Pärts spaarzame effecten imponeren

Met minimale middelen een maximaal effect sorteren: die kunst zouden veel hedendaagse componisten nog kunnen leren van Arvo Pärt. De net tachtig geworden Estse componist wordt nu terecht gehuld door zowel Cappella Amsterdam als het Nederlands Kamerkoor.

Vooral zijn Kanon Pokajanen maakt indruk. Het op Kerkslavische boetedoening gebaseerde koorwerk bestaat bijna geheel uit één toonsoort, krijgt door de prominente rol van de alten een omfloerst karakter en weet met kleine tonale motieven eindeloos te variëren. Nog altijd een uur duurt de selectie die Daniel Reuss maakte met Cappella Amsterdam.

In de wat nuchtere akoestiek van de Stadsgehoorzaal in Leiden liet Reuss de Kanon toch geen moment inzakken. Huiveringwekkend zijn Pärts spaarzame theatrale effecten, zoals een traag crescendo gestut door aangehouden lage tonen of een door twee zangers gefluisterd ‘ontferm U’, steeds trefzeker uitgevoerd. Het is te hopen dat de crowdfunding-actie om de Kanon op cd te zetten succes heeft.

Het Nederlands Kamerkoor trof het qua akoestiek nog iets slechter. Het eerste concert in een Pärtreeks vond plaats in de Kleine Zaal van het Concertgebouw: té klein voor dit repertoire, te droog en bij fortissimoklanken soms onaangenaam fel. De selectie minder bekende koorwerkjes van Pärt bevatten eenzelfde bitterzoete dissonantie en bezwerende ritmiek, maar resulteerde niet in hetzelfde sublieme resultaat als de Kanon.

Dirigent Tõnu Kaljuste gaf zijn en Pärts landgenoot Veljo Tormis (1930) een even prominente plek. Sprookjesachtig was Tormis’ met woordeloze klankschilderingen ingeleide Sinikka’s lied, fraai door sopraansolo voorgedragen. Maar de aardige pastorale liederen van Herfstlandschappen misten scherpte in compositie en uitvoering. Tormis’ uitsmijter Vloek over het IJzer heeft het Kamerkoor ook wel eens nóg beter gezongen. Al bleef het intimiderend, die rauwe uitroepen, door Kaljuste aangevuurd op sjamanentrom.