantino (uiteraard), nouvelle-vague-icoon Jacques Rivette. David Lynch’ morbide Mulholland Drive (2001) spiegelt hem zozeer dat het haast een vervolg lijkt: lift Nomi aan het eind van Showgirls ook niet naar Hollywood?

Maar waar critici de sluwe dubbele bodems in Robocop of Starship Troopers waardeerden, zagen ze Verhoeven bij Showgirls opeens als naïeve, platte viespeuk. Waren ze te zeer op de borsten en billen gefixeerd om de satire te zien achter de visuele overkill en ranzige dialogen? In de Franse film Eden roept Showgirls-fan Arnaud vertwijfeld dat bijna niemand begrijpt „dat het allemaal zo is bedoeld”. „Verhoeven accentueert de monsterlijkheid, hij richt zich op de vulgariteit van Amerika.”

Gezien als satire is Showgirls een elegante, grappige film met een finale waarin de lach verkrampt: Nomi’s apotheose loopt synchroon met een walgelijke groepsverkrachting van haar beste vriendin; de stripper wordt wraakgodin. Dan blijkt ook waarom zij „danst alsof ze seks heeft en seks heeft alsof ze danst”, ze alles seksualiseert, maar zich niet kan geven. Een exploitatiefilm met feministische moraal, troebel en ambivalent zoals alleen Verhoeven ze maakt.

In zijn eigen terugblik op Showgirls in Rolling Stone klonk vorige week wel wat verhulde spijt over Elizabeth Berkley: haar heftige dansen en hysterische acteren als Nomi was Verhoevens idee geweest. Want was Showgirls slechts een knak in zijn loopbaan, de film brak de 22-jarige actrice, die zich later herpakte op tv maar nooit meer over de film sprak. Tot ze deze zomer plots een vertoning van Showgirls inleidde in Los Angeles: zelfs zij verzoent zich met Nomi Malone.