Abbas zet akkoorden op scherp

Met zijn aankondiging dat hij zich niet langer gebonden acht aan de afspraken met Israël, waarmee hij waarschijnlijk de Oslo-akkoorden van 1993 bedoelt, heeft de Palestijnse president Abbas gisteravond zijn aangekondigde ‘bommetje’ laten vallen bij zijn toespraak tot de algemene vergadering van de Verenigde Naties. Maar de vraag die iedereen in New York bezighield, luidde: wat bedoelde hij precies?

In Oslo is afgesproken dat het bestuur en de veiligheid op de Westelijke Jordaanoever de gezamenlijke verantwoordelijkheid is van Israël en Palestina. Als Abbas zich daar niet meer aan houdt, krijgt Israël – als bezettende macht – er een fors takenpakket erbij: het is dan ook weer verantwoordelijk voor het bestuur en de veiligheid in de Palestijnse steden.

Maar: zonder afspraken met Israël zit een groot deel van de Westelijke Jordaanoever zonder elektriciteit, en is de invoer van voedsel niet gegarandeerd. En dat is waarschijnlijk niet wat Abbas beoogt.

De Israëlische premier Netanyahu zei in een reactie dat de toespraak van Abbas „opruiing en wetteloosheid in het Midden-Oosten aanmoedigt”. De Palestijnse president zou er beter aan doen, aldus Netanyahu, om weer plaats te nemen aan de onderhandelingstafel. Op zijn beurt beschuldigde Abbas Israël van het dwarsbomen van elk vredesinitiatief.

Abbas’ populariteit is tanende. Veel Palestijnen hebben weinig tot geen hoop op het einde van de Israëlische bezetting, en houden Abbas medeverantwoordelijk.

    • Derk Walters